Verpleegkundige vaardigheden deel 2, wonden
De drie belangrijkste fasen bij wondgenezing zijn:
1) Ontstekingsfase (reactie): is de fase die gekenmerkt wordt door een acute ontstekingsreactie en
opruiming van dood weefsel en bacteriën. Treedt op na verwonding en duurt ongeveer tot twee a
vijf dagen.
- Er ontstaat bloeding (door Vasodilatatie) – spoelt viezigheid eruit
- Sereus vocht lekt in het weefsel (door histamine en prostaglandine)
- Rode, gezwollen en gevoelige wond door plasma en elektrolyten die in de interstitiële
ruimte oedeem veroorzaken
- Stollingsfase (coagulatiefase): door histamine; het bloeden stopt
- Rubor (roodheid), calor (warmte), dolor (pijn), tumor (zwelling) functio laesa (functieverlies)
2) Regeneratie- of granulatiefase: Begint tussen ongeveer 2 dagen a 3 weken en eindigt 14 tot 24
dagen; er vindt hierbij een snelle groei van epitheelcellen plaats om een beschermende laag over de
wond te vormen.
- Deze fase zorgt voor de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen naar het nieuwe
gevormde weefsel.
- Bindweefselreorganisatie, epithelisatisatie en wondcontractie. De collageenvezels
vergroten de weefselsterkte van de wond door remodellering van de collageenvezels. De zeer
actieve, jonge bindweefselcellen (myofibroblasten), zorgen voor samentrekking van de wondranden
en wondcontractie. Op dat moment start ook de nieuwvorming van epitheel (epithalisatie) Dit
beschermt de wond tegen het indringen van micro-organismen en vochtverlies.
- Tijdens epithelialisatie worden er nieuwe epitheelcellen gevormd die naar het centrum
migreren. Nieuw granulatieweefsel wordt niet meer gevormd en vanuit de randen begint de
verdikking en verankering van de epidermis. De vorming van het litteken kan beginnen.
3) Remodelleringsfase: begint tussen de 14e en 21e dagen na de verwonding en kan wel twee jaar
duren. Tijdens deze fase krimpt het litteken en wordt dunner. Het wordt minder rood, omdat de
haarvaatjes teruglopen. Littekenweefsel bevat minder melanocyten en is dus lichter van kleur;
Wondclassificatie:
Je kan de wond classificeren op grond van:
- De oorzaak (opzettelijk of niet opzettelijk)
- De reinheid: schoon, gecontamineerd (bacteriën die geen schade ondervinden) of geïnfecteerd
- De diepte: oppervlakkig, ondiep of diep
- De kleur
,Er is een rood-geel-zwart classificatie systeem
Men classificeert open wonden die genezen door een secundaire of een vertraagde primaire
wondgenezing bij zowel acute als chronische wonden.
Rode wonden: kunnen zich in de ontstekings-, regeneratie-, of modelleringsfase bevinden. Een wond
kan pas genezen als er een rood wondbed bestaat, wat kan granuleren. Een rode wond moet dus
schoon en vochtig worden gehouden.
Gele wonden: zijn geïnfecteerd of bevatten fibrineuze afgeworpen huid. Bij gele wonden moet eerst
het ontstekingsmateriaal of het fibrineuze weefsel worden verwijderd en eventuele infectie
(systemisch) worden bestreden.
Zwart wonden: bevatten necrotisch weefsel. Hierdoor zijn deze twee wonden niet klaar om te
genezen. Bij zwarte wonden moet de necrose worden verwijderd, zodat er uiteindelijk een rode
wond ontstaat die kan genezen.
Als de wond meerdere kleuren bevat, moet de meest aanwezige kleur als behandeloptie uitgevoerd
worden
Wond(anamnese)
Heeft als doel: gegevens verzamelen over de patiënt en zijn omgeving om op deze manier een
doelgerichte en effectieve behandeling in te zetten. Een goede wondanamnese is gericht op
medische voorgeschiedenis, familieanamnese en de specifieke wondanamnese. Vraag naar:
- Klachten: Pijn (stekend, scherp, dof of zeurend), Lokalisatie (straalt de pijn uit, of is die aan
te wijzen?) Moment van de klachten en tijdsbeloop, hoe wordt de klacht ervaren, wat betekent de
klacht voor de patiënt, wat is zijn humeur?
