Inleiding in de sociologie en criminologische sociologie
Inleiding in de sociologie
H1: Op ontdekkingstocht door een onbekend gebied
Inleiding
Sociologie = samenlevingskunde / studie van de maatschappij ~ socius
Sieyès; (1748 – 1836)
- Oudste vindplaats van neologisme (sociologie) in manuscript
- Sociologie = de leer die een rechtvaardige en revolutionaire inrichting van de
samenleving voorschreef, waarbij de verwaarloosde derde stand rechten MOET
krijgen
- Normatief beeld: hoe de samenleving zou moeten zijn
- Quest-ce que le tiers état? = wat is de derde stand
o Klaagde de onderdrukking van het gewone volk aan
o Derde stand was niet verantwoordelijk voor staatsinrichting van het franse
koninkrijk
o Volkssoevereiniteit
Comte; (1798 – 1857)
- Heruitvinding van de term ‘sociologie’
- Taak van sociologen: samenleving op een objectieve en empirische wijze te
doorgronden
Sociologen = mensen die meer willen weten over hoe de mensen in allerhande sociale
verbanden samenleven en de kenmerken van die samenlevingsverbanden en ze willen
de wetmatigheden doorgronden die ons samenleven sturen
Een beeld van een titel
Samenlevingsspel = het zogenaamde spel dat de spelers met spelregels spelen in de
samenleving
Net zoals het samenlevingsspel zijn er in het echte leven ook veel geboden en
verboden
Speelveld = de wijze waarop een samenleving is ingericht en de instituties die er bij
horen
➔ veranderbaar doorheen tijd en ruimte
➔ Spelers = actor
Posities => je kan veranderen van positie
o Hoe komen ze op die spec posities terecht?
- Keeper
- Flankverdediger
- Centrale verdediger
- Middenvelder
, - Spits
Arbeidsdeling = taakverdeling tussen al die posities
Rollen = invulling van die posities
Status = de externe appreciatie van een positie
Communicatie op speelveld: verbaal, non-verbaal
→Formele en informele leiders
Formele: degene die via officiële wegen op de positie terechtkomen
Goede taakverdeling zorgt ervoor dat iedereen weet wat te doen
Concentrische cirkels = "zogenaamde" ruimte rond het speelveld
--> toeschouwers
Sociologische lens = de blik op het dagelijks leven vanuit een sociologisch standpunt
→ specifieke manier van kijken
=> niet alleen de beschrijving van het uiterlijk geven maar ook de details en
betekenis geven aan de samenleving en kijken naar hoe mensen
samenleven
Mills: sociological imagination = sociologische verbeelding
--> het is niet voldoende om waar te nemen en individuele feiten naast elkaar te zetten,
maar we moeten die feiten ook betekenis geven
4 pijlers waarop de verbeelding zichzelf op bouwt:
1. Geschiedenis
- hoe zijn zaken verschuift of veranderd doorheen de tijd en ruimte
2. Biografie
- de wijze waarop een individu zich ontwikkelt
3. sociale structuur
- de wijze waarop samenleving gestructureerd of ingericht wordt
4. Wisseling van perspectieven
- je moet je kunnen verplaatsen in de sociale werkelijkheid van andere
personen
Selectieve waarneming = het proces waarbij mensen slechts een deel van de
werkelijkheid bewust waarnemen en de rest (onbewust) filteren.
Risico van selectieve waarneming:
- De mensen die de gemakkelijkste weg pakken is makkelijker dan uit je routine
te komen
- Positie die je bekleed = sociale omgeving
Bv. Armoede, de afstand tussen hun leefwereld en van studenten is
zeer groot, die geraken hier mss fysiek wel maar economisch en
sociaal niet
, - Belangen: stellingen die w ingenomen, is afh van je ses en je positie en je
rol,….
- Hoe meer kennis, hoe meer Multi perspectiviteit
- Voorkeuren en afkeer: voorkeur of afkeer van personen en toestanden --> niet
congenitaal of aangeboren, maar die zijn geconstrueerd door bv. opvoeding
Referentiekader = manier om te kijken naar de werkelijkheid
➔ dienen als sociale brillen: die we op en afzetten
➔ Iedereen heeft eigen referentiekader, maar sommigen liggen bij elkaar wel
dicht
Referentiekaders = niet statisch, soms hebben mensen ervaringen waardoor hun ideeën
veranderen
Overlappingen tussen wat A denkt ervaart en voelt en tussen persoon B
Referentiekaders:
- Stabiel
- Dynamisch
- Vormt een geheel
- Talrijk, divers en individueel
- Ook gedeelde kaders (zie prachtige tekening)
In welke mate brengen die sociale brillen een beeld vd realiteit
Gepercipieerde realiteit = hoe het gepercipieerd wordt
Zakelijke realiteit = hoe de realiteit echt is
Mensen laten zich vaak leiden door hun gepercipieerde realiteit
> p19 citaat thomas en thomas
• self-fulfilling prophecies: zelf voorvullende voorspelling
o Mensen als ze denken dat er iets gebeurd ze daar verder vorm willen geven
en dan voortdurend bevestigen en alles laten doen zodat het lukt dus dan
lukt het
• Bv. In verkiezingstijden gaat iedereen stemmen en dat loopt soms
wel eens anders, stel dat een aantal politieke partijen positieve
peilingen oplopen en dat kiezers zich daar ook op afstemmen, ze
sluiten zich aan bij de partij die denken dat gaat winnen en als veel
mensen dat gaan doen dan gaan die dus ook winnen
=> kan in positieve en negatieve richting werken
• Vooroordelen en stereotypes
= verderzettingen van de sociale bril
Stereotypen: vaak heel klassieke denkbeelden
Aan sociologie doen is de sociale bril afzetten --> beseffen dat die sociale bril bestaat en
een poging ondernemen om die sociale bril af te zetten
, Verplaatsen in andere persoon, etniciteit, …. = Multi perspectiviteit
Van common sense naar sociaal-wetenschappelijke kennis:
1. beschrijven
2. verklaren
3. voorspellen
ILLUSTRATIES:
- Bij een echtscheiding is het niet altijd te voorspellen
- Arbeid: Jahoda
--> belang van arbeid (2 verdieners verdienen meer dan 1 verdiener)
Inkomen verwerven is een manifeste (duidelijke) functie van arbeid
maar er zijn er nog andere (5) die op het eerste gezicht niet opvallen
= latente functies (minder duidelijk of uitgesproken
functies) --> minder kenbaar
1. Arbeid zorgt voor tijdsstructuur --> er is een
tijdsschema , vaak als mensen werkeloos
worden dan is die vaste routine weg
2. Sociale contacten: wie naar het werk gaat
ontmoet ook anderen
3. Aspiraties: mensen willen uitblinken in wat ze
doen, omdat ze daar zelf gratificatie of
genoegdoening uit halen, als je niet werkt
verlies je zingeving
4. Mensen die werken, werken in bepaalde
positie en met elke positie hangt een status
samen, wie geen werk meer heeft verliest niet
alleen de positie maar ook de status die erbij
komt
Identiteit hangt samen met de positie die ze
innemen
5. Arbeid laat toe om je eigen vaardigheden te
ontwikkelen
Het is actief zijn en kennis ontwikkelen, contacten met de buitenwereld. Arbeid dwingt
tot activiteit en activiteit laat toe om jezelf te ontwikkelen
Geld is maar een van de hele kleine gratificaties die uit arbeid voortvloeit
= latentiedeprivatiemodel
Sociologie = de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren
bestudeert, in hun ontstaan, voortbestaan en veranderen en tevens het sociale
handelen van mensen in de interactie met deze patronen en structuren (VRANKEN)
--> sociologie = wetenschap
Inleiding in de sociologie
H1: Op ontdekkingstocht door een onbekend gebied
Inleiding
Sociologie = samenlevingskunde / studie van de maatschappij ~ socius
Sieyès; (1748 – 1836)
- Oudste vindplaats van neologisme (sociologie) in manuscript
- Sociologie = de leer die een rechtvaardige en revolutionaire inrichting van de
samenleving voorschreef, waarbij de verwaarloosde derde stand rechten MOET
krijgen
- Normatief beeld: hoe de samenleving zou moeten zijn
- Quest-ce que le tiers état? = wat is de derde stand
o Klaagde de onderdrukking van het gewone volk aan
o Derde stand was niet verantwoordelijk voor staatsinrichting van het franse
koninkrijk
o Volkssoevereiniteit
Comte; (1798 – 1857)
- Heruitvinding van de term ‘sociologie’
- Taak van sociologen: samenleving op een objectieve en empirische wijze te
doorgronden
Sociologen = mensen die meer willen weten over hoe de mensen in allerhande sociale
verbanden samenleven en de kenmerken van die samenlevingsverbanden en ze willen
de wetmatigheden doorgronden die ons samenleven sturen
Een beeld van een titel
Samenlevingsspel = het zogenaamde spel dat de spelers met spelregels spelen in de
samenleving
Net zoals het samenlevingsspel zijn er in het echte leven ook veel geboden en
verboden
Speelveld = de wijze waarop een samenleving is ingericht en de instituties die er bij
horen
➔ veranderbaar doorheen tijd en ruimte
➔ Spelers = actor
Posities => je kan veranderen van positie
o Hoe komen ze op die spec posities terecht?
- Keeper
- Flankverdediger
- Centrale verdediger
- Middenvelder
, - Spits
Arbeidsdeling = taakverdeling tussen al die posities
Rollen = invulling van die posities
Status = de externe appreciatie van een positie
Communicatie op speelveld: verbaal, non-verbaal
→Formele en informele leiders
Formele: degene die via officiële wegen op de positie terechtkomen
Goede taakverdeling zorgt ervoor dat iedereen weet wat te doen
Concentrische cirkels = "zogenaamde" ruimte rond het speelveld
--> toeschouwers
Sociologische lens = de blik op het dagelijks leven vanuit een sociologisch standpunt
→ specifieke manier van kijken
=> niet alleen de beschrijving van het uiterlijk geven maar ook de details en
betekenis geven aan de samenleving en kijken naar hoe mensen
samenleven
Mills: sociological imagination = sociologische verbeelding
--> het is niet voldoende om waar te nemen en individuele feiten naast elkaar te zetten,
maar we moeten die feiten ook betekenis geven
4 pijlers waarop de verbeelding zichzelf op bouwt:
1. Geschiedenis
- hoe zijn zaken verschuift of veranderd doorheen de tijd en ruimte
2. Biografie
- de wijze waarop een individu zich ontwikkelt
3. sociale structuur
- de wijze waarop samenleving gestructureerd of ingericht wordt
4. Wisseling van perspectieven
- je moet je kunnen verplaatsen in de sociale werkelijkheid van andere
personen
Selectieve waarneming = het proces waarbij mensen slechts een deel van de
werkelijkheid bewust waarnemen en de rest (onbewust) filteren.
Risico van selectieve waarneming:
- De mensen die de gemakkelijkste weg pakken is makkelijker dan uit je routine
te komen
- Positie die je bekleed = sociale omgeving
Bv. Armoede, de afstand tussen hun leefwereld en van studenten is
zeer groot, die geraken hier mss fysiek wel maar economisch en
sociaal niet
, - Belangen: stellingen die w ingenomen, is afh van je ses en je positie en je
rol,….
- Hoe meer kennis, hoe meer Multi perspectiviteit
- Voorkeuren en afkeer: voorkeur of afkeer van personen en toestanden --> niet
congenitaal of aangeboren, maar die zijn geconstrueerd door bv. opvoeding
Referentiekader = manier om te kijken naar de werkelijkheid
➔ dienen als sociale brillen: die we op en afzetten
➔ Iedereen heeft eigen referentiekader, maar sommigen liggen bij elkaar wel
dicht
Referentiekaders = niet statisch, soms hebben mensen ervaringen waardoor hun ideeën
veranderen
Overlappingen tussen wat A denkt ervaart en voelt en tussen persoon B
Referentiekaders:
- Stabiel
- Dynamisch
- Vormt een geheel
- Talrijk, divers en individueel
- Ook gedeelde kaders (zie prachtige tekening)
In welke mate brengen die sociale brillen een beeld vd realiteit
Gepercipieerde realiteit = hoe het gepercipieerd wordt
Zakelijke realiteit = hoe de realiteit echt is
Mensen laten zich vaak leiden door hun gepercipieerde realiteit
> p19 citaat thomas en thomas
• self-fulfilling prophecies: zelf voorvullende voorspelling
o Mensen als ze denken dat er iets gebeurd ze daar verder vorm willen geven
en dan voortdurend bevestigen en alles laten doen zodat het lukt dus dan
lukt het
• Bv. In verkiezingstijden gaat iedereen stemmen en dat loopt soms
wel eens anders, stel dat een aantal politieke partijen positieve
peilingen oplopen en dat kiezers zich daar ook op afstemmen, ze
sluiten zich aan bij de partij die denken dat gaat winnen en als veel
mensen dat gaan doen dan gaan die dus ook winnen
=> kan in positieve en negatieve richting werken
• Vooroordelen en stereotypes
= verderzettingen van de sociale bril
Stereotypen: vaak heel klassieke denkbeelden
Aan sociologie doen is de sociale bril afzetten --> beseffen dat die sociale bril bestaat en
een poging ondernemen om die sociale bril af te zetten
, Verplaatsen in andere persoon, etniciteit, …. = Multi perspectiviteit
Van common sense naar sociaal-wetenschappelijke kennis:
1. beschrijven
2. verklaren
3. voorspellen
ILLUSTRATIES:
- Bij een echtscheiding is het niet altijd te voorspellen
- Arbeid: Jahoda
--> belang van arbeid (2 verdieners verdienen meer dan 1 verdiener)
Inkomen verwerven is een manifeste (duidelijke) functie van arbeid
maar er zijn er nog andere (5) die op het eerste gezicht niet opvallen
= latente functies (minder duidelijk of uitgesproken
functies) --> minder kenbaar
1. Arbeid zorgt voor tijdsstructuur --> er is een
tijdsschema , vaak als mensen werkeloos
worden dan is die vaste routine weg
2. Sociale contacten: wie naar het werk gaat
ontmoet ook anderen
3. Aspiraties: mensen willen uitblinken in wat ze
doen, omdat ze daar zelf gratificatie of
genoegdoening uit halen, als je niet werkt
verlies je zingeving
4. Mensen die werken, werken in bepaalde
positie en met elke positie hangt een status
samen, wie geen werk meer heeft verliest niet
alleen de positie maar ook de status die erbij
komt
Identiteit hangt samen met de positie die ze
innemen
5. Arbeid laat toe om je eigen vaardigheden te
ontwikkelen
Het is actief zijn en kennis ontwikkelen, contacten met de buitenwereld. Arbeid dwingt
tot activiteit en activiteit laat toe om jezelf te ontwikkelen
Geld is maar een van de hele kleine gratificaties die uit arbeid voortvloeit
= latentiedeprivatiemodel
Sociologie = de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren
bestudeert, in hun ontstaan, voortbestaan en veranderen en tevens het sociale
handelen van mensen in de interactie met deze patronen en structuren (VRANKEN)
--> sociologie = wetenschap