Zakenrecht antwoorden examen juni ’25
Vraag 1
-referentie opstellen volgens V&A
Vraag 2
-case aansprakelijkheid
1. Rechtsmisbruik (art. 1.10 BW)
2. Aansprakelijkheid voor eigen daad/ persoonlijke
aansprakelijkheid (art. 6.5 BW)
3. Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken (art. 6.16 BW)
4. Burenhinder (art. 3.101 BW)
Persoon die overlijd die was gehuwd er is een stuk grond dat word
vererfd door de langstlevende echtgenoot en door de zoon of
dochter waarbij de langstlevende vruchtgebruiker is en zoon of
dochter blote eigenaar de vruchtgebruiker beslist om op dat stuk
grond te bouwen en doet beroep op een aannemer en de aannemer
doet dan beroep op een onderaannemer om muren te gaan metsen
maar dan blijkt dat de muren slecht verlijmd zijn, niet volgens de
regels van de kunst, en die muur valt omver waardoor bij de buren
de veranda of de serre kapot is en die buren willen dus o.b.v. enige
rechtsgrond een schadevergoeding hebben
1e grond: rechtsmisbruik
- Hier niet van toepassing want er is niemand die opzettelijk
schade heeft toegebracht
2e grond: aansprakelijkheid voor eigen daad/ persoonlijke
aansprakelijkheid
- Kan gebruikt worden tegen de aannemer en in dit geval de
onderaannemer die de muur slecht verlijmd heeft waardoor dat
hij omvalt dat wordt vastgesteld door een deskundige dus we
mogen ervan uitgaan dat het gewoon niet op de juiste manier
is gedaan die muur oprichten dus gaat het weldegelijk om een
persoonlijke aansprakelijkheid van de ONDERAANNEMER
3e grond: aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
- Stelt men de bewaarder of eigenaar aansprakelijk (hier is dit
degene die de opdracht geeft gegeven en dat is de
vruchtgebruiker) men zou eventueel ook de onderaannemer
die de muur slecht heeft verlijmd, dus voor een gebrekkige
zaak heeft gezorgd, zou men aansprakelijk kunnen stellen.
, 4e grond: burenhinder
- Kan toegepast worden omdat je als buur niet moet verdragen
dat bij het oprichten van een gebouw naast je jij schade zou
ondervinden dat is wel degelijk overlast en men kan dus t.o.v.
de bouwheer (de vruchtgebruiker die aan het bouwen is) de
burenhinder inroepen.
Vraag 3:
HOE HERKEN JE IN EEN WETBOEK DAT HET GAAT OM DWINGEND
RECHT?
- Ze vroeg naar de typische uitdrukking
- Dus het gaat niet om de woorden dwingend recht maar de
typische uitdrukking
Antwoord:
Art. 3.169 Duurtijd (er zijn er nog verschillende)
“Niettegenstaande enig andersluidend beding”
Dat wil gewoon zeggen dat het dwingend recht is
Vraag 4:
Case: buurman kan een kortere weg nemen over het perceel van de buur
Hij kon via de openbare weg gaan maar hij mocht van de vorige eigenaar
over zijn perceel lopen maar dat perceel is nu verkocht en de nieuwe
eigenaar wil dat niet meer.
Kan men de nieuwe eigenaar dwingen om de andere persoon nog over het
perceel te laten gaan:
Wat moet je onderzoeken?
1. Is dit een wettelijke erfdienstbaarheid en is die dan van toepassing
Wettelijke erfdienstbaarheid van uitweg maar daarvoor moet je een
ingesloten perceel hebben dat hier niet het geval is, dus het is GEEN
wettelijke erfdienstbaarheid
2. Is het een erfdienstbaarheid door menselijk handelen?
Lijkt op wettelijke erfdienstbaarheid, maar is toch anders want het is
niet ingesloten
Eerst moet je je afvragen: is het een zichtbare of onzichtbare
erfdienstbaarheid?
In de opgave is duidelijk gezegd dat er echt echt niets te zien is (geen
sporen, geen poortje, …) met als gevolg dat men in dit geval al die
uitleg over verjaring en bestemming van de eigenaar niet moet geven,
maar omdat het een niet-zichtbare erfdienstbaarheid is kan de koper
van het perceel die erfdienstbaarheid alleen maar opgelegd worden als
er een titel is die is overgeschreven in de hypotheekregisters. Het is
dus niet voldoende om te zeggen er is een titel, die moet ook
Vraag 1
-referentie opstellen volgens V&A
Vraag 2
-case aansprakelijkheid
1. Rechtsmisbruik (art. 1.10 BW)
2. Aansprakelijkheid voor eigen daad/ persoonlijke
aansprakelijkheid (art. 6.5 BW)
3. Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken (art. 6.16 BW)
4. Burenhinder (art. 3.101 BW)
Persoon die overlijd die was gehuwd er is een stuk grond dat word
vererfd door de langstlevende echtgenoot en door de zoon of
dochter waarbij de langstlevende vruchtgebruiker is en zoon of
dochter blote eigenaar de vruchtgebruiker beslist om op dat stuk
grond te bouwen en doet beroep op een aannemer en de aannemer
doet dan beroep op een onderaannemer om muren te gaan metsen
maar dan blijkt dat de muren slecht verlijmd zijn, niet volgens de
regels van de kunst, en die muur valt omver waardoor bij de buren
de veranda of de serre kapot is en die buren willen dus o.b.v. enige
rechtsgrond een schadevergoeding hebben
1e grond: rechtsmisbruik
- Hier niet van toepassing want er is niemand die opzettelijk
schade heeft toegebracht
2e grond: aansprakelijkheid voor eigen daad/ persoonlijke
aansprakelijkheid
- Kan gebruikt worden tegen de aannemer en in dit geval de
onderaannemer die de muur slecht verlijmd heeft waardoor dat
hij omvalt dat wordt vastgesteld door een deskundige dus we
mogen ervan uitgaan dat het gewoon niet op de juiste manier
is gedaan die muur oprichten dus gaat het weldegelijk om een
persoonlijke aansprakelijkheid van de ONDERAANNEMER
3e grond: aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
- Stelt men de bewaarder of eigenaar aansprakelijk (hier is dit
degene die de opdracht geeft gegeven en dat is de
vruchtgebruiker) men zou eventueel ook de onderaannemer
die de muur slecht heeft verlijmd, dus voor een gebrekkige
zaak heeft gezorgd, zou men aansprakelijk kunnen stellen.
, 4e grond: burenhinder
- Kan toegepast worden omdat je als buur niet moet verdragen
dat bij het oprichten van een gebouw naast je jij schade zou
ondervinden dat is wel degelijk overlast en men kan dus t.o.v.
de bouwheer (de vruchtgebruiker die aan het bouwen is) de
burenhinder inroepen.
Vraag 3:
HOE HERKEN JE IN EEN WETBOEK DAT HET GAAT OM DWINGEND
RECHT?
- Ze vroeg naar de typische uitdrukking
- Dus het gaat niet om de woorden dwingend recht maar de
typische uitdrukking
Antwoord:
Art. 3.169 Duurtijd (er zijn er nog verschillende)
“Niettegenstaande enig andersluidend beding”
Dat wil gewoon zeggen dat het dwingend recht is
Vraag 4:
Case: buurman kan een kortere weg nemen over het perceel van de buur
Hij kon via de openbare weg gaan maar hij mocht van de vorige eigenaar
over zijn perceel lopen maar dat perceel is nu verkocht en de nieuwe
eigenaar wil dat niet meer.
Kan men de nieuwe eigenaar dwingen om de andere persoon nog over het
perceel te laten gaan:
Wat moet je onderzoeken?
1. Is dit een wettelijke erfdienstbaarheid en is die dan van toepassing
Wettelijke erfdienstbaarheid van uitweg maar daarvoor moet je een
ingesloten perceel hebben dat hier niet het geval is, dus het is GEEN
wettelijke erfdienstbaarheid
2. Is het een erfdienstbaarheid door menselijk handelen?
Lijkt op wettelijke erfdienstbaarheid, maar is toch anders want het is
niet ingesloten
Eerst moet je je afvragen: is het een zichtbare of onzichtbare
erfdienstbaarheid?
In de opgave is duidelijk gezegd dat er echt echt niets te zien is (geen
sporen, geen poortje, …) met als gevolg dat men in dit geval al die
uitleg over verjaring en bestemming van de eigenaar niet moet geven,
maar omdat het een niet-zichtbare erfdienstbaarheid is kan de koper
van het perceel die erfdienstbaarheid alleen maar opgelegd worden als
er een titel is die is overgeschreven in de hypotheekregisters. Het is
dus niet voldoende om te zeggen er is een titel, die moet ook