Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Virale ziekten (UGent) (DGK) | Uitgebreide samenvatting (2025)

Beoordeling
-
Verkocht
20
Pagina's
148
Geüpload op
23-09-2025
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting is de ideale voorbereiding voor het examen: zo zijn alle oude examenvragen na elk betreffend hoofdstuk vermeld zodat je precies weet waar je focus moet leggen. Ik doe dit voor mezelf altijd na het maken van de samenvatting in de aanloop naar het examen. Deze samenvatting voor Virale ziekten, prionziekten en zoönosen is verder gebaseerd op de lessen en het cursusmateriaal van 2025 en telt 148 pagina’s. De hoofdstukken Kat, Hond, Paard, Varken, Runderen en Kleine herkauwers zijn volledig en overzichtelijk uitgewerkt in puntvorm-stijl, zodat je efficiënt en doelgericht kunt studeren. Waar nodig zijn overzichtelijke tabellen toegevoegd die de leerstof structureren en de kernpunten samenvatten. Daarnaast zijn foto’s, schema’s en afbeeldingen opgenomen, telkens voorzien van extra uitleg en randinformatie om de inhoud beter te begrijpen. Bij het hoofdstuk Varken zijn virussen (KVPV en AVPV) wel vermeld maar niet verder uitgewerkt, en bij Rund geldt hetzelfde voor ADV bij rund en BKK. Deze zijn namelijk nooit gevraagd op het examen. Ik kon zelf alle vragen benatwoorden. Bij elk onderdeel zijn bovendien de examenvragen die ooit gesteld zijn duidelijk vermeld, waardoor je precies weet waar je focus moet leggen. Zo combineert dit document volledigheid met een sterke examengerichte insteek, ideaal voor studenten die zich grondig maar efficiënt willen voorbereiden en hun slaagkans willen vergroten.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Virale ziekten, prionziekten en zoönosen.


Inhoud
Hoofdstuk 1: Kat
1) Ademhalingsstoornissen
1.1 Feliene herpesvirus type I (FHV1)
1.2 Feliene calicivirus (FCV)
2) Spijsverteringsstoornissen
2.1 Feliene rotavirus
2.2 Feliene enterische coronavirus (FECV)
2.3 Feliene parvovirus (FPV)
3) Virale huidaandoeningen (pokkenvirus)
4) Virale aandoeningen met algemeen ziektebeeld
4.1 Feliene leukemievirus / Feliene leukosevirus A (FeLV)
4.2 Feliene infectieuze peronitis (FIP)
4.3 Het feliene immunodeficiëntievirus (FIV)




Hoofdstuk 2: Hond
1) Virale ademhalingsstoornissen
1.1 Caniene para-influenzavirus 2 (CPIV2)
1.3 Caniene adenovirus type 2 (CAV2)
2) Virale spijsverteringsstoornissen
2.1 Caniene rotavirus (CRV)
2.2 Caniene enterische coronavirus (CCV)
2.3 Caniene parvovirus (CPV)
3) Stoornissen van de huid en uitwendige slijmvliezen (Papillomavirus)
4) Virale zenuwstoornissen
5.1 Pseudo-rabiësvirus (Aujeszkyvirus) (suid-herpesvirus type 1)
5.2 Rabiësvirus (razernij)
5) Virale aandoeningen met algemeen ziektebeeld
6.2 Caniene adenovirus 1 (CAV1)
6.3 Caniene distemper virus (hondenziektevirus) (HZV)
6.4 Caniene herpesvirus type 1 (CHV1)




1

,Hoofdstuk 3: Paard
1) Virale ademhalingsstoornissen
1.1 Equine influenzavirus (EIV) of Invluenzavirus A (griep)
1.2 Equine herpesvirus type 1 en 4 (EHV1 en EHV4)
1.3 Equine herpesvirus type 2 en 5 (EHV2 en EHV5)
2) Virale spijsverteringstoornissen (diarree)
2.1 Equine rotavirus
2.2 Equine coronavirus
3) Virale stoornissen van het genitaal stelsel
3.1 Equine herpesvirus (EHV) 3
4) Virale aandoening van de huid en uitwendige slijmvliezen
4.1 Equine papillomavirus ( → wratjes)
4.2 Boviene papillomavirus ( → Equine sarcoïd)
5) Virale zenuwstoornissen
5.1 West nile virus (west nile koorts en encephalitis)
6) Virale aandoeningen met algemeen ziektebeeld
6.1 Equine arteritis virus (EAV)
6.2 Equine infectieus anemie virus (EIAV)



