Samenvatting – Gerechtelijke geneeskunde en criminalistiek
Inhoudsopgave
H1: Inleiding – forensische geneeskunde.............................................................................................................2
Inleiding............................................................................................................................................................2
Forensische Geneeskunde................................................................................................................................4
.........................................................................................................................................................................5
Forensisch medische instituten........................................................................................................................5
H2: Thanatologie..................................................................................................................................................6
Definities...........................................................................................................................................................6
Hersendood......................................................................................................................................................8
Lijkvlekken........................................................................................................................................................9
Lijkstijfheid......................................................................................................................................................10
Staging of the crime scene.............................................................................................................................12
Andere lijkveranderingen...............................................................................................................................13
Laattijdige lijkverschijnselen...........................................................................................................................14
H3: Vaststellen (en attesteren) van overlijden...................................................................................................18
H4: Ongewoon sterfgeval...................................................................................................................................29
H5: Forensisch postmortaal onderzoek..............................................................................................................35
H6: Niet-natuurlijke overlijdens: asfyxie............................................................................................................45
H7: Niet natuurlijke overlijdens: Waterlijk & Verdrinking..................................................................................57
H8: Hitte, brand, explosie, elektrocutie en koude..............................................................................................62
H9: Intoxicatie.....................................................................................................................................................73
H10: Plots en onverwachts overlijden................................................................................................................89
H11: Criminalistiek.............................................................................................................................................94
H12: Traumatologie..........................................................................................................................................110
12.1 Verkeerstraumatologie.........................................................................................................................126
H13: Fysieke agressie........................................................................................................................................135
H14: Seksuele agressie.....................................................................................................................................143
Voorbeeldexamen + Vragen.............................................................................................................................164
1
,H1: Inleiding – forensische geneeskunde
Inleiding
Forensische wetenschappen
”Geheel van alle wetenschappen en technologische disciplines die kunnen worden aangewend ter
opheldering van gerezen rechtsvragen”
Objectieve waarheidsvinding:
Opheldering van feiten: ‘Hoe hebben de feiten zich afgespeeld?’
Door een unieke gebeurtenis te reconstrueren op basis van onderbouwd onderzoek.
WAT? – WAAR? – WAARMEE? – WANNEER? – WIE?- -
Materiële bewijsvoering
Uitwisselingsprincipe van Locard.
Uitwisselingsprincipe van Locard: belangrijke grondslag binnen de forensische wetenschappen. Om mensen te
linken aan bepaalde fase.
Elk contact laat sporen na, we lekken continu biologisch
sporenmateriaal -> sporenoverdracht van slachtoffer naar dader en
vice versa
Sporen moet je opnemen bij de betrokken actoren
Forensische wetenschappen
Niet voorspellend (<-> fysica = resultaat kan worden voorspeld)
Wel retrodictief: mogelijke verklaringen zoeken voor de aanwezigheid van relevante sporen.
“Forensic science is used to predict not the future but the past” (Henry C. Lee, belangrijk persoon die de
moderne criminalistiek verder geholpen heeft)
Natuurwetenschappen:
Ingenieurswetenschappen
(Bio)Medische wetenschappen
…..
Gedragswetenschappen:
Psychologie
Sociologie
….
Criminalistiek: sporenonderzoek
2
, Tak van de forensische wetenschappen die zich specifiek richt op het
identificeren, verzamelen, analyseren en interpreteren van fysiek bewijs (physical evidence).
Vormen van natuurkundig, scheikundig en technisch onderzoek.
≠ Criminologie: onderzoek van de oorzaken, gevolgen en preventie van crimineel gedrag.
WAAROM?
“de wetenschap van de individualisatie”
Gebaseerd op:
Principe van sporentransfer (uitwisselingsprincipe Locard): elke interactie laat sporen na
Principe van de deelbaarheid van materie: als je materie scheidt heb je een behoudt van
gemeenschappelijke kenmerken maar er komen ook nieuwe eigenschappen doordat het gebroken is
Individualisatieprincipe: geen twee objecten zijn exact hetzelfde
Principe van probabiliteit: wat is de kans dat het ene voortkomt uit het andere? Hoe meer kenmerken
je hebt hoe groter je de kans hebt om een match tussen voorwerp en het andere te vinden
Dactyloscopie: vingerafdrukken
Odontologie: gespecialiseerd tandarts die gebit bestudeert, om
lichaam te identificeren. Niet mogelijk als je geen idee hebt wie het
slachtoffer is.
Ballistiek: wetenschap van de vuurwapens
Botanie: onderzoek van plantenresten
Entomologie: studie van insecten - lijkenfauna
Grafologie: analyseren van handschriften, schriftonderzoek
Forensische accountancy: boekhoudingen uitpluizen om te kijken of er geen dingen opgezet zijn, fraude, …
Antropologie: skeletresten
Vraag 1: is het menselijk?
Vraag 2: is het een archeologische vondst?
