3 Farmacotherapie: Hoofd, hals, schildklier - Voorbereiding/theorie
vrijdag 17 oktober 2025 10:00
➢ Boek: Toegepaste geneesmiddelenleer
Hoofdstuk 12 Middelen bij aandoeningen aan oog, neus keel en oor
12.5.1 Middelen bij ontsteking aan het oor
- Otitis media met effusie (OME): ophoping van slijm en vocht in het middenoor zonder tekenen
van infectie.
• Er is sprake van slijm en vocht in het middenoor zonder pijn of koorts.
• Meestal treedt er wat gehoorverlies op. Het is vaak een complicatie van een faryngitis
(keelontsteking).
• Komt vaak voor bij kinderen en verdwijnt meestal vanzelf binnen drie maanden. Wanneer
de klachten niet spontaan verdwijnen, kunnen soms trommelvliesbuisjes (kleine buisjes in
het trommelvlies om de luchtcirculatie in het middenoor te verbeteren) worden geplaatst.
- Acute otitis media (AOM): plotseling ontstane middenoorontsteking met pijn en eventueel koorts.
Bij 80% van de kinderen van >2 jaar verdwijnen de klachten binnen twee tot drie dagen.
• Bij kinderen <2 jaar kan dit wat langer duren. Antibiotica hebben geen belangrijke invloed
op de duur en ernst van de klachten.
• Bij kinderen <2 jaar met dubbelzijdig OME en een loopoor (uitvloed van vocht of pus uit het
oor) kunnen orale antibiotica de duur van pijn en koorts wel verminderen.
- Purulente otitis media: middenoorontsteking met etterige afscheiding door bacteriële infectie.
• Hierbij kunnen de bacteriën zich uitbreiden naar omringende structuren, met kans op
mastoïditis (ontsteking van het bot achter het oor), meningitis (hersenvliesontsteking),
hersenabcessen, sinustrombose (bloedstolsel in een hersenader) en/of uitval van de nervus
facialis (aangezichtszenuw die de gezichtsspieren aanstuurt).
• Bij de geperforeerde vorm is er sprake van purulente uitvloed via het trommelvlies.
• De eerste keus bij antimicrobiële therapie is amoxicilline (breed-spectrum antibioticum uit
de penicillinegroep). Bij een contra-indicatie hiervoor wordt cotrimoxazol (combinatie van
twee antibiotica: trimethoprim en sulfamethoxazol) gebruikt.
• Door toenemende resistentie kan het soms nodig zijn om middelen als
amoxicilline/clavulaanzuur (combinatie die de werking van amoxicilline versterkt door
afbraak door bacteriën te voorkomen) of claritromycine (macrolide-antibioticum dat
bacteriegroei remt) toe te passen.
Hoofdstuk 13 Middelen bij stoornissen in de stofwisseling en hormonen
13.5 Schildklierhormonen
- De hormoonproductie van de schildklier (klier in de hals die de stofwisseling regelt via hormonen)
staat onder controle van de hypothalamus (gedeelte van de hersenen dat de hormonale en
autonome functies regelt).
- De concentratie van schildklierhormonen wordt constant gehouden via een
terugkoppelingsmechanisme (regeling waarbij een te hoge of te lage hormoonspiegel
automatisch wordt gecorrigeerd).
- De instelwaarde (het niveau waarop het lichaam de hormoonspiegel probeert te behouden) hangt
af van factoren zoals omgevingstemperatuur en de menstruele cyclus.
- Er bestaan twee vormen van schildklierhormoon:
• T3: trijoodthyronine/vorm met drie joodatomen.
○ Ongeveer 20% van T3 worden direct in de schildklier geproduceerd.
○ 80% van T3 ontstaat door dejodering van T4 (het verwijderen van één joodatoom uit
T4 in perifere weefsels, zoals de lever).
○ De werking van T3 is tienmaal sterker dan die van T4.
• T4: thyroxine/vorm met vier joodatomen.
- Beide hormonen worden door het bloed vervoerd met behulp van TBG (thyroxinebindend
globuline) (transporteiwit dat T3 en T4 bindt en vervoert in het bloed).
- Effecten van schildklierhormonen zijn onder andere lichamelijke en psychische ontwikkeling bij
kinderen, verhoging van het cellulair metabolisme, tachycardie en een stijging van de
Farmacotherapie AGZ Pagina 1
, kinderen, verhoging van het cellulair metabolisme, tachycardie en een stijging van de
lichaamstemperatuur.
13.5.1 Middelen bij hypothyreoïdie
- Hypothyreoïdie: te trage werking van de schildklier, met te lage productie van
schildklierhormonen. Kan verschillende oorzaken hebben, maar meestal is er sprake van een auto-
immuunreactie tegen het schildklierweefsel, zoals bij de ziekte van Hashimoto (chronische
ontsteking van de schildklier door het immuunsysteem).
- Symptomen zijn onder andere overgewicht, koudegevoel en traagheid.
- In de perifere organen wordt T4 omgezet in T3, de biologisch actieve vorm.
- Door de sterke binding aan TBG heeft levothyroxine een lange halfwaardetijd van ongeveer 6
dagen. Een nadeel hiervan is dat de patiënt pas na ongeveer vijf weken op de juiste dosis is
ingesteld.
- Liothyronine/Cytomel: synthetische vorm van T3 en snelwerkend schildklierhormoon. Bindt
minder sterk aan plasma-eiwitten en heeft daardoor sneller effect. Het moet echter vaker worden
ingenomen vanwege de korte werkingsduur.
- Levothyroxine/Elteroxin/Euthyrox/Thyrax: synthetische vorm van T4 wordt gebruikt als
behandeling. Moet op een nuchtere maag worden ingenomen, omdat voedsel de resorptie
vermindert. Ook middelen met ijzer0, calciumzouten of antacida (maagzuurbindende middelen)
verlagen de opname.
- Bijwerkingen (tachycardie, atriumfibrilleren, rusteloosheid en flushing) zijn vaak het gevolg van
overdosering
- Tijdens de zwangerschap stijgt de concentratie bindingseiwitten in het plasma, waardoor de dosis
van levothyroxine soms moet worden verhoogd.
13.5.2 Thyreostatica
○ Hyperthyreoïdie: te snelle werking van de schildklier met overproductie van
schildklierhormoon. Is meestal het gevolg van auto-immuniteit of een adenoom
(goedaardig gezwel) van de schildklier.
○ Bij de ziekte van Graves (auto-immuunziekte waarbij antistoffen de TSH-receptor
stimuleren) wordt de schildklier overstimuleerd door antilichamen tegen de TSH-
receptor.
○ De volgende middelen worden gebruikt bij de behandeling van hyperthyreoïdie:
• Thio-ureumderivaten: groep van geneesmiddelen die de aanmaak van schildklierhormonen
remmen.
○ Deze middelen remmen de inbouw van jood in het schildklierhormoon.
○ Omdat er in de schildklierfollikels (blaasjes in de schildklier waar hormonen worden
opgeslagen) nog T4 ligt opgeslagen, treedt het effect pas na enkele weken op.
○ Propylthiouracil (PTU): remt ook de perifere omzetting van T4 naar T3.
○ Bijwerkingen: allergische reacties hepatoxiteit (leverbeschadiging) en agranulocytose
(beenmergdepressie/afname van witte bloedcellen, wat zorg verhoogt infectierisico).
○ Patiënten moeten bij koorts of keelpijn direct een arts raadplegen.
○ Tijdens de zwangerschap neemt de concentratie van TBG toe, waardoor de
hoeveelheid vrij schildklierhormoon daalt. Hierdoor kan het gebruik van thyreostatica
in het derde trimester vaak worden gestopt.
○ In de zwangerschap heeft propylthiouracil de voorkeur boven thiamazol of carbimazol,
vanwege het teratogene effect (risico op aangeboren afwijkingen) van de laatste twee
middelen.
• Kaliumjodide: vorm van jodium die in hoge dosis de schildklier remt.
○ In hoge doses remt kaliumjodide de aanmaak en afgifte van schildklierhormoon, en
ook de opname van jood door de schildklier.
○ Het wordt toegepast ter voorbereiding op een strumectomie (operatieve verwijdering
van (een deel van) de schildklier).
○ Bijwerkingen: acne, allergische reacties, waaronder angio-oedeem (plotselinge
zwelling van huid of slijmvliezen) en exantheem (huiduitslag). Allergie voor jodide
komt regelmatig voor, ook bij gebruik van contrastvloeistoffen.
• Radioactief jodium-131: radioactieve vorm van jodium die schildklierweefsel vernietigt.
Wordt door de schildklier opgenomen en vernietigt het schildklierweefsel via
Farmacotherapie AGZ Pagina 2
, ○ Wordt door de schildklier opgenomen en vernietigt het schildklierweefsel via
inwendige bestraling.
○ Toegepast wanneer de schildklier snel uitgeschakeld moet worden, bijvoorbeeld bij
schildkliercarcinoom (kanker van de schildklier) na strumectomie om resterend
weefsel te vernietigen. De behandeling vindt plaats klinisch in een stralingsbeveiligde
kamer.
○ Radioactief jodium-131 mag niet worden gegeven tijdens de zwangerschap of
borstvoeding (lactatie).
Farmacotherapie AGZ Pagina 3
vrijdag 17 oktober 2025 10:00
➢ Boek: Toegepaste geneesmiddelenleer
Hoofdstuk 12 Middelen bij aandoeningen aan oog, neus keel en oor
12.5.1 Middelen bij ontsteking aan het oor
- Otitis media met effusie (OME): ophoping van slijm en vocht in het middenoor zonder tekenen
van infectie.
• Er is sprake van slijm en vocht in het middenoor zonder pijn of koorts.
• Meestal treedt er wat gehoorverlies op. Het is vaak een complicatie van een faryngitis
(keelontsteking).
• Komt vaak voor bij kinderen en verdwijnt meestal vanzelf binnen drie maanden. Wanneer
de klachten niet spontaan verdwijnen, kunnen soms trommelvliesbuisjes (kleine buisjes in
het trommelvlies om de luchtcirculatie in het middenoor te verbeteren) worden geplaatst.
- Acute otitis media (AOM): plotseling ontstane middenoorontsteking met pijn en eventueel koorts.
Bij 80% van de kinderen van >2 jaar verdwijnen de klachten binnen twee tot drie dagen.
• Bij kinderen <2 jaar kan dit wat langer duren. Antibiotica hebben geen belangrijke invloed
op de duur en ernst van de klachten.
• Bij kinderen <2 jaar met dubbelzijdig OME en een loopoor (uitvloed van vocht of pus uit het
oor) kunnen orale antibiotica de duur van pijn en koorts wel verminderen.
- Purulente otitis media: middenoorontsteking met etterige afscheiding door bacteriële infectie.
• Hierbij kunnen de bacteriën zich uitbreiden naar omringende structuren, met kans op
mastoïditis (ontsteking van het bot achter het oor), meningitis (hersenvliesontsteking),
hersenabcessen, sinustrombose (bloedstolsel in een hersenader) en/of uitval van de nervus
facialis (aangezichtszenuw die de gezichtsspieren aanstuurt).
• Bij de geperforeerde vorm is er sprake van purulente uitvloed via het trommelvlies.
• De eerste keus bij antimicrobiële therapie is amoxicilline (breed-spectrum antibioticum uit
de penicillinegroep). Bij een contra-indicatie hiervoor wordt cotrimoxazol (combinatie van
twee antibiotica: trimethoprim en sulfamethoxazol) gebruikt.
• Door toenemende resistentie kan het soms nodig zijn om middelen als
amoxicilline/clavulaanzuur (combinatie die de werking van amoxicilline versterkt door
afbraak door bacteriën te voorkomen) of claritromycine (macrolide-antibioticum dat
bacteriegroei remt) toe te passen.
Hoofdstuk 13 Middelen bij stoornissen in de stofwisseling en hormonen
13.5 Schildklierhormonen
- De hormoonproductie van de schildklier (klier in de hals die de stofwisseling regelt via hormonen)
staat onder controle van de hypothalamus (gedeelte van de hersenen dat de hormonale en
autonome functies regelt).
- De concentratie van schildklierhormonen wordt constant gehouden via een
terugkoppelingsmechanisme (regeling waarbij een te hoge of te lage hormoonspiegel
automatisch wordt gecorrigeerd).
- De instelwaarde (het niveau waarop het lichaam de hormoonspiegel probeert te behouden) hangt
af van factoren zoals omgevingstemperatuur en de menstruele cyclus.
- Er bestaan twee vormen van schildklierhormoon:
• T3: trijoodthyronine/vorm met drie joodatomen.
○ Ongeveer 20% van T3 worden direct in de schildklier geproduceerd.
○ 80% van T3 ontstaat door dejodering van T4 (het verwijderen van één joodatoom uit
T4 in perifere weefsels, zoals de lever).
○ De werking van T3 is tienmaal sterker dan die van T4.
• T4: thyroxine/vorm met vier joodatomen.
- Beide hormonen worden door het bloed vervoerd met behulp van TBG (thyroxinebindend
globuline) (transporteiwit dat T3 en T4 bindt en vervoert in het bloed).
- Effecten van schildklierhormonen zijn onder andere lichamelijke en psychische ontwikkeling bij
kinderen, verhoging van het cellulair metabolisme, tachycardie en een stijging van de
Farmacotherapie AGZ Pagina 1
, kinderen, verhoging van het cellulair metabolisme, tachycardie en een stijging van de
lichaamstemperatuur.
13.5.1 Middelen bij hypothyreoïdie
- Hypothyreoïdie: te trage werking van de schildklier, met te lage productie van
schildklierhormonen. Kan verschillende oorzaken hebben, maar meestal is er sprake van een auto-
immuunreactie tegen het schildklierweefsel, zoals bij de ziekte van Hashimoto (chronische
ontsteking van de schildklier door het immuunsysteem).
