FILOSOFIE YVAN HOUTEMAN
‘25-‘26
HOOFDSTUK 1 DE OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE
Ken uzelf (gnothi seauton) – Thales van Milete
De wereld is een getal – Pythagoras
Zijn en kennen zijn hetzelfde – Parmenides
Alles vloeit (panta rhei) – Herakleitos
1. INLEIDING
Filosofie komt van:
“filein” = houden van
“sophia” = Griekse godin van de wijsheid
Een geschiedenis van filosofie is een verhaal van mannen. Maar vanaf de 20e eeuw
kregen ook vrouwen toegang tot het onderwijs.
Oorsprong van filosofie: 2 visies
Filosofie is zo oud als de mens zelf: iedereen die diepzinnige vragen stelt is
filosofisch bezig
Filosofie is ontstaan in een bepaalde periode en binnen een bepaalde cultuur/
regio
De westerse filosofie:
ontstaan in streek rond Egeïsche zee in 6de eeuw V.C.
ontstaan wordt omschreven als overgang mythos naar logos
o mythos: wereldbeeld gebaseerd op mythen, goden, fantastische verhalen,
(treffen we aan in alle culturen en tijden, onderzoeksdomein: antropologen)
o logos: zoekt fundering in rationele verklaring door belang van
observatie & argumentatie en naar het feit dat natuur uit natuur wordt
, verklaard en NIET door te verwijzen naar Goden en andere wezens en
wisselende gemoedstoestanden
vbn mythos
Odysseus en de sirenen (= Odysseus verbannen door paard v Troje en moet
obstakels overwinnen)
Zondeval (= verboden appel gegeten dus verbannen): we leren wat goed en
slecht is
Logos in het Oosten:
India: Upanishaden werd geschreven = filosofische reflecties op de oeroude
Vedische geschriften + Mahavira en Boeddha = figuren die traditionele
brahaamse levenswijze in vraag stelden en aan de basis lag van jaïnisme en
boeddhisme
China: Confucius en Lao Tzu (Taoïsme)
2. OMSCHRIJVING EN INDELING VAN DE FILOSOFIE
2.1 TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Filosoof Crescenzo: filosofie bevindt zich tss religie & wetenschap (overeen met myhtos
logos)
Wetenschap bestudeert op systematische wijze de ‘objectieve’ verschijnselen of
fenomenen
o domein: de materiële (waarneembare?) werkelijkheid
o natuurfilosofie werd fysica (1543: Copernicus en Vesalius), later ook andere
natuurwetenschappen en sociologie/psychologie
o ratio (rede, verstand) en empirie (zintuiglijke waarneming)
Religie zoekt naar iets absoluuts en biedt troost en zingeving
o domein: zingeving, waarden, bewustzijn
o “voorbij” zintuigen en verstand
Francis Bacon: aanzet ontwikkeling van wetenschappelijke methodes en lanceren van
begrippen inductie en experiment monden uit in natuurwetten van Newton en begin vd
fysica
2.2 DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Immanuel Kant (filosoof van de verlichting), stelde 3 essentiële vragen:
1. Wat kan ik weten? (ons denken)
, 2. Wat moet ik doen? (ons handelen)
3. Wat mag ik hopen? (onze verwachtingen)
Deze vragen kan je terugbrengen tot 1 vraag: Wat is de mens?
Luc Ferry (hedendaagse filosoof) benoemt dit nog kernachtiger:
1. Kennis: werkelijkheid
2. Ethiek: rechtvaardigheid
3. Wijsheid: heil/ geluk
2.3 HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Betekenis van versch domeinen vd filosofie is doorheen de geschiedenis geëvolueerd en
vaak anders geïnterpreteerd
Poging om belangrijke domeinen te onderscheiden:
WAT IS = ZIJN (1) EN ZIJNDEN (2)
1. Metafysica & ontologie
Ontologie = leer van het zijn: peilt naar de aard vh zijn en of het niet-zijn
al dan niet bestaat
Metafysica: houdt zich bezig met het domein boven, buiten het
waarneembare of fenomenale werkelijkheid (vb. wat is zijn? Vrijheid?
Eeuwigheid? Zin?)
2. De fenomenale werkelijkheid wordt onderverdeeld in verschillende zijnden,
domeinen die ervaren worden
Kosmologie: vragen over de oorsprong en structuur vd kosmos en de
manier waarop natuur evolueert
Psyche: filosofie van de geest we ervaren de wereld vd geest, onze
gedachten, gevoelens, dromen…
Wijsgerige antropologie: antropos of mens vragen gaan over de aard vd
mens en wat de mens is
Theologie (God) kan afhankelijk van de visie bij metafysica of als een van de zijnden in
een apart domein worden ondergebracht
WAT BEHOORT = 3 WAARDEN
1. Waarheid
De epistemologie of kennisleer: de vragen over waarheid en kennis. Vbn:
"wat is kennis?", "wat is waarheid?", "wat is het verschil tussen waarheid
en mening?"; "waarop is ware kennis gefundeerd"; wat zijn de grenzen van
de kennis en "hoe kunnen we zekere kennis bereiken?".
, De logica: "wat is geldig redeneren".
De wetenschapsfilosofie: grondslagen van de kennis van de afzonderlijke
wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen en doel worden hier
verhelderd en aan kritisch onderzoek onderworpen.
De taalfilosofie: het ontstaan, de ontwikkeling, de betekenis en de functie
van de taal.
2. Goedheid en rechtvaardigheid
De ethiek onderzoekt het goede, vraagt wat goedheid en rechtvaardigheid
is, of en hoe het goede kan gefundeerd worden, of normen en waarden een
universele grond hebben, dan wel relatief zijn aan de mens en cultuur.
De sociale en politieke filosofie: (rechtvaardige) samenleving. "Hoe dient
een rechtvaardige maatschappij te worden georganiseerd?" Dit soort
vragen behoort tot het domein van de politieke en/of sociale filosofie.
De rechtsfilosofie: de aard en de oorsprong van recht en haar verhouding
tot ethiek.
3. Schoonheid
De esthetica: wat Schoonheid en wat Kunst is.
Afgeleide deelgebieden zijn de kunst- en cultuurfilosofie.
3. DE PRE-SOCRATISCHE FILOSOFIE
weinig bewaard, eerste stappen naar nieuw soort denken
rond Egeïsche zee (o.a. Milete) = onstaan rond de 5e – 6e eeuw v.C.
vragen waren kosmologisch geïnspireerd: oorsprong kosmos en principes van
verandering
6 belangwekkende figuren
3.1 THALES VAN MILETE
Beschouwd als eerste filosoof om 3 redenen:
Bracht complexe werkelijkheid terug tot één beginsel/archè oorsprong van alles
is water (alles ontstaat uit water en keert ernaar terug)
Wiskundige stelling naar hem genoemd: evenwijdige rechten snijden evenredige
stukken af: A/B = D/C) gebruikt om hoogte piramides meten
Uitspraak ‘ken jezelf’ werd aan hem toegeschreven zelfkennis (vb. wie ben ik?)
‘25-‘26
HOOFDSTUK 1 DE OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE
Ken uzelf (gnothi seauton) – Thales van Milete
De wereld is een getal – Pythagoras
Zijn en kennen zijn hetzelfde – Parmenides
Alles vloeit (panta rhei) – Herakleitos
1. INLEIDING
Filosofie komt van:
“filein” = houden van
“sophia” = Griekse godin van de wijsheid
Een geschiedenis van filosofie is een verhaal van mannen. Maar vanaf de 20e eeuw
kregen ook vrouwen toegang tot het onderwijs.
Oorsprong van filosofie: 2 visies
Filosofie is zo oud als de mens zelf: iedereen die diepzinnige vragen stelt is
filosofisch bezig
Filosofie is ontstaan in een bepaalde periode en binnen een bepaalde cultuur/
regio
De westerse filosofie:
ontstaan in streek rond Egeïsche zee in 6de eeuw V.C.
ontstaan wordt omschreven als overgang mythos naar logos
o mythos: wereldbeeld gebaseerd op mythen, goden, fantastische verhalen,
(treffen we aan in alle culturen en tijden, onderzoeksdomein: antropologen)
o logos: zoekt fundering in rationele verklaring door belang van
observatie & argumentatie en naar het feit dat natuur uit natuur wordt
, verklaard en NIET door te verwijzen naar Goden en andere wezens en
wisselende gemoedstoestanden
vbn mythos
Odysseus en de sirenen (= Odysseus verbannen door paard v Troje en moet
obstakels overwinnen)
Zondeval (= verboden appel gegeten dus verbannen): we leren wat goed en
slecht is
Logos in het Oosten:
India: Upanishaden werd geschreven = filosofische reflecties op de oeroude
Vedische geschriften + Mahavira en Boeddha = figuren die traditionele
brahaamse levenswijze in vraag stelden en aan de basis lag van jaïnisme en
boeddhisme
China: Confucius en Lao Tzu (Taoïsme)
2. OMSCHRIJVING EN INDELING VAN DE FILOSOFIE
2.1 TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Filosoof Crescenzo: filosofie bevindt zich tss religie & wetenschap (overeen met myhtos
logos)
Wetenschap bestudeert op systematische wijze de ‘objectieve’ verschijnselen of
fenomenen
o domein: de materiële (waarneembare?) werkelijkheid
o natuurfilosofie werd fysica (1543: Copernicus en Vesalius), later ook andere
natuurwetenschappen en sociologie/psychologie
o ratio (rede, verstand) en empirie (zintuiglijke waarneming)
Religie zoekt naar iets absoluuts en biedt troost en zingeving
o domein: zingeving, waarden, bewustzijn
o “voorbij” zintuigen en verstand
Francis Bacon: aanzet ontwikkeling van wetenschappelijke methodes en lanceren van
begrippen inductie en experiment monden uit in natuurwetten van Newton en begin vd
fysica
2.2 DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Immanuel Kant (filosoof van de verlichting), stelde 3 essentiële vragen:
1. Wat kan ik weten? (ons denken)
, 2. Wat moet ik doen? (ons handelen)
3. Wat mag ik hopen? (onze verwachtingen)
Deze vragen kan je terugbrengen tot 1 vraag: Wat is de mens?
Luc Ferry (hedendaagse filosoof) benoemt dit nog kernachtiger:
1. Kennis: werkelijkheid
2. Ethiek: rechtvaardigheid
3. Wijsheid: heil/ geluk
2.3 HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Betekenis van versch domeinen vd filosofie is doorheen de geschiedenis geëvolueerd en
vaak anders geïnterpreteerd
Poging om belangrijke domeinen te onderscheiden:
WAT IS = ZIJN (1) EN ZIJNDEN (2)
1. Metafysica & ontologie
Ontologie = leer van het zijn: peilt naar de aard vh zijn en of het niet-zijn
al dan niet bestaat
Metafysica: houdt zich bezig met het domein boven, buiten het
waarneembare of fenomenale werkelijkheid (vb. wat is zijn? Vrijheid?
Eeuwigheid? Zin?)
2. De fenomenale werkelijkheid wordt onderverdeeld in verschillende zijnden,
domeinen die ervaren worden
Kosmologie: vragen over de oorsprong en structuur vd kosmos en de
manier waarop natuur evolueert
Psyche: filosofie van de geest we ervaren de wereld vd geest, onze
gedachten, gevoelens, dromen…
Wijsgerige antropologie: antropos of mens vragen gaan over de aard vd
mens en wat de mens is
Theologie (God) kan afhankelijk van de visie bij metafysica of als een van de zijnden in
een apart domein worden ondergebracht
WAT BEHOORT = 3 WAARDEN
1. Waarheid
De epistemologie of kennisleer: de vragen over waarheid en kennis. Vbn:
"wat is kennis?", "wat is waarheid?", "wat is het verschil tussen waarheid
en mening?"; "waarop is ware kennis gefundeerd"; wat zijn de grenzen van
de kennis en "hoe kunnen we zekere kennis bereiken?".
, De logica: "wat is geldig redeneren".
De wetenschapsfilosofie: grondslagen van de kennis van de afzonderlijke
wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen en doel worden hier
verhelderd en aan kritisch onderzoek onderworpen.
De taalfilosofie: het ontstaan, de ontwikkeling, de betekenis en de functie
van de taal.
2. Goedheid en rechtvaardigheid
De ethiek onderzoekt het goede, vraagt wat goedheid en rechtvaardigheid
is, of en hoe het goede kan gefundeerd worden, of normen en waarden een
universele grond hebben, dan wel relatief zijn aan de mens en cultuur.
De sociale en politieke filosofie: (rechtvaardige) samenleving. "Hoe dient
een rechtvaardige maatschappij te worden georganiseerd?" Dit soort
vragen behoort tot het domein van de politieke en/of sociale filosofie.
De rechtsfilosofie: de aard en de oorsprong van recht en haar verhouding
tot ethiek.
3. Schoonheid
De esthetica: wat Schoonheid en wat Kunst is.
Afgeleide deelgebieden zijn de kunst- en cultuurfilosofie.
3. DE PRE-SOCRATISCHE FILOSOFIE
weinig bewaard, eerste stappen naar nieuw soort denken
rond Egeïsche zee (o.a. Milete) = onstaan rond de 5e – 6e eeuw v.C.
vragen waren kosmologisch geïnspireerd: oorsprong kosmos en principes van
verandering
6 belangwekkende figuren
3.1 THALES VAN MILETE
Beschouwd als eerste filosoof om 3 redenen:
Bracht complexe werkelijkheid terug tot één beginsel/archè oorsprong van alles
is water (alles ontstaat uit water en keert ernaar terug)
Wiskundige stelling naar hem genoemd: evenwijdige rechten snijden evenredige
stukken af: A/B = D/C) gebruikt om hoogte piramides meten
Uitspraak ‘ken jezelf’ werd aan hem toegeschreven zelfkennis (vb. wie ben ik?)