100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting reader

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
37
Geüpload op
06-10-2025
Geschreven in
2023/2024

alle teksten die moesten gelezen worden grondig samengevat (dit hoort als 2e deel bij de samenvatting van historische sociologie lessen)












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
6 oktober 2025
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting teksten
Decolonial ecologie
De klimaatcrisis en sociale ongelijkheid kunnen niet los van elkaar gezien worden. De vraag die
Malcolm Ferdinand hierbij stelt is:
zijn er gemeenschappelijke factoren zijn die verantwoordelijk zijn voor zowel de ecologische crisis als
de sociale en raciale ongelijkheden in de wereld?
Er zijn sociale bewegingen die strijden tegen het sociale onrecht en het racisme in de wereld en
tegelijk zijn er ook bewegingen die opkomen voor een rechtvaardig klimaat. Deze protesten vinden
op hetzelfde moment plaats maar toch wordt de relatie tussen beiden vaak vergeten of genegeerd.

Malcolm Ferdinand ziet het Europees kolonialisme vanaf de 15 eeuw als het startpunt voor een
e



nieuwe, destructieve omgang met de natuur. Hiermee gaat hij in tegen het algemeen aanvaarde idee
dat de industriële revolutie en de daaropvolgende vervuiling de oorsprong zijn van de klimaatcrisis.
Volgens Ferdinand zorgde de industriële revolutie echter enkel voor een versnelling van het proces
dat al sinds de 15e eeuw bezig was.

De gevolgen van het kolonialisme waren wereldwijde landroof en intensief landgebruik door
bijvoorbeeld plantages. Dat kan gezien worden als het begin van de klimaatcrisis. De opbrengst van
die landroof en het landgebruik was enkel voor een kleine elite. Hun winst werd dan ook boven het
voortbestaan van de onderworpen volkeren of de natuur op lange termijn geplaatst. Dit is een
nieuwe attitude ten opzichte van de natuur. In plaats van de natuur te zien als noodzakelijke levenslijn
om te overleven wordt het gezien als een schatkist die leeggeroofd mag worden en gebruikt mag
worden om een kleine groep extreem rijk te maken. Dat winstbejag veroorzaakt ook een onwil om de
planeet te delen met mensen van een andere etnische achtergrond. Er werden verschillende
narratieven gebruikt om die omgang met mensen en de natuur te rechtvaardigen zoals bv.
godsdienst, cultuur…

Ferdinand pleit dus voor meer bewustzijn over het koloniaal verleden, hierdoor wordt het hele
systeem van ongelijkheid radicaal in vraag gesteld. Het is pas wanneer dit gebeurt dat er oplossingen
kunnen ontstaan die dieper gaan dan enkel het puur technische. Er is dus nood aan een gesprek over
de herverdeling van rijkdom en meer concreet zou er gestart kunnen worden met
schuldkwijtschelding van voormalige kolonies.

De levensomstandigheden van de armste moeten echt verbeterd worden. Om dit te kunnen
bekomen moeten zij ook meer betrokken worden in het debat. Op dit moment bestaat nog steeds
het geloof dat geracialiseerde mensen niet geïnteresseerd zijn in het milieu en de problematiek die
hier rond bestaan. Op die manier blijft de exclusie van die mensen bestaan en wordt hun input niet
meegenomen in het debat.

Tot slot zijn het niet alleen de arme landen die hierdoor geholpen worden. Rijke landen zijn in grote
mate afhankelijk van arme landen voor hun grondstoffen en arbeidskrachten. Wanneer zij de arme
landen niet voldoende helpen om de klimaatcrisis aan te pakken zullen ook in de rijke landen de
gevolgen voelbaar worden.

Volgens Ferdinand is het tijd voor een holistische aanpak waarbij dialoog en het ontwikkelen van een
gemeenschappelijk programma gepromoot worden waarbij het doel is een echt eerlijke en duurzame
wereld te verkrijgen.

