Week 1
H1: recht
Rechtsregels:
3 functies:
- Informatie verschaffen: men weet wat rechten/plichten zijn
- Geven aan hoe men behoort te gedragen en wat verwacht wordt
- Illustreren hoe leven bepaald/gestuurd wordt door rechtsregels
Voorbeeld: rechtsregels komen voor in dagelijks leven; onvoorziene situaties (bijv. door
rood rijden)
Sociale regels: bepalen ook gedrag van individuen/groepen
Verschillende varianten:
- Groepsregels = bepalen hoe groepsleden zich behoren te gedragen
- Morele regels = bevatten normen/waarden mbt fundamentele levensvragen
(bijv. of een doodstraf mag worden opgelegd)
- Regels van beroepsethiek = hoe bepaald beroep op juiste/zorgvuldige manier
wordt uitgeoefend bijv. Gedragsregels advocatuur
Vaak overlap tussen sociale regels en rechtsregels bijv. morele en wettelijke verwerping
van diefstal
Rechtssysteem = juridische regels en instituten werken als sturend systeem voor
samenleving. Gericht op verwezenlijken van bepaalde doelen
5 functies:
- Scheppen van sociale orde: door opgestelde regels is duidelijk hoe te gedragen
- Bieden van niet-gewelddadige conflictbeslechting
o Conflictbeslechting = het oplossen van conflict/geschil
- Garanderen van individuele ontplooiing en autonomie van burgers: bijv.
klassieke- en sociale grondrechten
- Rechtvaardig verdelen van schaarse goeden in samenleving
- Kanaliseren van sociale vaardigheden: bijv. toekennen van stemrecht aan
vrouwen in 1919
Staatsorganen = verschillende organen bedacht door de staat. Organen hebben ieder
verschillende functies, bijv. de koning/regering/parlement/rechterlijk macht
3 functies:
- Wetgeving: wetgevende macht stelt algemene regels vast
- Bestuur: bestuur dat regels uitvoert/toepast/handhaaft
- Rechtspraak: onafhankelijke rechter beoordeelt of rechtsregels zijn overtreden
Soorten rechtsregels:
- Gedragsnormen = regel die gedragingen verbieden/gebieden/toestaan
o Regels te vinden binnen strafrecht, waarbij sanctie staat op
ongehoorzaamheid
o Bijv. wegenverkeerswet: verbied gevaarlijk rijgedrag
- Sanctienormen = regel die aangeeft welke sanctie volgt bij overtreding van
gedragsnorm
o Bijv. schuldig aan diefstal gestraft met max 4 jaar gevangenisstraf
- Bevoegdheidsverlenende norm = delen macht uit aan staatsorganen. Geven
aan welke rechten/plichten een orgaan heeft of welke handelingen het moet
verrichten
o Hierdoor afname risico van willekeur en toename van rechtszekerheid
o Bijv. tijdelijk huisverbod opgelegd door burgemeester
1
,Positief recht = recht dat in bepaalde gemeenschap door mensen is vastgelegd/erkend
-> staat moet voorziening treffen/beleid voren om deze te realiseren
- Onderscheid met ideale recht = recht dat men wenst en nastrevenswaardig
vindt. Ideale recht is persoonlijk en kan verschillen per sociale groep
- Kan zijn dat positieve recht voor iemand gelijk is/samenvalt met ideale recht (bijv.
art. 1 grondwet voor minderheden in samenleving)
Gelding = het is van kracht en heeft juridische werking. Het werkt in de praktijk binnen
het rechtssysteem
Positieve rechten hebben gelding en zijn dus bindend (=ze zijn juridisch verplichtend.