Beeldanalyse: analyseren of een beeld gemanipuleerd is
Biometrie: alles wat je kan meten van eigenschappen van levende wezens
Digitale forensica: analyseren foto's, routers uitlezen etc.
Pathologie: postmortuum onderzoek
Toxicologie: giftige stoffen
Forensische Biomedische Wetenschappen
Forensische geneeskunde
-> Arts-specialisten in de gerechtelijke geneeskunde
Forensische genetica en biologisch sporenonderzoek
3
, Forensische toxicologie
Forensische odontologie (tandonderzoek)
Forensische antropologie
Forensische Geneeskunde
Antistius: hoe accuraat waren deze vaststellingen in 44 v.Chr.
23 letsels door dolksteken (o.a. aangezicht en lies)
1 dodelijke steek in de borstkas onder de linker arm tot aan het hart
Hemothorax: als je borstholte vol met bloed loopt
Forum Romanum: 'forensische' is hiervan afgeleid want op het marktplein komt iedereen samen en wordt er
recht gesproken
Forensische Geneeskunde - definities
Als het ware zorgen voor een vertaling tussen juristen en artsen
Gerechtelijke geneeskunde
“Gerechtelijke geneeskunde is de studie van alle problemen die zich bij de rechtspleging kunnen voordoen, en
slechts met deskundige hulp van een arts kunnen opgelost worden” (H.F. Roll)
“Truth or the nearest reasonable approach to it that is possible from what is observed, is the sole aim” (B.
Knight)
Het medisch specialisme waar specifieke medische kennis en kunde wordt aangewend voor
waarheidsvinding.
Openbaar (maar geheim van onderzoek): alles wat wordt vastgesteld heeft als doel de maatschappij
mee verder te helpen, zorgen voor preventie
Forensische Geneeskunde – uitoefening
NEDERLAND:
Forensisch patholoog ≠ Forensisch arts: patholoog doet alleen autopsie in forensische casussen, arts
doet enkel onderzoek op plaats delict
Splitsing tussen uitwendige lijkschouwing ter plaatse en autopsie
Voor en nadeel van Nederlands systeem: als je ter plaatse een lichaam vindt kan er kennis verloren gaan tegen
dat het bij de forensische patholoog is. Voordeel: geen tunnelvisie.
-> hij is voordeel van Zwitsers systeem waarin alles door 1 persoon wordt gedaan
BELGIË:
Sinds 2002: Opleiding arts-specialist in de gerechtelijke geneeskunde
Basisarts (6 jaar) + Universitaire specialisatie (5 jaar):
4
Inhoudsopgave
H1: Inleiding – forensische geneeskunde.............................................................................................................2
Inleiding............................................................................................................................................................2
Forensische Geneeskunde................................................................................................................................4
.........................................................................................................................................................................5
Forensisch medische instituten........................................................................................................................5
H2: Thanatologie..................................................................................................................................................6
Definities...........................................................................................................................................................6
Hersendood......................................................................................................................................................8
Lijkvlekken........................................................................................................................................................9
Lijkstijfheid......................................................................................................................................................10
Staging of the crime scene.............................................................................................................................12
Andere lijkveranderingen...............................................................................................................................13
Laattijdige lijkverschijnselen...........................................................................................................................14
H3: Vaststellen (en attesteren) van overlijden...................................................................................................18
H4: Ongewoon sterfgeval...................................................................................................................................29
H5: Forensisch postmortaal onderzoek..............................................................................................................35
H6: Niet-natuurlijke overlijdens: asfyxie............................................................................................................45
H7: Niet natuurlijke overlijdens: Waterlijk & Verdrinking..................................................................................57
H8: Hitte, brand, explosie, elektrocutie en koude..............................................................................................62
H9: Intoxicatie.....................................................................................................................................................73
H10: Plots en onverwachts overlijden................................................................................................................89
H11: Criminalistiek.............................................................................................................................................94
H12: Traumatologie..........................................................................................................................................110
12.1 Verkeerstraumatologie.........................................................................................................................126
H13: Fysieke agressie........................................................................................................................................135
H14: Seksuele agressie.....................................................................................................................................143
Voorbeeldexamen + Vragen.............................................................................................................................164
1
,H1: Inleiding – forensische geneeskunde
Inleiding
Forensische wetenschappen
”Geheel van alle wetenschappen en technologische disciplines die kunnen worden aangewend ter
opheldering van gerezen rechtsvragen”
Objectieve waarheidsvinding:
Opheldering van feiten: ‘Hoe hebben de feiten zich afgespeeld?’
Door een unieke gebeurtenis te reconstrueren op basis van onderbouwd onderzoek.
WAT? – WAAR? – WAARMEE? – WANNEER? – WIE?- -
Materiële bewijsvoering
Uitwisselingsprincipe van Locard.
Uitwisselingsprincipe van Locard: belangrijke grondslag binnen de forensische wetenschappen. Om mensen te
linken aan bepaalde fase.
