,
, Hoofdstuk 1 – Inkoop in Vogelvlucht
1.1 Begripsbepaling Inkoop
Inkoop betekent meer dan alleen iets kopen. Het gaat om het professioneel organiseren van alles wat een
bedrijf van buitenaf nodig heeft om goed te kunnen werken. Inkoop kan op drie manieren worden gezien:
Als aanschaf: een bedrijf koopt producten of diensten, bijvoorbeeld grondstoffen, software of
schoonmaakdiensten.
Als functie: inkoop is een taak die uitgevoerd kan worden door verschillende medewerkers binnen
hun rol.
Als afdeling: een aparte groep binnen de organisatie die alle aankopen organiseert en controleert.
Moderne inkoop helpt een bedrijf om sterk te blijven in een omgeving waar markten, prijzen en technologie
snel veranderen. Volgens recent onderzoek (Monczka et al., 2022) is het doel van inkoop niet alleen kosten
verlagen, maar ook risico’s beperken en waarde toevoegen.
Belangrijke eisen aan inkoop zijn:
Minder afhankelijk worden van leveranciers en concurrenten.
Leveranciers zoeken die meedenken over nieuwe technologie en innovaties.
Zorgen dat leveranciers een echte meerwaarde bieden, bijvoorbeeld door betere kwaliteit, lagere
milieu-impact of snellere levering.
Een vaak gebruikte definitie van inkoop is: alles waarvoor een factuur van een externe partij komt.
Tegenwoordig gaat het echter niet alleen om aanschaffen, maar ook om hoe inkoop bijdraagt aan de strategie
en winstgevendheid van het bedrijf (Van Weele, 2018).
Inkoop is onderdeel van een grotere keten.
Bedrijven werken samen om producten of diensten te leveren aan de eindklant. Binnen dit proces zijn er drie
niveaus van inkoop:
Strategisch: de bedrijfsstrategie vertalen naar een inkoopstrategie. Bijvoorbeeld beslissen met welke
leveranciers langdurig wordt samengewerkt.
Tactisch: het beheren van leveranciers en afspraken op de middellange termijn.
Operationeel: de dagelijkse bestellingen en het contact met leveranciers regelen.