,Culture of contentment
Galbraith stelt in zijn werk dat mensen in de huidige welvarende culturen comfortabel leven en
tevreden zijn met de status quo. mensen in deze culturen:
1. zijn tevreden met hoe de dingen zijn en niet geneigd zijn belangrijke aanpassingen te maken
2. zij niet geneigd moeilijkheden te overwinnen die nodig zijn om sociale en maatschappelijke
problemen op te lossen.
De reden hiervoor is omdat er geen zekerheid is dat de mensen die nu inspanningen en kosten
leveren daar ook later van zullen kunnen profiteren. Het zou kunnen dat de voordelen zo ver in de
toekomst liggen dat de vruchten van de inspanningen van nu enkel door toekomstige generaties
zullen worden geplukt. Het is echter wel zeker dat ze nu zouden kunnen profiteren als ze geen
veranderingen doorvoeren.
Deze visie is veranderd tegenover vroeger aangezien de comfortabele groep nu een meerderheid
geworden is, daar waar vroeger slechts een klein deel van de bevolking het goed had. De kleinere
groep armen van nu ziet het nut niet in van stemmen omdat de grote meerderheid voor de
contentment politiek is. Het systeem van de democratie wordt niet in vraag gesteld en daar profiteert
die meerderheid van om hun voordeel te behouden. De politiekers zelf worden ook in vraag gesteld
aangezien ze zelf tot de contentment meerderheid behoren. Zij zullen dus geen beslissingen nemen
tegen hun eigen belangen.
Het gaat hier niet per se om een feitelijke meerderheid, maar om een electorale meerderheid.
Galbraith’s theorie gaat uit van het Amerikaans electorale systeem, dat geen stemplicht en een zeer
lage opkomst kent. Het zijn vooral de groepen uit de contented class die gebruikmaken van hun
stemrecht. Hierdoor ontstaat een vertekening in het democratisch systeem.

Daarnaast beginnen beide (Republikeinen en Democraten) partijen zich toe te spitsen op deze klasse
voor het winnen van stemmen, waardoor het programma ook steeds meer op elkaar begint te lijken.
Ze gaan als het ware uit van de “Culture of Contentment” een systeem van waarden en overtuigingen
die gedeeld worden door de meeste mensen uit de comfortabele laag van de samenleving. Als
tegenhanger van die klasse is er de “Functional Underclass”, de bevolkingslaag die deze waardes niet
delen en dat waarschijnlijk ook niet zullen doen, door de systematische benadeling of ontzegging die
deze klasse ervaart. Doordat de politiek zo gefocust is op het bevredigen van de behoeftes van de
contented class, worden de behoeftes van deze onderklasse genegeerd.

Living in the World Risk Society
In deze tekst behandelt hij het concept ‘risico’ in de moderne samenleving. Beck beargumenteert dat
we in een risicomaatschappij leven. Dat houdt in dat de risico’s waarmee we geconfronteerd worden
niet meer ontstaan omdat ze ons opgelegd worden, zoals natuurrampen, maar eerder als gevolg van
onze eigen handelingen. Denk hierbij aan onder andere kernenergie en klimaatverandering.

De risico’s van de moderne samenleving splitst hij op in drie kenmerken: delokalisatie,
onberekenbaarheid en niet-compenseerbaarheid. Dit houdt in dat de oorzaken en gevolgen van de
risico’s niet langer beperkt blijven tot een enkele geografische locatie, dat ze niet voorspelbaar zijn en
dat de gevolgen niet (volledig) gecompenseerd kunnen worden. De onvoorspelbaarheid en
oncontroleerbaarheid van moderne risico’s leiden ertoe dat traditionele manieren van risicobeheer
niet meer voldoende zijn. Dit leidt tot onzekerheid en angst in de samenleving.

Beck haalt verder ook aan dat de risicosamenleving gepaard gaat met veranderingen in sociale
structuren en machtsverhoudingen. Er ontstaat zo een nieuwe vorm van ongelijkheid gebaseerd op

,de toegang tot informatie en de mogelijkheid om risico’s te managen. Zo ontstaat er een nieuwe elite
van experts die de controle hebben over de beheersing van risico's, terwijl de rest van de
samenleving afhankelijk wordt van hun kennis. Daarbovenop worden risico’s ook steeds meer op
individueel niveau en in de persoonlijke levenssfeer ervaren.

In de tekst gaat hij ook in op het idee van ‘reflexieve modernisatie’, wat betekent dat individuen zich
steeds meer bewust worden van de risico’s en de gevolgen van hun handelingen en de bestaande
normen en waarden in vraag gaan stellen. Dit zou volgens hem leiden tot een ‘vertrouwenscrisis’ in
de bestaande instituties en tot een toenemend gevoel van individuele verantwoordelijkheid in
risicobeheer.

Nood aan een nieuwe vorm van politiek bestuur en sociale organisatie die er beter op berust zijn om
met de uitdagingen van de risicomaatschappij om te gaan. Hierin staan de politiek en de wetenschap
open voor discussie en worden burgers actief betrokken bij de besluitvorming en het beheersen van
de risico’s. Beck gelooft dat we de nationale identiteit moeten overstijgen en nieuwe vormen van
globale samenwerking moeten ontwikkelen om problemen als klimaatverandering efficiënt en
wereldwijd aan te pakken.

