Protista
Algemeen
- Eencellige organismen
- Enkele tot vele soortgelijke individuen
- Constante celvorm; ovaal, langwerpig, sefrisch
Celvorm verandert naargelang omgeving of leeftiijd
- Sommige hebben een beschermend huisje/schaal
- Vele produceren cysten
Voeding is meestal heterotroof
- osmotroof: opname zonder fagocytosis van in het milieu opgeloste organische
substanties.
- fagotroof: opname door fagocytosis van solide voedselpartikeltjes van dierlijke of
plantaardige
oorsprong
Habitat
- Vrijlevend; kan marien, zoetwater of vochtige grond
- Endoparasitair
Term:
Eukaryoot= Er is een volledige cellulaire infrastructuur met kern en organellen
Voortbeweging
- Cilia en flagella
- Pseudopodia: zijn tijdelijke uitsteeksels van een cel waarmee eencellige organismen
zich voortbewegen en voedsel opnemen.
Voortplanting
- ongeslachtelijk door binaire deling
- veelvuldige deling: celmateriaal neemt nog meer toe voor cel gaat delen
- knopvorming: als moederorganisme niet beweegt/stil zit
geslachtelijk voortplanten door fusie van gameten of conjugatie
Seksuele voortplanting:
, cellen vormen zich om tot een gamont
gamont vormt zich om tot 1 of meer gameten (gamogonie)
bevruchting
gametogamie: vrijzwemmende gameten versmelten
autogamie: gameten van zelfde gamont versmelten
gamontogamie: gamonten versmelten, daarna versmelten gameetkernen
isogamontie: gamonten even groot
anisogamontie: gamonten verschillend in grootte
Diverse processen maar steeds meiose en haploide pronuclei
Voorbeelden
superclassis Rhizopoda (Sarcodina)
nooit cilia of flagellen, wel pseudopodia
geen harde pellicula, soms wel schaaltjes heterotroof
vrijlevend of parasitair
amoeben
Voedselvacuoles: hierin gaat die voedingstoffen opnemen door huid of met zijn
lichaam over voedsel gaan en zo voedsel opneme
superclassis Flagellata (Mastigophora)
Algemeen
- Eencellige organismen
- Enkele tot vele soortgelijke individuen
- Constante celvorm; ovaal, langwerpig, sefrisch
Celvorm verandert naargelang omgeving of leeftiijd
- Sommige hebben een beschermend huisje/schaal
- Vele produceren cysten
Voeding is meestal heterotroof
- osmotroof: opname zonder fagocytosis van in het milieu opgeloste organische
substanties.
- fagotroof: opname door fagocytosis van solide voedselpartikeltjes van dierlijke of
plantaardige
oorsprong
Habitat
- Vrijlevend; kan marien, zoetwater of vochtige grond
- Endoparasitair
Term:
Eukaryoot= Er is een volledige cellulaire infrastructuur met kern en organellen
Voortbeweging
- Cilia en flagella
- Pseudopodia: zijn tijdelijke uitsteeksels van een cel waarmee eencellige organismen
zich voortbewegen en voedsel opnemen.
Voortplanting
- ongeslachtelijk door binaire deling
- veelvuldige deling: celmateriaal neemt nog meer toe voor cel gaat delen
- knopvorming: als moederorganisme niet beweegt/stil zit
geslachtelijk voortplanten door fusie van gameten of conjugatie
Seksuele voortplanting:
, cellen vormen zich om tot een gamont
gamont vormt zich om tot 1 of meer gameten (gamogonie)
bevruchting
gametogamie: vrijzwemmende gameten versmelten
autogamie: gameten van zelfde gamont versmelten
gamontogamie: gamonten versmelten, daarna versmelten gameetkernen
isogamontie: gamonten even groot
anisogamontie: gamonten verschillend in grootte
Diverse processen maar steeds meiose en haploide pronuclei
Voorbeelden
superclassis Rhizopoda (Sarcodina)
nooit cilia of flagellen, wel pseudopodia
geen harde pellicula, soms wel schaaltjes heterotroof
vrijlevend of parasitair
amoeben
Voedselvacuoles: hierin gaat die voedingstoffen opnemen door huid of met zijn
lichaam over voedsel gaan en zo voedsel opneme
superclassis Flagellata (Mastigophora)