Elk contact laat sporen na, we lekken continu biologisch
sporenmateriaal -> sporenoverdracht van slachtoffer naar dader en
vice versa
Sporen moet je opnemen bij de betrokken actoren
Forensische wetenschappen
Niet voorspellend (<-> fysica = resultaat kan worden voorspeld)
Wel retrodictief: mogelijke verklaringen zoeken voor de aanwezigheid van relevante sporen.
“Forensic science is used to predict not the future but the past” (Henry C. Lee, belangrijk persoon die de
moderne criminalistiek verder geholpen heeft)
Natuurwetenschappen:
Ingenieurswetenschappen
(Bio)Medische wetenschappen
…..
Gedragswetenschappen:
Psychologie
Sociologie
….
Criminalistiek: sporenonderzoek
2
, Tak van de forensische wetenschappen die zich specifiek richt op het
identificeren, verzamelen, analyseren en interpreteren van fysiek bewijs (physical evidence).
Vormen van natuurkundig, scheikundig en technisch onderzoek.
≠ Criminologie: onderzoek van de oorzaken, gevolgen en preventie van crimineel gedrag.
WAAROM?
“de wetenschap van de individualisatie”
Gebaseerd op:
Principe van sporentransfer (uitwisselingsprincipe Locard): elke interactie laat sporen na
Principe van de deelbaarheid van materie: als je materie scheidt heb je een behoudt van
gemeenschappelijke kenmerken maar er komen ook nieuwe eigenschappen doordat het gebroken is
Individualisatieprincipe: geen twee objecten zijn exact hetzelfde
Principe van probabiliteit: wat is de kans dat het ene voortkomt uit het andere? Hoe meer kenmerken
je hebt hoe groter je de kans hebt om een match tussen voorwerp en het andere te vinden
Dactyloscopie: vingerafdrukken
Odontologie: gespecialiseerd tandarts die gebit bestudeert, om
lichaam te identificeren. Niet mogelijk als je geen idee hebt wie het
slachtoffer is.
Ballistiek: wetenschap van de vuurwapens
Botanie: onderzoek van plantenresten
Entomologie: studie van insecten - lijkenfauna
Grafologie: analyseren van handschriften, schriftonderzoek
Forensische accountancy: boekhoudingen uitpluizen om te kijken of er geen dingen opgezet zijn, fraude, …
Antropologie: skeletresten
Vraag 1: is het menselijk?
Vraag 2: is het een archeologische vondst?
Beeldanalyse: analyseren of een beeld gemanipuleerd is
Biometrie: alles wat je kan meten van eigenschappen van levende wezens
Digitale forensica: analyseren foto's, routers uitlezen etc.
Pathologie: postmortuum onderzoek
Toxicologie: giftige stoffen
Forensische Biomedische Wetenschappen
Forensische geneeskunde
-> Arts-specialisten in de gerechtelijke geneeskunde
Forensische genetica en biologisch sporenonderzoek
3
, Forensische toxicologie
Forensische odontologie (tandonderzoek)
Forensische antropologie
Forensische Geneeskunde
Antistius: hoe accuraat waren deze vaststellingen in 44 v.Chr.
23 letsels door dolksteken (o.a. aangezicht en lies)
1 dodelijke steek in de borstkas onder de linker arm tot aan het hart
Hemothorax: als je borstholte vol met bloed loopt
Forum Romanum: 'forensische' is hiervan afgeleid want op het marktplein komt iedereen samen en wordt er
recht gesproken
Forensische Geneeskunde - definities
Als het ware zorgen voor een vertaling tussen juristen en artsen
Gerechtelijke geneeskunde
“Gerechtelijke geneeskunde is de studie van alle problemen die zich bij de rechtspleging kunnen voordoen, en
slechts met deskundige hulp van een arts kunnen opgelost worden” (H.F. Roll)
“Truth or the nearest reasonable approach to it that is possible from what is observed, is the sole aim” (B.
Knight)
Het medisch specialisme waar specifieke medische kennis en kunde wordt aangewend voor
waarheidsvinding.
Openbaar (maar geheim van onderzoek): alles wat wordt vastgesteld heeft als doel de maatschappij
mee verder te helpen, zorgen voor preventie
Forensische Geneeskunde – uitoefening
NEDERLAND:
Forensisch patholoog ≠ Forensisch arts: patholoog doet alleen autopsie in forensische casussen, arts
doet enkel onderzoek op plaats delict
Splitsing tussen uitwendige lijkschouwing ter plaatse en autopsie
Voor en nadeel van Nederlands systeem: als je ter plaatse een lichaam vindt kan er kennis verloren gaan tegen
dat het bij de forensische patholoog is. Voordeel: geen tunnelvisie.
-> hij is voordeel van Zwitsers systeem waarin alles door 1 persoon wordt gedaan
BELGIË:
Sinds 2002: Opleiding arts-specialist in de gerechtelijke geneeskunde
Basisarts (6 jaar) + Universitaire specialisatie (5 jaar):
4