Why we’re in a New Gilded Age
Vandaag leven we in een ‘tweede Belle Epoque’. Dat is het gevolg van de enorme groei van de rijkste
1 procent. Dit is de hoofdzaak van Piketty’s werk. Via economische modellen ontwikkelt Piketty een
benadering die economische groei verbindt met de verdeling van inkomen en welvaart.

! De rijkste 1 procent van de wereld hebben een hoofdrol in het verhaal van de groeiende
ongelijkheid

= Revolutie in de theorie rond economische ongelijkheid, want voor Piketty werd in het bespreken
van economische ongelijkheid aan de rijken voorbijgegaan. De focus moet eerder liggen op de
ongelijke verdeling van kapitaal in de samenleving.

Vergelijking tussen de Belle Epoque in de 19 de eeuw en nu:

 evolutie naar het niveau van ongelijkheid van toen
 evolutie terug naar patrimonial capitalism: de top van de economie wordt gecontroleerd door
familiedynastieën en niet door getalenteerde individuen.

Economische ongelijkheid meten

Onderzoek op basis van data uit survey  2 grote nadelen:

 Beperkte data in de tijd (Bv. VS maar survey data vanaf 1947)
 Onderschatting van inkomen van mensen aan de top van de inkomensverdeling

Resultaat van onderzoek op basis van survey data:

1980: kantelpunt voor economische ongelijkheid

 Voor 1980: gezinsinkomen groeide samen met
de groei van de economie

,  Na 1980: de groei van de economie verhoogde bijna alleen het inkomen van de top van de
inkomensverdeling  gezinsinkomen groeide nauwelijks nog mee met de economische groei

Onderzoek van Piketty is op basis van gegevens over de belastingen  Verder terug in de tijd EN
betere gegevens over de elite

Kapitaal

Piketty heeft het in zijn titel al over kapitaal maar ander onderzoek naar economische ongelijkheid
focust zich in het algemeen niet op kapitaal (niet belangrijk en niet interessant). De focus ligt vaak
enkel op inkomen.

 In de top van de inkomensverdeling kapitaal boven beroepsinkomen (loon, winst)
= net zoals in de Belle Epoque ook ongelijke verdeling van kapitaal en vermogen, de belangrijkste
oorzaak was van inkomensongelijkheid en niet ongelijk loon
 economische geschiedenis is het verhaal van een wedloop tussen kapitaalaccumulatie en andere
factoren die de groei stimuleren, voornamelijk de bevolkingsgroei en technologische
vooruitgang.
 Kapitaal en het totale inkomen groeien ongeveer op het zelfde tempo, maar de ene of de andere
kan tientallen jaren vooruit komen.
r versus g
 = Rate of return voor kapitaal versus de rate van de economische groei, als g daalt gaat r ook
dalen, maar r daalt trager dan g
 Sinds 1970 tragere economische groei (g daalt)  groeiende kapitaalsratio (want r daalt trager
dan g) en dus kapitaalsaccumulatie stijgt (r stijgt) = evolutie naar ongelijkheid in de Belle Epoque,
als dit niet gecounterd wordt door progressieve belastingen

+ steeds makkelijker en voordeliger om werknemers te vervangen door machines (de elasticiteit van
de substitutie tussen kapitaal en arbeid is groter dan 1), waardoor het onderscheid tussen r en g nog
meer zal vergroten

 herverdeling van inkomen van arbeid naar de eigenaars van kapitaal
 stijgend aandeel van kapitaal
 stijging van de ongelijkheid, want eigendom van kapitaal is nog oneerlijker verdeeld dan
beroepsinkomen
 In de praktijk: kapitaalsinkomen en geërfde welvaart zijn in Europa meer en meer sterke
drijfveren van ongelijkheid  belangrijker om in een rijke ouders te hebben dan een goede job
te hebben
 Grafiek: globale evolutie van r en g
o ‘era of equalization’ ligt achter ons
o Evolutie richting het herstel van patrimonial capitalism

Kritisch over Piketty

De stijging van de rijkste 1 procent, is vooral de Amerikaanse rijkste 1 procent; Waarom is hun
rijkdom zo hard gestegen? In Amerika heb je de stijging van ‘supersalaries’, dus niet alleen het
kapitaalsinkomen stijgt van de superrijken, maar ook hun beroepsinkomen stijgt
€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
pilate784

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
pilate784 Universiteit Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
3 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen