Hoofdstuk 1
1.3 Organisatiekunde
Is een vakgebied dat gebruik maakt van kennis en ervaringen uit andere
vakgebieden (disciplines). Dat noemen we interdisciplinair.
Onder andere:
- Bedrijfseconomie
- Algemene economie
- Marketing
- Juridische wetenschappen
- Technische wetenschappen
- Gedragswetenschappen
1.3.1
Definiëren management.
- Samenwerken.
- Optimaal.
- Bepaald doel.
1.3.2
Organisatie
- Samenwerkingsverband van mensen die bepaalde doelen willen
bereiken
Bedrijf
- Organisatie die goederen of diensten produceert en daarmee
voorziet in een maatschappelijke behoefte
Onderneming
- Bedrijf met als belangrijkste doelstelling het maken van winst
,Hoofdstuk 2
2.2
Wat is strategie:
- Bedrijfsstrategie
- Ondernemingsstrategie
- Strategische planning
- Strategisch management of beleidsvorming
2.2.1
Strategie volgens Porter (1996)
Concurrentiestrategie is een combinatie van einddoelen, waar een bedrijf
naar streeft en de middelen (het beleid) waarmee men tracht om deze te
realiseren.
Effectiviteit – doeltreffendheid, doen we de goede dingen?
Efficiëntie – doelmatigheid, doen we de dingen goed?
2.2.2
Strategie volgens Hamel en Prahalad
Kerncompetenties:
1. Ze zijn moeilijk te imiteren door andere ondernemingen
2. Ze moeten de koper voordeel verschaffen en waardevol zijn
3. Men kan de kerncompetenties in veel verschillende markten en
producten toepassen
2.2.3
Strategie volgens Mintzberg (1987)
1. Plan | Factor tijd
2. Patroon | Factor tijd
3. Positie | Extern - intern
4. Perspectief | Extern - intern
5. Plot | Extern – intern
Bedoelde strategie -> opzettelijke strategie -> gerealiseerde strategie
|
Niet gerealiseerde strategie -^ Zicht ontwikkelde strategie
^
Spontante acties
,2.3
Strategisch management heeft betrekking op het vaststellen van de
organisatie doelen, het ontwikkelen van beleid om deze doelen te bereiken
en het verweken van middelen en kerncompetenties om dit beleid te
kunnen uitvoeren.
2.3.1
Strategisch management in fasen
1. Huidige situatie
- Missie, visie en ambitie, ondernemersdoelstellingen.
2. Externe Analyse
- Kansen en bedreigingen
3. Interne kansen
- Sterken en zwakten
4. SWOT-Analyse
- Confrontatieanalyse
5. Strategievorming
- Strategie kiezen
6. Strategie uitvoeren en evalueren
KSF Kritische succes factoren.
Worden vanuit de omgeving (extern) geformuleerd voor het strategische
beleid en processen van een organisatie (intern)
2.3.2
Missie – waarom bestaan we?
Visie en ambitie – wat willen we zijn?
Kernwaarde – waar geloven we in?
Strategie en strategische doelstellingen – hoe moet het eruitzien en wat
moeten we doen?
Implementatie – Hoe gaan we het uitvoeren en wat hebben we daarvoor
nodig?
2.3.3
Doelstellingen SMART
1. Specifiek
2. Meetbaar
3. Acceptabel
4. Realistisch
5. Tijdsgebonden
2.4.2
Contextuele omgeving – de context waarin de organisatie functioneert en
die van invloed is op de organisatie
- Geen invloed
Transactionele omgeving
- Wel invloed
2.5
, Algemene omgeving – ook wel macro omgeving
DESTEP
- Demografische ontwikkelingen
- Economische
- Sociaal-maatschappelijk
- Technologische
- Ecologische
- Politiek-juridische
2.5.2
Demografische druk
Personen in 0-19 en 65+
Productieve leeftijdsgroep 20-64
2.5.4
Inclusieve organisatie komen alle medewerkers tot hun recht en worden
gerespecteerd.
Consumentisme – voorbeeld consumentenbond
Greenwashing – vorm van misleiding m.b.t. milieu
2.5.7
Overheidsmaatregelen
1. Natonaal
2. Internationaal
3. Supranationaal (EU Europese unie)
2.5.8
Directe omgeving – meso omgeving
Tot 1960 - efficiëntie
Vanaf 1970 - kwaliteit
Vanaf 1980 - flexibiliteit
Vanaf 1990 - onderscheid
Vanaf 2005 - interactie
Vanaf 2015 - duurzaamheid
2.5.10
Het vijf krachtenmodel van Porter
1. Onderhandelingsmacht van leveranciers
2. Onderhandelingsmacht van afnemers
3. Dreiging van nieuwe toetreders op de markt
4. Dreiging van substituten
5. Rivaliteit tussen de bestaande aanbieders in de markt
KSF kritische succesfactoren
2.6
Elementen internet analyse
Strategie Management Structuur