- TIME model: is een methodiek om naar lokale verstorende factoren te kijken:
T: Tissue (weefsel): vitaal of niet-vitaal weefsel, necrotisch weefsel?
I: Infection (infectie): mate van contaminatie, kolonisatie, kritische kolonisatie of
infectie. Vertoont de wond tekenen van bacteriële contaminatie of ontsteking?
M: Moisture (vocht): mate van vochtigheid in de wond (nat, vochting en droog),
maar ook de aanwezigheid van oedeem in het omliggende weefsel
E: Edge (wondranden): uiterlijk van de wondranden en wondomgeving
(Tegenwoordig wordt ook de ‘’H’’ van healing erbij genoemd om een beeld te schetsen van de
wondgenezing)
Soorten wondgenezing:
- Primaire wondgenezing: Eenvoudigste vorm van genezing. De wond is zuiver, zonder contaminatie,
necrose en/of vreemde lichamen. Tevens heeft de wond gladde wondranden, doordat de huid
hygiënisch is ingesneden door een operatieve incisie of een traumatologische laceratie. De wond
wordt gesloten door hechtingen, agraves, hechtstrips of lijm. Herstelt heel snel (binnen 72 uur
epitheliseren de eerste laag cellen zich)
, - Secundaire wondgenezing:
Deze wonden genezen door
granulatie. Als het
granulatieweefsel zich
opbouwt, vult het de
opening onder de huid en
de cellen epitheliseren vanaf de rand van de wond om de afsluiting te vormen. Brandwonden,
decubituswonden en wonden waarbij grote stukken huid ontbreken, genezen op deze wijzen. Er zijn
geen randen beschikbaar om naar elkaar toe te worden gebracht en gehecht. Deze wonden hebben
veel kans op het krijgen van infecties als gevolg van vernietiging van de dermis en de langere tijd die
nodig is, voordat genezing optreedt.
- Tertiaire wondgenezing: is een methode die de wond open laat om te genezen. Deze wonden
kunnen niet worden gehecht of er treedt dehiscentie (uiteenwijken van de wond) op of de wonden
zijn geïnfecteerd en moeten vaak worden vervangen om de genezing te bevorderen. Patiënten met
peritonitis (buikvliesontsteking), appendixruptuur (wormvormig aanhangsel is gescheurd) of
diverticulitis (uitstulping in de darmwand, die ontstoken is geraakt) hebben vaak deze soort
wondgenezing nodig. Nadat tien dagen lang de wond is gespoeld en het verband is verwisseld, wordt
de wond gehecht en laat men
deze genezen door middel
van vertraagd primaire en
secundaire wondgenezing;
Factoren die de wondgenezing negatief beïnvloeden:
- Voeding: de calorie-inname moet worden opgevoerd tot 30-35 calorieën per dag per kilo
lichaamsgewicht. Wondgenezing verreist bijna twee keer de gebruikelijke hoeveelheid eiwitten en
koolhydraten dan gebruikelijk. Om het litteken voldoende spankracht te laten krijgen, moet de
inname van de patiënt van vitamine C, ijzer en zink worden verhoogd;
- Algemene fysieke gezondheid: De belangrijkste hindernis bij wondgenezing is infectie. Wanneer de
bloedglucosespiegel voortdurend boven de 7 mmol/l is of het hemoglobine onder de 6.25 mmol/l,
volgen wonden niet de gebruikelijke genezingsfasen. Aandoeningen die de genezing negatief
beïnvloeden: DM, bloedarmoede, uremie, kanker, atherosclerose, infecties en ondervoeding.
- Psychosociale factoren: De patiënt kan zich schamen voor zijn uiterlijke verschijning, zich verminkt
voelen. Lusteloosheid, stress en depressie vertragen het genezingsproces, maar ook de motivatie van
de patiënt en verstandelijke vermogens van de patiënt zijn van invloed.