,Hoofdstuk 1 - Verandering en Agogiek
Agogiek, of veranderkunde, is de studie en praktijk van het begeleiden van psychosociale
veranderingen bij mensen. Verandering is hierbij het centrale begrip: wat houdt veranderen in, wie
verandert, hoe, onder welke voorwaarden, en met welke begeleiding? Agogisch handelen richt zich
niet zomaar op gedrag of vaardigheden, maar op psychosociaal functioneren: gevoelens, houdingen,
gedragingen, denkwijzen, en de manier waarop iemand zich verhoudt tot zijn omgeving.
Verandering kan op verschillende niveaus plaatsvinden: individuen, groepen, organisaties, grotere
samenlevingsverbanden. Agogisch werk probeert niet alleen die veranderingen te begrijpen, maar
ook bewust te faciliteren. De rol van de agoog is dan: helpen veranderen, begeleiden, beïnvloeden
en methodisch professioneel handelen.
1.1 Belangrijkste kenmerken van Agogie
Agogie wordt gekenmerkt door een aantal duidelijke voorwaarden waaraan een veranderingsproces
moet voldoen. Deze kenmerken helpen het vakgebied af te bakenen en maken duidelijk wat wel en
niet tot agogisch handelen gerekend wordt.
Psychosociale verandering
Het gaat om verandering in het psychisch en sociaal functioneren van mensen. Denk aan
gevoelens, houdingen, gedrag, communicatie, normen en waarden.
Beïnvloeding is beroepsmatig
Agogisch handelen gebeurt altijd vanuit een professionele rol, met kennis en methoden die
doelgericht worden toegepast.
Systematisch
Een agoog werkt planmatig en methodisch, en reflecteert voortdurend op de aanpak.
, Vrijwillig
Deelname aan het proces is vrijwillig en niet afgedwongen.
Niet wederzijds
De asymmetrie in de relatie betekent dat de cliënt degene is die verandert, terwijl de agoog
begeleidt.
1.2 De Cliënt
De cliënt neemt een centrale plaats in binnen de agogiek. Wie de cliënt is en welke rol hij of zij
speelt, bepaalt in hoge mate het verloop en succes van het veranderingsproces.
Betekenis van de term
De term cliënt benadrukt actieve betrokkenheid en zelfstandigheid. Daarmee wordt afstand
genomen van termen als “patiënt”, die vaak een passieve, afhankelijke lading hebben.
Cliëntsysteem
Soms is de cliënt niet één individu, maar een groep of gezin. In dat geval spreekt men van
een cliëntsysteem. Dit geeft aan dat de interacties en relaties binnen de groep ook
onderwerp zijn van verandering.
Bewustzijn en wenselijkheid
De cliënt moet zich bewust zijn van de verandering en deze ook willen. Zonder intrinsieke
motivatie is het moeilijk om duurzame verandering te realiseren.
Vrijwilligheid
De cliënt moet altijd vrijwillig deelnemen aan het proces. Gedwongen verandering brengt
ethische en praktische complicaties met zich mee.