100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting MANP AGZ HU Farmacotherapie 1: farmacokinetiek & -dynamiek (inclusief 2 oefentoetsen met informatie uit de hoorcolleges)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
41
Geüpload op
04-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting farmacokinetiek & -dynamiek (onderwerp 1 van farmacotherapie). - Het vak wordt in het eerste jaar gegeven van de MANP AGZ aan HU. - Inclusief 2 meerkeuze oefentoetsen (met antwoorden) met informatie uit de hoorcolleges.

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 1.1 t/m 1.6, hoofdstuk 2.1 t/m 2.9
Geüpload op
4 januari 2026
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

1 Farmacotherapie: Farmacokinetiek/Farmacodynamiek - Voorbereiding/theorie
vrijdag 26 september 2025 15:00
➢ Boek: Toegepaste geneesmiddelenkennis

Hoofdstuk 1 Inleiding

- Geneeskrachtige werking van planten werd al in de oudheid ontdekt; veel moderne medicijnen
zijn hiervan afgeleid.
- Voor registratie in Nederland moet een geneesmiddel vier ontwikkelingsstadia doorlopen; het
Zorginstituut bewaakt ook kosten via het Geneesmiddel Vergoedingssysteem (GVS).
- Voorschrijven: alleen artsen, tandartsen en verloskundigen mogen UR-geneesmiddelen
voorschrijven; sommige verpleegkundig specialisten en physician assistants mogen dit beperkt
binnen hun specialisme:
• Strenge eisen voor elektronische recepten.
• Kennis van farmacologische principes is essentieel:
○ Wat doet het middel in het lichaam (werking, bijwerkingen, interacties)?
○ Welke patiëntgroepen hebben speciale aandacht nodig?
○ Verpleegkundigen observeren effecten en geven voorlichting.

1.1 Geschiedenis van de farmacotherapie
- Oudheid: geneeskrachtige planten. Voorbeeld: teenwilg was de voorloper van salicylzuur.
Datura stramonium bevat de stof atropine.
- In de middeleeuwen werd vingerhoedskruid en lelietje-van-dalen gebruikt tegen oedeem;
digoxine uit vingerhoedskruid bij hartfalen.
- Toevalsontdekkingen:
• Penicilline (1928 door microbioloog Fleming).
• Orale anticoagulantia (cumarinederivaten uit zoete klaver).
- Dierlijke bronnen:
• Insuline kwam vroeger uit de pancreas van runderen en varkens. Echter nu humane
insuline via genetisch gemodificeerde organismen.
• Groeihormoon komt oorspronkelijk uit menselijke hypofyse, later recombinant-DNA-
techniek.
- Genetische manipulatie: DNA overbrengen tussen organismen door productie van humane
eiwitten in transgene dieren. Voorbeeld: factor VIII/IX voor hemofilie.
- Medicijnen worden nu vaak doelgericht ontworpen op basis van pathologische en
biochemische veranderingen.

1.2 Wettelijke bepalingen

1.2.1 Begripsomschrijving
- Pharmakon: oorspronkelijk werkzame stof of giftig kruid, later ‘geneesmiddel’.
- Geneesmiddelenwet: substantie bedoeld voor:
• Genezen of voorkomen van ziekte.
• Medische diagnose.
• Beïnvloeding van fysiologische functies
- Indeling geneesmiddelen:
• UR: alleen op recept
• UA: zonder recept, via apotheker
• UAD: zonder recept, alleen onder toezicht drogist
• AV: algemeen verkrijgbaar
- CBG: houdt toezicht op veiligheid, werkzaamheid en kwaliteit.

1.2.2 Voorschrijven
- Voorbehouden handeling volgens Wet BIG.
- Bevoegd: artsen, tandartsen, verloskundigen; sinds 2011 ook verpleegkundig specialisten en
physician assistants (met beperkingen).
- Voor specialistische verpleegkundigen gelden voorwaarden: diagnose door arts, volgen
richtlijnen/protocollen en enkel patiënten die bekend zijn.

Farmacotherapie AGZ Pagina 1

, richtlijnen/protocollen en enkel patiënten die bekend zijn.
- Off-label voorschrijven: gebruik buiten registratietekst; regels: informed consent, overleg met
apotheker, afweging risico/nut, voorkeur voor geregistreerd middel indien beschikbaar.

1.2.3 Het recept
- Schriftelijke aanwijzing voor apotheker met verplichte gegevens: voorschrijver, patiënt, datum,
geneesmiddel (naam, sterkte, toedieningsvorm), dosering, totale hoeveelheid, instructies,
paraaf/handtekening.
- Sinds 2014: UR-geneesmiddelen via elektronisch recept (opiumwetmiddelen nog op papier).
- In recepten wordt er veel gebruik gemaakt van afkortingen. Voorbeelden: R/ (recipe), D. (da)
en S. (signa).

1.2.4 Het uitzetten van geneesmiddelen
- Geen voorbehouden handeling, maar risicovol, want iedereen mag het doen.
- Toediening via injectie of infuus is een voorbehouden handeling; kan in opdracht of bij
functionele zelfstandigheid.
- Beroepsbeoefenaar is zelf verantwoordelijk voor handelen en verantwoording.
Aansprakelijkheid wordt bepaald door rechter op basis van omstandigheden en protocollen.

1.3 Het verstrekken van geneesmiddelen door verpleegkundigen
- Verpleegkundigen moeten binnen hun deskundigheid en bekwaamheid blijven; instanties zoals
de Inspectie voor de Gezondheidszorg stellen voorwaarden.
- Taken verpleegkundigen bij medicatiegebruik:
• Ondersteunen en voorlichten van patiënten.
• Uitdelen of toedienen van medicijnen als de patiënt dat zelf niet kan.
• Controleren op juist gebruik, werking, bijwerkingen en therapietrouw.
- Opdracht tot verstrekking:
• Via invoer in het elektronisch voorschrijfsysteem (EVS).
• Incidentele opdracht genoteerd en geparafeerd op ‘medische afspraken’
- Controle bij toediening:
• Medicijn, dosering, patiënt, tijdstip en route worden gecontroleerd
• Eventueel door een collega laten controleren (dubbelcheck).
- Richtlijnen voor veilige toediening:
• Raadpleeg dossier en medicatieopdracht
• Identificeer de patiënt (naam, geboortedatum, polsbandje)
• Controleer werking, bijwerkingen, interacties, dosering
• Voorlichting aan de patiënt over doel, werking, inname en effecten
- Toedieningsvormen:
• Enteraal: via maag- of PEG-sonde.
• Parenteraal: via injectie of infuus.
- Zelfinname door patiënt: verpleegkundige controleert daadwerkelijk innemen en wijst op
bijwerkingen en interacties.

1.4 Medicatiefouten
- Medicatiefouten leiden tot ziekenhuisopnamen en soms sterfgevallen:
• 5,6% van 738.000 spoedopnamen in Nederland is gerelateerd aan medicatie
• Jaarlijks ~1.250 doden door medicatie.
• Meeste fouten bij voorschrijven (61%), controle op gebruik (25%), toediening (13%) en
uitgifte (1%).
- Risico’s toenemen bij polyfarmacie, zelfmedicatie en internetmedicatie (60–97% nep of
verkeerde dosering).
- Registratie en analyse: NVZA Centrale Medicatie-incidenten Registratie (CMR) om trends en
risicovolle situaties te identificeren.

1.4.1 Medicatiefouten voorkomen
- Maatregelen:
• Verminderen polyfarmacie en medicatiebeoordeling.
• Begeleiding bij opname en ontslag.

Farmacotherapie AGZ Pagina 2

, • Begeleiding bij opname en ontslag.
• Elektronisch voorschrijfsysteem (EVS) ondersteunt en voorkomt leesfouten.
• Risicoreductie bij overdracht: actuele medicatie-overzichten beschikbaar binnen 24 uur.
- Richtlijn medicatieoverdracht (2008, herzien 2014):
• Doel: fouten bij overdracht voorkomen, patiëntveiligheid vergroten.
• Essentieel:
○ WbP: toestemming van de patiënt.
○ WGBO: adequate informatie (WGBO)
○ Kwaliteitswet/wet BIG: systematische kwaliteitsborging.
- Medicatieoverzicht: registratie van alle geneesmiddelen per patiënt inclusief:
• Dosering, toedieningsvorm, gebruiksperiode, start/stopredenen.
• Voorschrijvers, verstrekkende apotheken.
• Patiëntkenmerken: BSN, naam, geboortedatum, geslacht, adres.
• Contra-indicaties, allergieën, ernstige bijwerkingen.
• Aanvullend: laboratoriumgegevens en indicatie voor dosering.

1.5 Therapietrouw
- Therapietrouw: mate waarin patiënt het voorschrift van arts volgt.
- Belang: slechte therapietrouw vermindert farmacotherapeutisch effect; 50-70% van chronisch
zieke patiënten stopt vroegtijdig met medicatie.
- Gerelateerde termen:
• Compliance: mate van overeenkomst met voorschrift.
• Adherence: mate van opvolging, met erkenning van vrije keuze van patiënt.
• Concordantie: gezamenlijk besluit van arts en patiënt, rekening houdend met
voorkeuren.
- Vormen van therapieontrouw:
• Niet afmaken van antibioticakuur.
• Verkeerd tijdstip van inname.
• Drug-holiday: stoppen of onderbreken van chronische medicatie.
• Tegelijk innemen van geneesmiddelen met wisselwerkingen.
- Oorzaken van therapieontrouw:
• Begrijpen: verkeerde uitleg van instructies.
• Willen: twijfelen aan noodzaak of hoeveelheid, angst voor bijwerkingen, geen
vertrouwen in arts.
• Kunnen: onhandige toedieningsvorm, complex schema, vergeten inname.
- Gevolgen: bijwerkingen, resistentie, ziekenhuisopnamen. Bijvoorbeeld 400 ischemische
hartpatiënten per jaar door vroegtijdig stoppen van cholesterolverlagers.

1.5.1 Verbetering van therapietrouw
- Patiëntgerichtere zorg en educatie.
- Gesprekken over opvattingen van patiënt door arts of verpleegkundige
- Motivational interviewing om gedrag te beïnvloeden

1.6 Kostenbeheersing
- Beleid: Overheid bepaalt maximumprijzen en vergoedingslimieten via het
Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS)
- Indeling geneesmiddelen:
○ Vervangbare geneesmiddelen: gelijksoortig, geen klinisch relevante verschillen →
vergoedingslimiet
○ Niet-clusterbare geneesmiddelen: volledige vergoeding bij toelating
- Wet geneesmiddelenprijzen (WGP, 1996):
○ Maximaal inkoopprijzen gebaseerd op gemiddelde van vier referentielanden (Duitsland,
België, Frankrijk, VK)
○ Halfjaarlijkse aanpassing via Regeling maximumprijzen geneesmiddelen (RMG)
- Praktijkvoorbeelden:
○ ADHD-medicatie: duurdere middelen deels eigen bijdrage, goedkopere alternatieven
volledig vergoed
Protonpompremmers: vanaf 2012 alleen vergoeding bij chronische aandoening; eerste

Farmacotherapie AGZ Pagina 3

, ○ Protonpompremmers: vanaf 2012 alleen vergoeding bij chronische aandoening; eerste
recept nieuwe gebruik zelf betalen.


Hoofdstuk 2 Het geneesmiddel

2.1 Indeling
- Indelingsmogelijkheden:
• Naar toepassingsgebied. Voorbeelden: antidepressiva, slaapmiddelen, anti-epileptica,
antihypertensiva.
• Naar chemische verwantschap. Voorbeeld: steroïden.
• Naar werking.
- Soorten werking:
• Causale (curatieve) werking: bestrijd de oorzaak. Voorbeeld: penicilline bij pneumonie.
• Profylactische (preventieve) werking: voorkomt een aandoening. Voorbeeld:
anticoagulantia tegen trombose.
• Symptomatische werking: bestrijdt alleen symptomen, niet de oorzaak. Voorbeeld:
paracetamol na een operatie.
• Substitutiewerking: vult een tekort aan. Voorbeeld: insuline bij diabetes.
• Placebowerking: geen werkzame stof, maar lijkt op geneesmiddel (gebruikt in
onderzoek)

2.2 Nomenclatuur (naamgeving)
- Chemische bruto formule: geeft samenstelling, maar niet de rangschikking van atomen. Ook
zegt het weinig over eigenschappen.
- Structuurformule: toont eigenschappen. Bijvoorbeeld belangrijk bij overgevoeligheid voor
verwante stoffen.
- Chemische naam: afgeleid van structuurformule, relevant voor chemici en farmacologen.
- Pijnstillers verdeeld in chemisch verwante groepen. Bij overgevoeligheid voor één middel uit
een groep heeft het geen zin om ander verwant middel te proberen en kan je beter
overstappen naar andere groep.
- Naamgeving in praktijk:
○ Internationale stofnaam (generieke naam): door WHO vastgesteld. Voorbeeld:
digoxinum.
○ Handelsnaam (merknaam): door fabrikant gegeven. Voorbeeld: lanoxin.
○ ® symbool: betekent een beschermd handelsmerk.

2.3 Toedieningsvormen
- Drie hoofdvormen voor toediening van geneesmiddelen: droge, natte en vette vorm.

2.3.1 Droge toedieningsvormen
- Poeder:
• Voordelen: makkelijk te doseren in sachets.
• Nadelen:
○ Verspreidt zich in mond, wat zorgt voor een sterke smaak
○ Trekt water aan, wat van invloed is op de houdbaarheid.
○ Vaak vermengd met indifferente stof om volume te vergroten.
○ Voorbeelden: carbasalaatcalcium (Ascal) en acetylcysteïne (Fluimucil).
- Pillen:
• Vroeger veel gebruikt: bolletjes met werkzame stof in combinatie met bindmiddel.
Bijvoorbeeld dropwater.
• Nadeel: onbetrouwbare bereiding. Soms blijven ze te hard (waardoor het niet wordt
opgenomen) en soms worden ze te snel zacht.
• Tegenwoordig vervangen door tabletten en capsules.
- Tabletten:
• Samengesteld uit onder hoge druk geperst poeder met hulpstoffen. Voorbeelden:
zetmeel, cellulose, lactose.
• Resorptiesnelheid afhankelijk van compressie en hulpstoffen.


Farmacotherapie AGZ Pagina 4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lisabeer Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
116
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
73
Documenten
10
Laatst verkocht
7 maanden geleden

4,5

11 beoordelingen

5
6
4
4
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen