Hoofdstuk 1: Introductie (bedrijfsvoering)
Model Management en organisatie:
Strategie : strategie + doelen vormen uitgangspunt voor andere aandachtsgebieden.
Management : verantwoord. vr strategie vn organisatie, uitvoeringen + behalen vn doelen.
Structuur : manier om organisatie vorm te geven en bestuuringswijze vn management in de organisatie.
Cultuur : wijze waarop medewerkers in organisatie met elkaar omgaan;
Processen : om producten en diensten te realiseren. Tevredenstellen van afnemers
Medewerkers : belangrijk dat ze goed kunne samenwerken voor de succes v/e organisatie.
=> organiseren
Succesvolle organisaties?
Voorbeeld van Vincent Nolf die Krëfel als nieuwe CEO wilt overnemen om faillissement tegen te gaan, maar in zijn
verleden slaagde hij er meerder keren niet in ander bedrijven te redden (macro, casa), dus is hij dan een slechte
manager?
Organisatiekunde/bedrijfskunde:
= Wetenschap dat het gedrag van en in organisaties/bedrijven bestudeerd en de wijze waarop de
organisaties/bedrijven bestuurd worden.
De studie van wat doet de CEO om zijn doelen te kunnen bereiken.
Interdisciplinair: maakt gebruik van kennis en ervaringen uit andere vakgebieden. Verschillende disciplines
komen samen, o.a. : -Bedrijfseco: acco -Algemene eco: internat handel -Marketing: consumentengedrag, -
Juridische weten: arbeidsrecht, technische wet: procestechnologie, gedragswet: sociologie, ⋯ (zie p.4/5)
Zie vb managementproblemen cloud, gedrag van de wn nadat andere CEO bedrijfswijze veranderde.
Management, organiseren en manager
Manager= een persoon die sturing geeft aan processen, mensen en middelen om een bepaald doel te bereiken.
Management/Organiseren
= het optimaal laten samenwerking van mensen en middelen om een bepaald doel te bereiken.
Samenwerken: laten samenwerken vn mensen met versch. functies, uit versch. categorieën
Optimaal: samenwerking moet zo goed mogelijk gebeuren, zowel voor organisaties als de mensen.
Bepaald doel: managen van samenwerking is gericht op bepaald doel, niet vrijblijvend.
Organisaties, bedrijven en ondernemingen
Transactiekosten= kosten die moeten gemaakt worden om tot een transactie te komen. Alle tijd, geld, moeite tijdens
en na een proces.
1. Zoek-en-informatiekosten: tijd en moeite om info te vinden en producten te vergelijken.
2. Contract-en-onderhandelingskosten: kosten om afspraken te maken en contracten op te stellen.
3. Controle-en-nalevingskosten: kosten om te zorgen dat iedereen zich aan de afspraken houdt.
1
,Emmi Arushanyan 2025-2026
Samenwerking loont, omdat het transactiekosten verlaagt en transacties efficië nter maakt.
In een perfecte markt zouden er geen transactiekosten zijn, maar bestaat niet. In praktijk kost elke transactie tijd,
geld en moeite. Vooral als je als individu handelt, want dan moet je alles zelf doen.
Samenwerking maakt dit makkelijker door samen te werken kunnen mensen/bedrijven info delen,
standaardafspraken gebruiken en vertrouwen opwekken, waardoor transactiekosten dalen.
Organisatie= een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde doelen bereiken.
Bedrijf= organisatie die goederen/diensten produceert en daarmee voorziet in maatschapp. behoeften.
Onderneming= bedrijf met als belangrijkste doel het maken van winst.
Verschillende vormen van samenwerking. Een
organisatie ontstaat zodra er een samenwerking is
van 2 of meer mensen. Indien ze iets kan leveren
dan een bedrijf en indien de primaire doel ligt op
het maken van winst , dan onderneming.
Profitorganisaties= gericht op winst, de winstdoelstelling is een voorwaarde voor de continuı̈teit.
eigk syn van daarjuist onderneming genoemd, maar nu maken we nieuwe onderverdeling.
Not-for-only-profit- organisaties= ondernemingen die sociaal + maatschappelijk verantwoord ondernemen,
maar wilt wel nogsteeds winstgerricht zijn.
Non-profitorganisaties= gericht op maatschappelijke doelen, bv op gebeid vn kunst, educatie, politiek,
studentenvereniging, ziekenhuis, ...
Vb Tony’s Chocolonely: ze wouden hun chocolade onderscheiden van anderen door aan slaafvrije productie te
doen, maar uiteindelijk bleek dat ze zelf hun chocolade niet produceerde en het bedrijf waar ze chocolade van
haalden deed niet aan slaafvrije productie. Waar zullen we Tony nu qualificeren? Non-profit of profit? Moeilijke
situatie en Tony verloor de good egg award nadien ook.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
MVO(maatschappelijk verantwoord ondernemen)= CSR Corporate Social Responsibility:
wanneer een bedrijf niet alleen winst wil maken, maar ook rekening houdt met impact op mens en milieu.
Sociale ondernemin g
= combinatie van zowel profit als non-profit organisaties. Maatschappelijke doelen nastreven op ondernemende
wijze. (vb van tony waar doel niet perce winst is, maar wel een deel ervan)
Hoofdactiviteit: productie van goederen en diensten.