Hoofdstuk 4: Varken
1) Virale ademhalingsstoornissen
1.1 Porcien respiratoir coronavirus (PRCV)
1.2 Varkensinfluenzavirus (SIV)
2) Virale spijsverteringstoornissen
2.1 Porcien rotavirus
2.2 Porcien coronavirus
3) Virale vruchtbaarheidsstoornissen
3.1 Porciene enterovirussen (minder belangrijk)
3.2 Porciene parvovirussen
3.3 Porcien reproductief en respiratoir syndroom virus (PRRSV)
3.4 Encefalomyocarditis virus (EMCV)
3.5 Aujeszky Disease virus (SHV-1)
3.6 Klassieke varkenspest virus (KVPV)
3.7 Porciene circovirus (PCV2)
4) Virale zenuwstoornissen
4.1 Afrikaanse varkenspest virus (AVPV)




2

,Hoofdstuk 5: Runderen
1) Virale ademhalingsstoornissen | Bovine Respiratory Disease (bRSV-A, PI3, BAV3, BCV)
2) Virale spijsverteringstoornissen | Boviene rotavirus (BRV) & boviene coronavirus (BCV)
3) Virale systemische aandoeningen
3.1 Mond- en klauwzeervirus (MKZV))
3.2 Blauwtongvirus (BTV)
3.3 Boviene papillomavirus (BPV)
3.4. Pseudorabiës virus (PRV) / Aujeszky’s Disease Virus (ADV)
3.5 Boviene spongiforme encefalopathie (BSE)
3.6 Boviene virale diarree – mucosal disease virus (BVD-MD virus)
3.7 Boviene herpesvirus type I
3.8 Boviene katarrhaalkoorts (BKK)




Hoofdstuk 6: Kleine herkauwers
1) Systemische virale ziekten
1.1 Visna Maedi (Zwoegerziekte)
1.2 ORF (Besmettelijke ecthyma)
1.3 Scrapie
1.4 Blauwtongvirus (BTV)
1.5 Schmallenbergvirus




3

,Volgende virussen zijn tot nu toe op het examen gevraagd (per diersoort):




Examen:
- Je krijgt zeker een vraag over een respiratoir viruscomplex (1 van de 6 vragen)
- Je krijgt zeker een vraag over een intestinaal probleem (rota-coronavirus)
- Immuniteit:
Actieve immuniteit overal neerpennen!
Passieve immuniteit (lactogene en colostrale)!




4

,Hoofdstuk 1: de Kat




5

,6

, 1 Virale ademhalingsstoornissen bij de kat

Felien respiratoir complex (“niesziekte”)
Er zijn steeds meer infectieuze agentia geassocieerd geworden met ademhalingsstoornissen bij de kat met
feliene herpesvirustype I (FHV1) als belangrijkste en daarnaast het feliene calicivirus (FCV). Deze zijn de oorzaak
van 80% of meer van de infectieuze ademhalingsstoornissen bij de kat.

1.1. Feliene herpesvirus type 1 (FHV1)

1) Viruseigenschappen
1) Viruseigenschappen (zie overzichtstabel)
2) Epidemiologie
1) Voorkomen: Hoe blijft het virus aanwezig in een populatie
→ Verspreiding:
- Direct contact: tussen katten
> Per oraal: speeksel, neusslijm
> Per inhalatie
- Latentie: virus blijft aanwezig in het lichaam zonder actief ziekte te
veroorzaken, maar kan later weer opflakkeren.
2) Gevoelige individuen: species specifiek – zal enkel katten infecteren
→ Leeftijd: alle leeftijden zijn gevoelig
- Oudere dieren: vaak subklinische infectie
> Herinfectie en reactivatie treden regelmatig op bij volwassen katten
waarna ze jongere, vatbare dieren kunnen infecteren
- Jongere dieren: vaak klinische infectie (hoe jonger, hoe erger symptomen)
Infectie kan fataal aflopen bij kittens die …
> Geen passieve of maternale immuniteit (niet gekregen/reeds voorbij)
> Geen actieve immuniteit (geen vaccinaties)

