Oefenexamen/tentamen voor de Toelatingstoets psychologie
van Erasmus
Leren door begrippen!
Voor aankoop, eerst het advies om enkele bladzijde in te zien!
Nu ook beschikbaar in bundel in combinatie met de samenvatting!
Door: Studiebegrip, Leer door begrippen.
1
, Gemaakt door: StudieBegrip
Vragen 1 t/m 10
1. Welke van de 4 D’s verwijst naar gedrag dat het dagelijks functioneren belemmert?
A. Deviance
B. Dangerousness
C. Dysfunction
D. Distress
2. Wat is volgens Öhman de belangrijkste variabele die sociale angst voorspelt?
A. Behavioral inhibition
B. Neuroticisme door opvoeding
C. Conditionering door neutrale gezichten
D. Mate van sociale vaardigheden
3. Wat beschrijft een Z-score?
A. De mediaan van een verdeling
B. Het aantal standaarddeviaties dat een waarde van het gemiddelde afligt
C. De relatieve spreiding van twee variabelen
D. De symmetrie van een dataset
4. Waarom wordt klassieke conditionering gezien als een passieve vorm van leren?
A. Het organisme moet actief gedrag uitvoeren voor een beloning
B. Het organisme legt automatisch associaties zonder actief gedrag te vertonen
C. Het organisme kiest wanneer het leert
D. Het gedrag wordt vooral gevormd door straf
5. Wat is een voorbeeld van negatieve bekrachtiging?
A. Het krijgen van een compliment
B. Het afnemen van een telefoon
C. Het stoppen van een vervelend geluid als je je gordel omdoet
D. Het krijgen van een boete
6. Binnen de Leader-Member Exchange (LMX) theorie hoort bij de In-Group onder
andere:
A. Minimale communicatie met de leider
B. Alleen uitvoering van wat strikt gevraagd wordt
C. Nauw contact en een gevoel van verantwoordelijkheid
D. Weinig tot geen ontwikkelmogelijkheden
7. Wat is een kenmerk van een variabel response-based reinforcement schema?
A. Beloning na vast tijdsinterval
2