Doelstelling: dienstverlening aan het publiek/maatschappij
Geen inmening van overheid of derde privé-organisatie
2
,Emmi Arushanyan 2025-2026
3 manieren om de dienstverleni ng te financieren:
1. Ontkoppeld: financië le zelfstandigheid via alternatieve kanalen.
(Dienstverlening staat los van wat ze financieel krijgen, dus haalt financiering uit andere bronnen zoals
donaties, subsidies,⋯) (vb: “artsen zonder grenzen”)
2. Semi-geı̈ntegreerd: klanten≠begunstigden, maar wel dezelfde activiteiten.
(bv je laat rijke mensen meer betalen en met extra inkomsten verlaag je kosten voor de armeren)
(vb :“Toms”als iemand 1paar schoenen koopt, doneert Toms 1paar schoenen aan armen)
3. Geı̈ntegreerd: klanten = begunstigden
(de onderneming biedt producten of diensten aan mensen met een sociale behoefte, tegen betaalbare
voorwaarden) (vb: “Grameen Bank”biedt microkredieten aan arme mensen, omdat ze vaak met een
klein bedrag al veel hebben en zetten daar mini intresten op en met die intresten gaan ze weer minikredieten
uitlenen)
De triple bottom line (3P’s): een duurzaam bedrijf streeft naar evenwicht tussen 3pijlers:
People: sociaal verantwoord handelen (goede arbeidsomstandigheden, mensenrechten, ⋯)
Planet: milieuvriendelijk ondernemen (minder energieverbruik, natuur/klimaat)
Profit: economisch gezond blijven (winst maken, transparantie, werkgelegenheid creë ren)
Troebelheid (opacity) : het is vaak moeilijk om te zien of bedrijven echt duurzaam en sociaal handelen, omdat de
echte impact moeilijk meetbaar of transparant is. (Ik kan als CEO moeilijk inschatten of mijn bedrijf in het buitenland
aan kinderarbeid doet of niet)
Waarom is Toms taktiek niet altijd even good news wanneer ze schoenen doneren aan armere landen?
Je maakt de lokale markt kapot, want de mensen geraken gewoon aan het verkrijgen van gratis schoenen, waardoor ze
zelf geen schoenen meer willen kopen en lokale schoenleveranciers krijgen hun schoenen niet verkocht. En ook
psychologisch negatieve impact, want ze denken van waarom zou ik kopen alsk toch gratis kan krijgen (effect zoals bij
bedelaars ik ga niet werken, want ik kan gwn gratis geld krijgen op straat).
Planeet-duurzaamheid (sustainability)
= het voldoen van de behoefte van de huidige generatie, zonder de behoeften van de toekomstige generaties, zowel
hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen.
(klimaat≠milieu, klimaat =globaal, milieu =lokaal) (tote bag slechter vr klimaat dn plastiek , mr btr vr milieu, dn plastiek)
3
, Emmi Arushanyan 2025-2026
Groene bedrijfsvoering
Orsato model theorie (2006)
=model dat met 4 mogelijke strategieë n beschrijft hoe bedrijven geld kunnen verdienen aan duurzaamheid,
afhankelijk van:
Focus: focussen ze zich op producten of op processen?
Competitief voordeel: hoe concurreren ze via kostenbesparing of via differentiatie?
o Eco-effici ëntie:
focus op lage kosten via duurzame processen. Effici ë nt omgaan met grondstoffen en energie om goedkoper
aan productie te doen. (vb.: waterbesparing, lage energieverbruik)
o Bovenop naleving leiderschap:
bedrijven gaan verder dan wat de wet vereist en gaan zich hiermee onderscheiden van andere bedrijven. Ze
profileren zich als duurzaam voorbeeld binnen hun sector.
“wij doen meer dan wat moet”(vb.: certificaten, duurzaamheidsrapporten)
o Kostenleiderschap in duurzaamheid:
bedrijf biedt duurzame producten aan tegen de laagste prijzen. Vaak beperkte marketing om goedkoop te
houden. (vb.: Ikea met hun ledverlichting, is betaalbaar en energiezuiniger)
Goedkoopste product onder de groenste (heel moeilijk, maar heel goed. Vb.: Plant producten van colruyt
zijn soms zelfs goedkoper dan niet groene producten)
o Eco-branding:
duurzaamheid wordt gebruikt als onderscheidende marketingstrategie. Bedrijven bouwen een sterk
merkimago rond duurzaamheid en worden hierdoor bekend. Vaak heel dure producten!
(vb.: bio-producten, CO2-neutrl, merken duurzaamheid als kernwaarde: the body shop, Tesla, ⋯) “wij
zijn groen, koop onze producten om wie we zijn ook al zijn we veel duurder”
Voorbeeld van ETAP lighting:
Eco-efficië ntie, want:
Produceren en verkopen energiezuinige ledverlichting
Focust zich vooral op de processen, ze willen minder energieverbruik, afval en machines om zo laag
mogelijke kosten te hebben.
Het bedrijf wilt niet alleen duurzame producten maken, maar ook zelf duurzaam werken, dus winkel zelf
is ook verlicht met ledverlichting, verkleinde werkruimtes, ⋯
Conclusie: verdienen winst met duurzaamheid door proceskosten te verkleinen.
4