1. Zijn spermatiden bevruchtingskrachtig? Verklaar
Neen. deze hebben reeds de meiotische delingen ondergaan maar moeten nog de
spermiogenese doorgaan. Hierbij treedt een transformatie op van een ronde cel
naar een flagel-achtige structuur met staart, acrosoom en een gecondenseerde
kern .
2. Zijn secundaire spermatocyten bevruchtingskrachtig?
Neen. Deze moeten nog een tweede meiotische deling ondergaan om zich om te
vormen naar spermatiden. Deze laatste zullen nog een hele morfologische
verandering moeten ondergaan van een ronde cel naar een slanke cel met een
flagel. Ook de spermatozoa in de testis zijn niet bevruchtingskrachtig maar moeten
nog capacitatie ondergaan in de bijbal.
3. Wat is de meest voorkomende oorzaak van aneuploïdie?
Non-disjunctie tijdens de 1ste of 2de meiotische deling waardoor er hetzij 1
chromosoom te veel (trisomie) of 1 te weinig is (monosomie).
4. Wat is trisomie? Geef 2 oorzaken
sets van een zelfde chromosoom, dus 1 chromosoom extra.
- non-dysjunctie tijdens meiose (I of II).
- translocatie van genetisch materiaal.
5. Wat is spermatozoön-centrosoom
Het spermatozoön-centrosoom is het centrosoom dat door het spermatozoön wordt
ingebracht bij bevruchting. Het vormt de spoelfiguur tijdens de eerste celdelingen
van het embryo en is essentieel voor correcte chromosoomverdeling. Het levert de
basis voor het embryonale centrosoom, aangezien de eicel er zelf geen functioneel
centrosoom bevat.
6. Bespreek spermiogenese
Dit is het proces waarbij een metamorfose van een spermatide optreed en deze
een mature sperma wordt (spermatide deelt zich niet meer maar transformeert in
een spermatozoa). Dit gebeurd in de volgende stappen:
- De vorming van een acrosoom, die zich over de helft van het oppervlak van de
nucleus uitbreidt. In de acrosoom granule zitten er hydrolitische enzymen die de
eicel kunnen penetreren.
- Cytoplasma zakt naar caudaal en gaat voor een grootste deel verloren
- In de kop van de sperma bevind zich het DNA materiaal
- Aanleg van een ring met mitochondrien (voor E produktie) welke de staart van
de sperma doet bewegen
- Aanleg staart, deze bevat mitochondrien om te kunnen voortbewegen
7. Leg de fasen van penetratie van de zaadcel uit
De spermaceet gaan wroeten in de granulosacellen Binding van ligant aan
receptor: eiwitten aanwezig op de zona pellucida (nodig om accrosoomreactie te
, starten) Plasmamembraan spermacel en eiwit gaan versmelten (kern en staart
spermacel binnen) Start 2de meiotische deling
8. Wat zijn 2 manieren waarop een eicel vermijdt dat er 2 spermacellen de
eicel binnendringen?
a) Corticale reactie: door corticale granules in eicel die gelegen zijn onder
celmembraan van de eicel. Wanneer de zaadcel worden de granules
geactiveerd. Deze granules scheiden moleculen af aan de zone pellucida zodat
die stoffen kunnen afgeven aan spermacellen waardoor ze niet meer kunnen
binden aan het eicelmembraan.
b) Bij het binnendringen van de zaadcel in de eicel is er een stijging van de
calcium influx en hierdoor verandert de membraanpotentiaal waardoor er een
soort elektrische draad wordt aangelegd rond de eicel. Hierdoor zullen de
spermacellen die willen binnendringen een elektrische shock krijgen.
9. Kan een blastocyt/blastula implanteren? Zo ja, hoe en zo niet waarom?
Nee, een blastula kun je niet implanteren. Bij een blastula is de zona pellucida nog
aanwezig en kunnen de trofoblastcellen zich dus niet binden aan het endometrium.
Implantatie gebeurt dus nadat een blastula uitgekipt is en een blastocyst is
geworden. Na het uitkippen kunnen de trofoblastcellen binden met het
endometrium en zich gaan differentiëren
10. Wat is meiose en wat is het verschil tussen man en vrouw?
Meisose is een reductiedeling. Men gaat van diploïd naar haploïd. Het gebeurt
enkel bij geslachtscellen ( rijpingsdeling ).
Oöcyten reeds tijdens de foetale periode 1e meiotische deling, 2de meiotische
deling wordt pas voltrokken bij fertilisatie ( zaadcel dringt in eicel ).
Bij mannen is spermatogenese een continue proces vanaf de puberteit.
Gevolg: bv. Syndroom van Down of trisomie 21: hier zijn 3 chromosomen ipv 2
abnormaal chromosomen set. Oorzaak: fout bij mei otische deling.
11. Waarom hebben vrouwen meer kans op een gehandicapt kind?
Bij de man is spermatogenese een continue proces en gebeurt vanaf de puberteit.
Bij de vrouw is er al tijdens de embryonale fase een eerste meiotische deling
gebeurd, de tweede meiotische deling vindt pas plaats bij bevruchting. Tussen de
eerste en de tweede meiotische deling zitten dus vele jaren tussen. Hoe ouder
vrouwen, hoe ouder de eicellen en hoe groter de kans op een fout in de meiotische
deling.
Meer kans op trisomie: fout aantal chromosomensets 3ipv 2. Vb. Downsyndroom:
oorzaak, niet uit elkaar gaan van chromosomen paren. Zie tekening: non-disjunctie
bij de 2de meiotische deling
12. Wat is de zona pellucida en geef zijn functie
De zona pellucida is een ring van glycoproteïnen die zich rond de eicel bevindt.
De zona pellucida biedt bescherming aan de eicel tegen trauma of beschadiging.
,13. Geef de 5 cellulaire processen in een embryo.
- Celproliferatie: cellen vermenigvuldigen door mitosen
- Celgroei: cellen gaan toenemen in volume
- Celdifferentiatie: - totipotent: cellen geven aanleiding tot weefsel embryo en
vruchtvliezen - pluripotent: cellen geven aanleiding tot weefsel embryo
- Celmigratie: cellen ontstaan ter hoogte van de neurale buis en gaan migreren
naar de periferie
- Celdood: vb vliezen tussen vingers: celdood is niet doorgegaan – apoptose
14. Wanneer treedt het process “compaction” op en wat houdt dit precies
in?
Treedt op tijdens of voor het morula-stadium waarbij de buitenste cellen zich
omvormen tot trofoblastcellen, terwijl de binnenste cellen groter zijn en de inner
cell mass/embryoblast cellen vormen.
, GASTLES
15. Ovulatie is geen reden van infertiliteit. Waarom niet? Hoe kan men dit
ontsluiten?
Ovulatie is geen reden van infertiliteit, omdat het juist een voorwaarde is voor
vruchtbaarheid. Een vrouw die ovuleerd, produceert een rijpe eicel die bevrucht
kan worden. Enkel ovulatiestoornissen kunnen een oorzaak zijn van fertiliteit
problemen. Dit kan ontsloten worden door bv. een echografie van de ovaria om de
follikelgroei te beoordelen.
16. Definieer infertiliteit, prevalentie infertiliteit en factoren die bijdragen
aan infertiliteit.
Het uitblijven van een zwangerschap na regelmatige onbeschermde
geslachtsgemeenschap. Factoren die bijdragen zijn spermakwaliteit (aantal,
bewegelijkheid, morfologie), problemen met baarmoederhalsslijmvlies,
ovulatieproblemen.
17. Wat is het criterium van infertiliteit. Bij de vrouw is inferiliteit
vastgesteld en wordt IVF toegepast, wat is dit en leg uit wat er allemaal
gebeurt.
IVF = in-vitro fertilisatie, dit is een kunstmatige bevruchting buiten het lichaam in
een labo
Stappen:
a) Hormoon stimulatie om eicellen te laten rijpen en verzamelen
b) Verzamelen en voorbereiden van sperma
c) Bevruchting in vitro met sperma
d) Embryocultuur tot een blastocyt is gevormd
e) (Cryopreservatie: embryo invriezen in vloeibare stikstof indien latere
zwangerschap gewenst)
f) Embryotransfer in de uterus
18. Geef voor/nadelen van FISH bij PGT.
PGT zijn genetische testing voor de kwaliteit van het embryo. Vroeger werd gebruik
gemaakt van FISH. Een voordeel hiervan is dat het eenvoudig, goedkoop en snel is.
Nadelen zijn dat het subjectiever is, er fouten kunnen zijn, beperkt aantal
chromosomen per analyse en optimalisatie per patiënt is nodig (specifieke probes
op voorhand selecteren).
Tegenwoordig doet men PCR-technieken die duurdere en meer tijdrovend zijn, maar
objectiever, zekerder, alle chromosomen, ook gedetailleerd en universeler.
19. Therapeutische mogelijkheden infertiliteit?
- Medicamenteuze behandeling
- Cyclus monitoring
- IUI: intra-uteriene-inseminatie: opgewerkte zaadcellen kunstmatig in
baarmoeder brengen.
- IVF: één of meer eicellen buiten lichaam bevruchten met zaadcellen. Ontstane
embryo’s in de baarmoeder brengen.