Thema 5: Gaswisseling en uitscheiding
Basisstof 1: Gaswisseling
Het ademhalingsstelstel: (Binas TB 83A) bestaat uit de longen en de luchtwegen
Delen van ademhalingsstelsel met functies:
• Neusholte met reukzintuig bekleed met neusslijmvlies
- In de neusholte wordt lucht gereinigd, gekeurd, verwarmd (door bloedvaten in
neus/keelholte) en vochtig gemaakt (slijmvliezen)
• Trilhaarepitheel met slijm producerende cellen en trilhaarcellen
- Aan slijm blijven kleine stofdeeltjes en ziekteverwekkers kleven
- Slijm wordt door beweging van trilharen naar de keelholte verplaatst
• Luchtpijp met trilhaarepitheel
- Door hoefijzervormige kraakbeenringen in de wand blijft de luchtpijp open staan
• Bronchiën met trilhaarepitheel en kraakbeenringen
• Bronchiolen
- Kunnen zich door spierweefsel in de wand vermijden en vernauwen
• Longblaasjes met longhaarvaten
- In longblaasjes vindt gaswisseling plaats
- Een groot oppervlak, dunne wand en een groot verschil in zuurstof- en
koolstofdioxidespanning bevorderen de gaswisseling → kijk hieronder ‘gaswisseling’
Gaswisseling (in longblaasjes)
- O2 en CO2 worden uitgewisseld door
middel van diffusie
- Gassen lossen eerst op in het vocht in
het longblaasje voordat het
uitgewisseld naar het bloed of de lucht
- Het verschil in zuurstoffenspanning
(pO2) en koolstofdioxidespanning
(pCO2) bepaalt de diffusie snelheid
- Een groot deel van CO2 wordt door
het bloedplasma vervoerd, het andere
deel wordt gebonden aan
hemoglobine
Transport van zuurstof
- Rode bloedcellen bevatten hemoglobine (Hb) waar O2 en CO2 aan kan
binden
- De binding tussen zuurstof en hemoglobine is een evenwichtsreactie →
- De pO2 van een omgeving bepaalt welke richting de reactie op verloopt
,Thema 5: Gaswisseling en uitscheiding Havo 5
Transport van koolstofdioxide (Binas TB 83E)
- In de longhaarvaten laten de CO2 moleculen los van hemoglobine
- De longen kunnen door aanpassing van de longventilatie de uitscheiding van CO2 reguleren
- De pH van het bloed wordt beïnvloed door pCO2 → wanneer de pCO2 toeneemt, daalt de pH en
komen er meer O2 moleculen vrij
CO2 wordt op 3 manieren vervoerd:
- In het bloedplasma (7%)
- Gebonden aan Hb (23%)
- Via het bloed als HCO3- (70%)
H2O + CO2 → HCO3- + H+
Verzadigingskromme (Binas TB 83D): geeft weer hoeveel % O2 er
aan Hb gebonden is
➔ Een dalende pH zorgt voor meer O2 afgifte van Hb
Gaswisseling in planten
Via huidmondjes gaat CO2 naar binnen en waterdamp en zuurstof naar buiten (gaswisseling)
- Bevinden zich vooral onderaan bladeren
- Huidmondjes kunnen open, dus er is een hoge turgor in de stuitcellen → voor opname van water
- Huidmondjes kunnen dicht, dus er is een lage turgor in de stuitcellen → voor watertekort (dicht
zorgt voor vermindering water verlies)
- Waterverlies kan worden beperkt door de huidmondjes te sluiten → belemmert de opname van
CO2 en daarmee de fotosynthese
, Thema 5: Gaswisseling en uitscheiding Havo 5
Basisstof 2: Longventilatie
Ademhalingsspieren
- De buitenste tussenribspieren trekken de ribben en borstbeen omhoog en naar voren
- De binnenste tussenribspieren trekken de ribben borstbeen omlaag
- De middenrifspieren kunnen het middenrif afplatten
Borstholte en longvlies
Longvlies en borstvlies aan elkaar ‘geplakt’ door laagje vocht en onderdruk. Daardoor kan het
bewegen maar zit het ook aan elkaar vast
➔ Borstvlies: vergroeid met ribben, binnenste tussenribspieren en middenrifspieren
➔ Longvlies: vergroeid met longen
Longweefsel: is elastisch en verkeert in de uitgerekte toestand
2 manieren voor longventilatie:
- Ribademhaling: ribben en borstbeen bewegen (borstademhaling)
- Middenrifademhaling (buikademhaling)
Inademen
➔ Rustig inademen
- Buitenste tussenribspieren spannen aan - - > ribben en
borstbeen komen omhoog
- Middenrif spant aan (middenrif plat af)
- Volume van borstholte → onderdruk in longen ten op zichtte
van buitenlucht → lucht stroomt longen in
➔ Diepe inademing
- Spieren in hals trekken ook samen - - > ribben en borstbeen
komen extra naar voren
- Ribben komen naar voren → borstholte wordt groter ten op
zichtte van buitenlucht → lucht stroomt longen in