- Symptomen zijn onder andere overgewicht, koudegevoel en traagheid.
- In de perifere organen wordt T4 omgezet in T3, de biologisch actieve vorm.
- Door de sterke binding aan TBG heeft levothyroxine een lange halfwaardetijd van ongeveer 6
dagen. Een nadeel hiervan is dat de patiënt pas na ongeveer vijf weken op de juiste dosis is
ingesteld.
- Liothyronine/Cytomel: synthetische vorm van T3 en snelwerkend schildklierhormoon. Bindt
minder sterk aan plasma-eiwitten en heeft daardoor sneller effect. Het moet echter vaker worden
ingenomen vanwege de korte werkingsduur.
- Levothyroxine/Elteroxin/Euthyrox/Thyrax: synthetische vorm van T4 wordt gebruikt als
behandeling. Moet op een nuchtere maag worden ingenomen, omdat voedsel de resorptie
vermindert. Ook middelen met ijzer0, calciumzouten of antacida (maagzuurbindende middelen)
verlagen de opname.
- Bijwerkingen (tachycardie, atriumfibrilleren, rusteloosheid en flushing) zijn vaak het gevolg van
overdosering
- Tijdens de zwangerschap stijgt de concentratie bindingseiwitten in het plasma, waardoor de dosis
van levothyroxine soms moet worden verhoogd.
13.5.2 Thyreostatica
○ Hyperthyreoïdie: te snelle werking van de schildklier met overproductie van
schildklierhormoon. Is meestal het gevolg van auto-immuniteit of een adenoom
(goedaardig gezwel) van de schildklier.
○ Bij de ziekte van Graves (auto-immuunziekte waarbij antistoffen de TSH-receptor
stimuleren) wordt de schildklier overstimuleerd door antilichamen tegen de TSH-
receptor.
○ De volgende middelen worden gebruikt bij de behandeling van hyperthyreoïdie:
• Thio-ureumderivaten: groep van geneesmiddelen die de aanmaak van schildklierhormonen
remmen.
○ Deze middelen remmen de inbouw van jood in het schildklierhormoon.
○ Omdat er in de schildklierfollikels (blaasjes in de schildklier waar hormonen worden
opgeslagen) nog T4 ligt opgeslagen, treedt het effect pas na enkele weken op.
○ Propylthiouracil (PTU): remt ook de perifere omzetting van T4 naar T3.
○ Bijwerkingen: allergische reacties hepatoxiteit (leverbeschadiging) en agranulocytose
(beenmergdepressie/afname van witte bloedcellen, wat zorg verhoogt infectierisico).
○ Patiënten moeten bij koorts of keelpijn direct een arts raadplegen.
○ Tijdens de zwangerschap neemt de concentratie van TBG toe, waardoor de
hoeveelheid vrij schildklierhormoon daalt. Hierdoor kan het gebruik van thyreostatica
in het derde trimester vaak worden gestopt.
○ In de zwangerschap heeft propylthiouracil de voorkeur boven thiamazol of carbimazol,
vanwege het teratogene effect (risico op aangeboren afwijkingen) van de laatste twee
middelen.
• Kaliumjodide: vorm van jodium die in hoge dosis de schildklier remt.
○ In hoge doses remt kaliumjodide de aanmaak en afgifte van schildklierhormoon, en
ook de opname van jood door de schildklier.
○ Het wordt toegepast ter voorbereiding op een strumectomie (operatieve verwijdering
van (een deel van) de schildklier).
○ Bijwerkingen: acne, allergische reacties, waaronder angio-oedeem (plotselinge
zwelling van huid of slijmvliezen) en exantheem (huiduitslag). Allergie voor jodide
komt regelmatig voor, ook bij gebruik van contrastvloeistoffen.
• Radioactief jodium-131: radioactieve vorm van jodium die schildklierweefsel vernietigt.
Wordt door de schildklier opgenomen en vernietigt het schildklierweefsel via
Farmacotherapie AGZ Pagina 2
, ○ Wordt door de schildklier opgenomen en vernietigt het schildklierweefsel via
inwendige bestraling.
○ Toegepast wanneer de schildklier snel uitgeschakeld moet worden, bijvoorbeeld bij
schildkliercarcinoom (kanker van de schildklier) na strumectomie om resterend
weefsel te vernietigen. De behandeling vindt plaats klinisch in een stralingsbeveiligde
kamer.
○ Radioactief jodium-131 mag niet worden gegeven tijdens de zwangerschap of
borstvoeding (lactatie).
Farmacotherapie AGZ Pagina 3