Week 1
J. Tasioulas, ‘Are human rights anything more than legal conventions?’
Wat zijn mensenrechten precies en hoe kunnen ze gerechtvaardigd worden?
Sommigen zien mensenrechten vooral als juridische afspraken, vastgelegd in documenten
zoals de UVRM en de wetten die daarop gebaseerd zijn. Volgens deze benadering bestaan
mensenrechten alleen omdat ze in de wet zijn vastgelegd.
Jeremy Bentham noemde natuurlijke rechten, onafhankelijk van wetten, ‘onzin op stelten’.
Kritiek:
- Niet alle staten ratificeren (ondertekenen) mensenrechtenverdragen of voegen
uitzonderingen toe.
Vb. Saoedi-Arabië accepteert mensenrechtenverdragen, maar maakt deze
ondergeschikt aan de islamitische wet.
- Mensenrechtenwetgeving richt zich meestal op staten, maar niet op bedrijven.
Vb. Als een multinational kinderarbeid gebruikt in een land waar dat niet illegaal is, is
het formeel gezien niet in strijd met de lokale wetgeving. Toch zien veel mensen dit
als een schending van mensenrechten.
- Wetgeving weerspiegelt menselijke keuzes, die feilbaar (onvolledig/fout) zijn. Ze
reflecteren politieke keuzes en kunnen in de tijd veranderen.
Tasioulas: ‘Mensenrechten hangen niet alleen af van wat in wetten staat. Ze moeten worden
gezien als morele rechten die simpelweg bestaan omdat we mens zijn, los van of ze wettelijk
worden erkend. Wetgeving zou deze rechten moeten weerspiegelen, niet andersom.’
Richard Rorty en John Rawls: Mensenrechten hoeven niet gebaseerd te zijn op een objectieve
waarheid (zoals morele of natuurlijke principes die altijd en overal gelden). Mensenrechten
komen voort uit sociale normen en culturele gewoonten in liberale democratieën.
Vb. In Nederland wordt het recht op vrijheid van meningsuiting of gelijkheid
vanzelfsprekend geacht, omdat dit past bij onze cultuur en waarden.
Tasioulas: ‘Deze visie is problematisch, omdat sociale normen en culturele waarden
veranderlijk zijn. Als mensenrechten alleen gebaseerd zijn op wat een samenleving op een
bepaald moment belangrijk vindt, kunnen ze verdwijnen als de normen veranderen.’
Tasioulas stelt dat mensenrechten gebaseerd moeten zijn op:
- Universele belangen: dingen die alle mensen belangrijk vinden, ongeacht cultuur of
tijdperk (vriendschap, kennis, spel).
- De intrinsieke waarde van elk mens: ieder mens is waardevol omdat hij/zij mens is en
dat maakt dat iedereen bepaalde rechten heeft.
,S. DeGooyer & A. Hunt, ‘Nothing but Human: On ‘The Right to Have Rights’
Hannah Arendt stelde dat mensen een fundamenteel recht nodig hebben – het ‘recht om
rechten te hebben’ – voordat ze de zogenoemde onvervreemdbare mensenrechten kunnen
genieten. Dit recht verwijst naar het lidmaatschap van een georganiseerde politieke
gemeenschap, zoals staatsburgerschap, dat noodzakelijk is om andere rechten (burgerlijke,
politieke en sociale) daadwerkelijk te kunnen uitoefenen.
- Paradoxaal: in theorie zouden mensenrechten universeel moeten zijn, terwijl in de
praktijk staatsburgerschap de voorwaarde werd om die rechten te hebben.
Na WOI werd het concept van mensenrechten op de proef gesteld toen miljoenen mensen in
Europa zonder staatsburgerschap leefden. Deze mensen vielen in twee groepen:
1. Nationale minderheden: Groepen die wel burgers waren van een land, maar als
minderheid binnen de dominante cultuur niet altijd juridische bescherming genoten.
2. Staatlozen: Mensen die door massale denationalisatie elk staatsburgerschap verloren.
Beide groepen waren gereduceerd tot ‘louter mens-zijn’ zonder politieke gemeenschap. Ze
waren ‘mens en niets dan mens’.
Mensenrechten zijn bedoeld als bescherming voor iedereen, simpelweg omdat ze mens zijn.
Dit idee is gebaseerd op een concept van een ‘menselijke natuur’ die rechten garandeert. In
theorie zijn deze rechten ‘onvervreemdbaar,’ onafhankelijk van nationaliteit, religie of enige
andere status. Maar in de praktijk boden mensenrechten geen bescherming voor de
minderheden en staatlozen.
Seyla Benhabib, een Turks-Amerikaanse politieke theoreticus, leverde een belangrijke
bijdrage aan de interpretatie van het concept. Zij stelde dat het ‘recht om rechten te hebben’
verwijst naar twee verschillende soorten rechten:
- Een moreel recht dat alle mensen bezitten simpelweg omdat ze mens zijn.
- Juridische rechten die alleen beschikbaar zijn voor burgers van een natiestaat.
Mensenrechten worden gezien als intrinsiek aan het menselijk bestaan en onafhankelijk van
nationaliteit, etniciteit of andere specifieke status. Historische documenten zoals de
Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, de Verklaring van de Rechten van de Mens en de
Burger, en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stellen dat deze rechten
‘onvervreemdbaar’ zijn.
Tijdens WOII werd menselijkheid een teken van extreme kwetsbaarheid, met als gevolg het
systematische geweld tegen bijvoorbeeld Joodse mensen.
Arendt concludeert dat burgerschap in de praktijk het recht is dat de uitoefening van andere
mensenrechten mogelijk maakt. Hoewel mensenrechten theoretisch universeel zijn, blijkt in
de praktijk dat zij alleen effectief zijn binnen de context van een georganiseerde politieke
gemeenschap.
,Leerdoelen week 1
Uit te leggen wat rechtsfilosofie is.
Rechtsfilosofie is een tak van de filosofie die nadenkt over de grondslagen van het recht. Het
gaat niet alleen over de wetten die er zijn (= positieve recht), maar ook over waarom we
wetten hebben, wat ze rechtvaardig maakt en welke principes achter die wetten horen te
zitten.
- Rechtvaardigheid: Wat maakt een wet eerlijk of juist?
- Legitimiteit: Waarom mogen wetten mensen verplichten iets te doen of te laten? Zijn
wetten altijd moreel juist?
- Mensenrechten: Waarom bestaan mensenrechten? Zijn ze universeel, of verschillen ze
per cultuur?
- De relatie tussen recht en moraal: Is het recht altijd moreel goed of kunnen er ook
onrechtvaardige wetten bestaan?
Een onderscheid te maken tussen de legaliteit en legitimiteit van mensenrechten.
Legaliteit van mensenrechten verwijst naar het formele, juridische kader waarin
mensenrechten worden vastgelegd, zoals in verdragen, wetten of grondwetten. Het benadrukt
de naleving van mensenrechten door staten en organisaties binnen de juridische systemen.
Legitimiteit van mensenrechten betreft de morele en filosofische rechtvaardiging van
mensenrechten, los van hun juridische vastlegging. Legitimiteit vraagt waarom
mensenrechten bestaan en op welke fundamentele principes ze zijn gebaseerd.
Uit te leggen wat Arendt bedoeld met het 'recht om rechten te hebben.’
Arendt stelde dat het ‘recht om rechten te hebben’ verwijst naar het fundamentele recht om
deel uit te maken van een georganiseerde politieke gemeenschap (staatsburgerschap). Dit
recht is essentieel omdat het de basis vormt voor het uitoefenen van andere rechten, zoals
burgerlijke, politieke en sociale rechten.
Na WOI en WOII leefden miljoenen staatlozen en minderheden zonder toegang tot een
politieke gemeenschap. Zij waren gereduceerd tot ‘louter mens-zijn,’ zonder bescherming
door mensenrechten.
In de praktijk kunnen mensenrechten alleen worden gegarandeerd binnen een politieke
gemeenschap. Het ‘recht om rechten te hebben’ is daarom het recht om erkend te worden als
lid van zo'n gemeenschap.
, Week 2
T. Mertens, Mens & mensenrechten: basisboek rechtsfilosofie
Eigenlijke betekenis van begrippen als ‘de staat’ en het ‘eigendomsrecht’ wordt pas duidelijk
door te kijken welk gestalte ze aannemen in een concrete, historisch bepaalde gemeenschap.
Legaliteit: is een bepaalde wettelijke regeling of een juridische uitspraak in overeenstemming
met het geldende recht?
Legitimiteit: maatschappelijke aanvaarding en morele aanvaardbaarheid ervan. Legitimiteit
van het positieve recht wordt vandaag de dag veelal gevonden in het idee van mensenrechten.
Van de oudheid naar 1948 (UVRM)
Oudheid
- Christendom: menselijke waardigheid vooral van belang in het rijk van Christus.
- Plato: geen menselijke waardigheid in een hiërarchische samenleving.
- Stoa (school van filosofie): menselijke waardigheid op individueel niveau.
Middeleeuwen
- Rechten toegekend door de vorst binnen de feodale samenleving.
- Magna Carta (1215): document waarin de vorst neerschrijft welke rechten individuen
hebben vb. ‘To no one will we sell, to no one will we deny or dely right or justice.’
17e en 18e eeuw
- Oorsprong van mensenrechten.
- Ieder individu gaat voor zichzelf nadenken en bepalen, je kunt je niet verschuilen
achter religie. Dogmatische tradities worden bevraagd.
- Emancipatie van de mens (Verlichting): mensen kregen meer vrijheid en autonomie.
- Sociaal contract als denkexperiment (drie fases): fictieve natuurtoestand, afspraken
maken tussen burgers (maatschappelijk verdrag), Staat.
- Soms in opstand komen; als het maatschappelijk verdrag doorkruist wordt.
1776: Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring ‘Wij beschouwen deze waarheden als
vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door hun schepper
met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, dat zich daaronder bevinden het leven, de
vrijheid en het nastreven van geluk.’
1789: Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger ‘Mensen worden
vrij en met gelijke rechten geboren en blijven dit. Maatschappelijke verschillen kunnen
slechts op het algemeen welzijn gebaseerd worden. Het doel van iedere politieke vereniging is
het behoud van de natuurlijke en onvervreemdbare rechten van de mens; deze rechten zijn de
vrijheid, het bezit, de veiligheid en het verzet tegen onderdrukking.’