Ze staat moet zich eraan houden)
- Een rechtsregel heeft op bepaalde tijd en plaats voor bepaalde groep aanspraak
op gehoorzaamheid
- Een rechtsregel legt rechten/plichten/bevoegdheden vast. Deze zijn vaak juridisch
afdwingbaar
Effectiviteit = er wordt gekeken of recht daadwerkelijk wordt
gehoorzaamd/toegepast/gehandhaafd
- Gedoogbeleid = het toelaten van overtreding van rechtsregels door de overheid
(bijv. omdat niemand zich om deze regels bekommert)
2 betekenissen van ‘recht’:
- Objectieve recht (‘law’): geheel van rechtsregels
- Subjectiev recht (‘right’): bevoegdheid en/of aanspraak op recht
o Komt vaak toe aan 1/meer personen (bijv. eigendomsrecht)
Vergelding = dader krijgt een straf omdat hij iets verkeerd heeft gedaan
(rechtvaardigheidsdoel)
H2: indelingen van het recht
Codificatie = het opschrijven/vastleggen van rechtsregels in 1 samenhangend geheeld
van wetten (een wetboek = codex) -> hierin staat overzicht van regels en definities van
termen
3 rechtsgebieden in het nationaal recht:
- Privaatrecht
- Staats- en bestuursrecht -> behoort tot publiekrecht
- Strafrecht -> behoort tot publiekrecht
Ook kan men: functionele rechtsgebieden onderscheiden = hebben betrekking op
bepaald (maatschappelijk belangrijk) thema en regels relaties tussen betrokkenen
- Bijv. het milieurecht/sociaal recht (vooral
arbeidsrecht))/gezondheidsrecht/huurrecht
Onderscheid tussen:
- Publiekrecht
- Privaatrecht
Publiekrecht:
- Overheid treeft op ter behartiging van algemeen belang en stelt rechtsgevolgen
vast
o Overheid is wel aan het recht gebonden en kan voor rechter worden
gedaagd
- Regelt rechtsverhouding tussen overheidsorganen onderling/overheidsorganen en
burgers
- Burger is ondergeschikt aan overheid
- Bij oneens met overheidsbesluit -> beroep bij bestuursrechter
2
, Op te delen in:
o Staatsrecht = bepaalt inrichting en opbouw vd staat
Staatsrechtelijke regels = geven aan welke organen bestaan en
welke taken/bevoegdheden deze hebben
Nationale wetgever (regering + parlement) stellen rechtsregels
voor NL vast
Provinciale en gemeentelijke wetgever formuleren rechtsregels
voor eigen gebied
Grondwet en daarmee samenhangende organieke wetten
(=wetten die opbouw/inrichting van staatsbestel betreffen) geven
aan welke staatsorganen bestaan/welke bevoegdheden en taken
deze hebben
Belangrijkste staatsrechtelijke regelingen zijn:
Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden =
geeft regeling van staatsrechtelijke inrichting van Koninkrijk
der Nederlanden (omvat NL/Aruba/Curaçao/Sint-Maarten) ->
de Caribische BES eilanden zijn 3 afzonderlijke openbare
lichamen)
De Grondwet
o Bestuursrecht = bevat rechtsregels voor overheidsorganen die belast zijn
met uitvoering/handhaving van rechtsregels
Bestuur: wordt grote hvld instanties bedoeld (bijv.
belastingdienst/DUO)
Bestuursorganen = nemen beslissingen die invloed hebben op
leven v individuele burger (bijv. toekennen van bijstandsuitkering)
Bij oneens zijn met besluit, kan burger in beroep gaan bij
bestuursrechter
Algemene wet bestuursrecht (Awb) = geeft hoofdstructuur van
bestuursrecht en bestuursprocesrecht weer
Voor burgers de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur (abbb) belangrijk -> geven aan met welke factoren
de overheid rekening moet houden als ze een besluit neemt
dat burger raakt
o Strafrecht = rechtsregels die strafbare feiten/mogelijke sancties
omvatten
Regels te vinden in Wetboek van Strafrecht
Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel = je kunt alleen gestraft
worden als dat van tevoren in wet is vastgelegd
In Wetboek van Strafvordering staat strafprocesrecht opgenomen
Hoe strafprocedure verloopt/welke bevoegdheden
ambtenaar heeft/welke dwangmiddelen mogen worden
toegepast etc.
Waarom Nederlands staatstype als gedecentraliseerde eenheidsstaat aangeduid?
Tussen overheidsorganen wel hiërarchie, maar provincies/gemeenten hebben ook
bevoegdheid om hun eigen territoir (huishouding) zelf te besturen
Privaatrecht:
- Burgers gebruiken privaatrecht om eigen belangen te behartigen
- Burgers zijn nevengeschikt -> gelijke rang
- Regels rechtsverhouding tussen burgers onderling
- Partijen mogen juridische relatie zelfstandig regelen
- Bestaat uit burgerlijk recht en handelsrecht
- Geschil van voor burgerlijke rechter worden voorgelegd
Onderscheid tussen:
- Dwingend recht = rechtsregels waar betrokkenen niet van mogen afwijken
o Wijk je toch af? Dan is de afspraak nietig/op straffe van
nietigheid(ongeldig) -> afspraak wordt geacht nooit te hebben bestaan
3
, - Aanvullend recht = rechtsregels waar betrokkenen wel van mogen afwijken
o Regels gelden alleen wanneer partijen niet zelf een regeling hebben
getroffen
o Bijv. als een bepaling zegt ‘… tenzij anders is bepaald…’ = aanvullend
recht
Om te bepalen of het dwingend/aanvullend is -> kijken naar inhoud van bepaling en
structuur van regeling
- Een verbod/gebod = dwingendrechtelijke bepaling
- Regeling die algemeen belang/openbare orde/goede zeden raakt = meestal
dwingend recht
Onderscheid tussen:
- Materieel recht = inhoud van rechten en plichten (wat wel en niet mag) ->
inhoud van recht
o Gaat om inhoud vd rechten/plichten/bevoegdheden
o Te vinden in Burgerlijk Wetboek (BW)/Wetboek van Strafrecht
(Sr)/Grondwet (Gw)
- Formeel recht = manier waarop recht wordt toegepast/afgedwongen ->
procedure van recht
o Geeft regels over totstandkoming van wetgeving/bestuursbesluiten
o Bestaat uit het procesrecht = bevat bepalingen die aangeven welke
rechter bevoegd is/welke kwesties aan rechter kunnen worden
voorgelegd/op welke wijze procedure uitgevoerd moet worden/rechten van
verdachten
Komt voor in burgerlijk
procesrecht/bestuursprocesrecht/strafprocesrecht
Internationaal recht = rechtsregels die staten/internationale organisaties vastgelegd
hebben of die internationaal erkend zijn
- Gaat om recht tussen staten (=volkenrecht)
- Neergelegd in internationale overeenkomsten (verdragen)
- Nationaal recht = recht dat binnen nationale staten tot stand komt
- Vereisten Nationale staat:
o Een grondgebied
o Een volk
o Een overheid die effectief gezag binnen staat uitoefent (=soevereiniteit
= land dat zelfstandig is en eigen regels/beleid mag bepalen. Niemand
buiten die staat mag zeggen wat het moet doen)
H3: rechtsbronnen
3 criteria voor herkennen/bepalen van rechtsregels:
- De soort regel
- Het onderwerp vd regel
- Herkomst vd regel: in NL behoort een regel tot het positieve recht als deze
afkomstig is uit een formele rechtsbron
Formele rechtsbronnen = plaatsen/manieren waaruit het recht zijn geldigheid ontleent
-> waar komt ‘het recht’ officieel vandaan?
- Functie: regel die hieruit voortkomt moet als positieve rechtsregel beschouwd
worden
- Internationale rechtsbronnen zijn, in tegenstelling tot onze nationale
rechtsbronnen, wel schriftelijk vastgelegd
- Onderscheid met materiële rechtsbronnen = de factoren die invloed hebben
gehad op de inhoud van rechtsregels
- 3 belangrijkste formele rechtsbronnen (van nationale oorsprong):
o Wet
o Jurisprudentie
o Ongeschreven recht: gewoonterecht en ongeschreven rechtsbeginselen
- Formele rechtsbronnen (van internationale oorsprong):
4