3) Pathogenese (primo infectie) | Infectie van de bovenste luchtwegen en ogen
1) Infectie: per oraal (speeksel, neusslijm) / inhalatie (direct contact)
2) Lokale vermeerdering: epitheel bovenste luchtwegen (neusopening tot tracheabifurcatie) +
epitheel van de conjunctiva, traankanalen en de keelstreek
→ Pantroop virus: kan in alle cellen kan vermeerderen
- Start vaak t.h.v. epitheelcellen
- Daarna migreert het doorheen basaal membraan naar diepere cellen
→ Destructief: replicatie → epitheelnecrose → schade ~ leeftijd + infectiedruk
3) Celgeassocieerde viremie (bijna uitsluitend bij kittens):
→ Cel-tot-cel membraanfusie
1. Geïnfecteerde cel: zet virale envelop-eiwitten op zijn membraan.
2. Naburige cel: receptoren binden aan die virale eiwitten.
→ Triggert membraanfusie → virus wordt rechtstreeks van cel naar cel
doorgegeven, zonder dat het buiten de cel hoeft te komen.
→ Gevolg: Ontstaan van …
1. Plaquevorming: groep van samengevoegde, geïnfecteerde cellen.
2. Necrosehaardjes → lokaal weefselverlies.
4) Systemische vermeerdering: in inwendige organen (vnl bij oudere dieren)
5) Uitscheiding: zeer beperkt

7

, Comparatieve virologie
Hoe snel verspreiden herpesvirussen zich
lateraal?
Hoe diep verspreiden herpesvirussen zich?

Vergelijking per type herpesvirus
(over verschillende species).
- EHV1 zal niet doorheen mucosa
kunnen
- SHV1 zal heel diep kan doordringen.




3.1. Infectie epitheelcellen | barrières
1) Slijmvlieslaag (1e barrière): netwerk van eiwitdraden + suikerketens → elektrisch geladen
→ Functie: vangt virusdeeltjes via lading + muco-adhesieve interacties + defensine
- Defensine (antimicrobieel eiwit, gesecreteerd door epitheelcellen)
→ perforeert pathogeenmembranen.
→ Omzeiling door virus: virussen bevatten mucolytische factoren
(bv. temperatuur, pollen met proteasen, bacteriële enzymen).
2) Tight junctions (2e barrière)
→ Functie: sluiten epitheelcellen af → verhinderen dat virus tussen cellen naar
basolaterale receptoren kan.
→ Omzeiling door virus: verstoring tight junctions door omgevingsfactoren
(pollen, bacteriën, mycotoxinen) → virus kan cel-naar-cel migreren.
3) Basaal membraan (3e barrière): laatste barrière vóór onderliggend bindweefsel.
→ Virus-specifieke eigenschap: niet alle herpesvirussen kunnen dit passeren.
- Caniene herpesvirus 1 (hond): enkel bij jonge honden.
- Equine herpesvirus 1 of 4 (paard): kan niet door BM.
- Boviene herpesvirus 1 (rund): kan op later tijdstip agressief invaderen.




Mucine glycoproteïne (voorstelling)
Slijmlaag is opgebouwd uit mucine glycoproteïne




8

, 3.2. Replicatiecyclus in gastheercel ( = lokale vermeerdering) ( = extra)
Alles wat gebeurt vanaf het moment dat een virus bindt met een gevoelige gastheercel totdat
het virus de gastheercel verlaat = replicatiecyclus … deze verloopt in 7 stappen:

1) Binding en absorptie: een passief proces waarbij het virus specifiek bindt aan
oppervlaktereceptoren van de gastheercel waarna het opgenomen wordt in de
gastheercel.
2) Binnentreden: een natuurlijk proces dat verloopt volgens endocytose
3) Uncoating: gezien het een envelope virussen is, gebeurt de uncoating d.m.v. een fusie, in
dit geval door een intracellulaire fusie:
→ Fusie tussen het fusie-eiwit (oppervlakte-eiwit) van het virus en het endosomaal
membraan van de gastheercel
→ Afgave van het genoom, nog steeds omgeven door capsid, aan het cytoplasma
→ Capsid wordt in het cytoplasma gedeeltelijk afgebroken waarna het lineair genoom
wordt getransporteerd naar de kern dankzij nucleolaire signalisaties
4) Transcriptie en translatie: aanmaak van mRNA en aanmaak van virale eiwitten op basis van
het mRNA – omdat er dubbelstrengig DNA aanwezig is kan er rechtstreeks mRNA worden
aangemaakt. Eiwitproductie gebeurt in verschillende fasen …
→ Vroeg eiwit: enzymes en transcriptiefactoren die ervoor zorgen dat bepaalde
eiwitten vroeger of later tot expressie komen, maar zorgen er ook voor dat
cellulaire eiwitten niet meer tot expressie komen.
→ Intermediaire eiwitsynthese: waarbij vnl polymerase wordt aangemaakt gezien dit
betrokken is bij de replicatie
→ Laat eiwit: aanmaak van structurele eiwitten namelijk enveloppe eiwitten,
nucleocapsid en tegument
5) Genoom replicatie: herpesvirussen bevatten lineair DNA dat eerst omgevormd wordt tot
circulair DNA gezien replicatie van circulair DNA efficiënter is dan dat van lineair DNA
6) Assemblage: /
7) Vrijlating: Via budding; nucleocapsid door nucleaire enveloppe geduwd → envelop =
binnenste + buitenste membraan → via exocytose vrijgesteld t.h.v. plasmamembraan

3.3. Latentie na primo infectie
FHV-1 = envelop-virus → lage omgevingsresistentie → blijft in populatie via latentie
( ~50% gevallen) en reactivatie (naast directe overdracht door nauw contact/inhalatie).

1) Latentie: Virus blijft aanwezig zonder actieve replicatie/ziekte, kan later heropflakkeren
→ Latent virus: Virus trekt zich terug in neuronen (bv. ganglion trigeminale):
1. Neuronen = langlevend: Virus kan levenslang blijven bestaan.
2. Neuronen = resistent tegen herpesreplicatie: Virus is niet-productief
→ Reactivatie: getriggerd door o.a. stress of daling immuniteit.
- Viraal genoom geactiveerd → virus migreert via zenuwuiteinden naar
trilhaarepitheel → korte replicatie (1 – 5 d) door snelle geheugenrespons.
2) Gevolg:
Symptomen = minder ernstig i.t.t. primo-infectie; soms recidiverende
oogaandoeningen (bv. bij onvoldoende vaccinatie).
Immunologische boost: herinfectie/reactivatie → verbeterde affiniteit van
antistoffen en versterking van immuunsysteem.
Opnieuw virusuitscheiders: reactie = infectiebron voor gevoelige kittens

9

, 2) Kliniek | Incubatieperiode 2 – 6 dagen; vnl
1) Primo-infectie: Klassieke (acute) rhinotracheïtis
Typisch voor kittens (6 – 12 weken) na verdwijnen maternale immuniteit
→ Symptomen: dit is worst-case scenario, komt maar voor bij 1% van de katten
1. Rhinitis: niezen, neusvloei (1e duidelijke symptomen)
2. Conjunctivitis
3. Keratitis/cornea-uclus (bij uitbreidende conjunctivitis naar cornea)
4. Stomatitis/ulceraties in tong en keelholte: kwijlen
2) Herinfectie/reactivatie: Recurrente rhinitis
Typisch voor oudere katten na reactivatie latent virus of herinfectie
→ Pathogenese: Virusreplicatie bovenste luchtwegen → lokale letsels → vaak
gevolgd door secundaire bacteriële infectie
→ Symptomen (i.t.t. primo-infectie): milder, kortdurend (1 – 5 d) en vnl oudere katten




Zware conjunctivitis: je ziet dat
Rhinitis & het oog zelf al is aangetast Cornea ulcus, zeer moeilijk te
Zware conjunctivitis
conjunctivitis (blauw verkleuring) en je richting behandelen.
ulcus gaat




Kliniek in relatie tot
de leeftijd van de gastheer
Hoe jonger het dier → hoe gevoeliger → hoe zwaarder de
kliniek
Naarmate de leeftijd stijgt → klinische symptomen dalen
bij eenzelfde infectiedruk.

Oudere katten spelen = vnl drager en besmettingsbron
Kittens (geen vacc/maternale imm.): ernstige tot fataal


Kliniek in relatie tot
de infectiedruk
Hoeveelheid startvirus bepaalt de snelheid van infectie:
1 viruspartikel → na 12u al 10³ → infectie vordert snel.
10⁵ viruspartikels → na 12u al 10⁸ → vordert extreem
snel.
Interferonrespons: Komt pas op gang na 2–3 dagen.
Tot dan kan virus zich ongestoord vermenigvuldigen.
Hoe hoger initiële dosis, hoe sneller + ernstiger
kliniek. Daarom reinigen en ontsmetten cruciaal
→ verlaagt infectiedruk → verlaagt kliniek


10

Documentinformatie

Geüpload op
23 september 2025
Aantal pagina's
148
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€15,45
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
StudentDGK123 Universiteit Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
94
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
15
Documenten
22
Laatst verkocht
6 dagen geleden

4,3

6 beoordelingen

5
4
4
1
3
0
2
1
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen