Samenvatting :
- Actuele Criminologie: H4.2, H4.4, H4.5 en H8 t/m 8.2
- Praktisch straf(proces)recht: H11.1 en H11.2
, Actuele Criminologie H4.2, 4.4 en 4.5 & H8 t/m 8.2
Hoofdstuk 4 verklaringen voor criminaliteit: het psychologisch perspectief
4.2 Persoonlijkheid en antisociaal gedrag:
Persoonlijkheidskenmerken zijn redelijk stabiel.
Kritiek op vragenlijsten naar persoonlijkheid: mensen kunnen proberen zich anders voor te doen dan
zij zijn, de ‘bui’ waarin de invuller verkeert kan van dag tot dag verschillen, misvormingen in het
geheugen kunnen een rol spelen, iemands zelfbeeld kan aperte onjuistheden bevatten.
Voorkomen door: gedrag voor en na invullen bestuderen, meerdere malen afnemen bij personen,
leugenvragen om de geneigdheid tot het geven van onjuiste antwoorden te bepalen.
Theorie van Esyenck: het pen-model
Volgens deze theorie kunnen combinaties van een gebrekkige opvoeding, erfelijke-, biologische- en
omgevingsfactoren leiden tot vormen van crimineel gedrag. Maar deze factoren kunnen op zichzelf
geen criminaliteit veroorzaken. Gaat dus om wisselwerking tussen omgeving en persoon. Hij
benadrukt de ‘genetische predispositie’, ofwel de aanleg tot antisociaal en daarmee ook tot crimineel
gedrag. Dit betekent niet dat hij veronderstelt dat er geboren misdadigers zijn, maar dat sommige
personen, in vergelijking met de bevolking als geheel, in het algemeen bepaalde aangeboren
afwijkende eigenschappen bezitten en dat deze van invloed zijn op het vermogen sociale regels en
gedragingen aan te leren. 3 belangrijke componenten binnen de persoonlijkheid: psychoticisme
extraversie en neuroticisme, deze vormen een groot deel van een persoonlijkheid.
Psychoticisme: deze mensen zijn egocentrisch, koel en afstandelijk in contact met anderen,
ongevoelig en wreed, vijandig, agressief, impulsief en antisociaal gedrag. Criminelen scoren hier hoog
op, vanwege hun agressieve en antisociale gedrag, in combinatie met hun gebrek aan empathie voor
anderen. Ook hebben mensen een grotere kans op psychiatrische stoornissen.
Extraversie- introversie: extraversie: gesteld op gezelschap, behoefte aan opwinding en verandering,
optimistisch, uitbundig, impulsief, veel pratend, ongeduldig, humeurig, soms agressief.
Introversie: teruggetrokken, kalm, voorzichtig, gelijkmatig van humeur. Tussen introvert en extravert
ligt een verschil in behoefte aan stimulatie door de omgeving ten grondslag. Door de grotere
behoefte aan opwinding en stimulatie van de extravert heeft deze een grotere kans om de wet te
overtreden.
Neuroticisme: ‘labiele emotionaliteit’ heeft betrekking op een aangeboren, biologische predispositie
om lichamelijk heftig te reageren op stressrijke gebeurtenissen. Mensen met een hoge N-score
vertonen extreem gedrag, zijn prikkelbaar, humeurig, schrikt snel, obsessies, fobieën, lijdt soms
onder aandoeningen als hoofdpijn, rugpijn en verstoorde spijsvertering. Personen met lage N-score
vertonen kalm, emotioneel stabiel en gelijkmattig gedrag, zij raken niet in paniek in noodgevallen.
Verwachting is dat delinquenten hoog zullen scoren op de N-dimensie.
Spanningsbehoeftemodel van Zuckerman ( en impulsiteit)
Psycholoog Zuckerman heeft een persoonlijkheidstheorie ontwikkeld, waarin behoefte aan spanning
centraal staat. Spanning: het zoeken van nieuwe, gevarieerde, complexe en intense sensaties en
ervaringen en de bereidheid om daarvoor risico te nemen. Dit kun je meten met de Sensation
Seeking Scale. De spanningsbehoefte wordt onderverdeeld in 4 subschalen/kenmerken:
- Risicobereidheid; de neiging om activiteiten te ondernemen die fysiek gevaarlijk zijn.
- Ervaringsgerichtheid; neiging tot onconventionele manier van leven, gericht op ervaringen
opdoen.
- Behoefte aan verandering; behoefte aan voortdurende afwisseling zowel qua omgeving als in
contacten met mensen.
- Ontremming; behoefte om zich in sociale situaties uit te leven door onder meer alcohol.
Delinquenten bezitten vaak vooral de kenmerken risicobereidheid en ontremming, omdat ze
prikkelhonger hebben en illegaal gedrag spanning geeft.
- Actuele Criminologie: H4.2, H4.4, H4.5 en H8 t/m 8.2
- Praktisch straf(proces)recht: H11.1 en H11.2
, Actuele Criminologie H4.2, 4.4 en 4.5 & H8 t/m 8.2
Hoofdstuk 4 verklaringen voor criminaliteit: het psychologisch perspectief
4.2 Persoonlijkheid en antisociaal gedrag:
Persoonlijkheidskenmerken zijn redelijk stabiel.
Kritiek op vragenlijsten naar persoonlijkheid: mensen kunnen proberen zich anders voor te doen dan
zij zijn, de ‘bui’ waarin de invuller verkeert kan van dag tot dag verschillen, misvormingen in het
geheugen kunnen een rol spelen, iemands zelfbeeld kan aperte onjuistheden bevatten.
Voorkomen door: gedrag voor en na invullen bestuderen, meerdere malen afnemen bij personen,
leugenvragen om de geneigdheid tot het geven van onjuiste antwoorden te bepalen.
Theorie van Esyenck: het pen-model
Volgens deze theorie kunnen combinaties van een gebrekkige opvoeding, erfelijke-, biologische- en
omgevingsfactoren leiden tot vormen van crimineel gedrag. Maar deze factoren kunnen op zichzelf
geen criminaliteit veroorzaken. Gaat dus om wisselwerking tussen omgeving en persoon. Hij
benadrukt de ‘genetische predispositie’, ofwel de aanleg tot antisociaal en daarmee ook tot crimineel
gedrag. Dit betekent niet dat hij veronderstelt dat er geboren misdadigers zijn, maar dat sommige
personen, in vergelijking met de bevolking als geheel, in het algemeen bepaalde aangeboren
afwijkende eigenschappen bezitten en dat deze van invloed zijn op het vermogen sociale regels en
gedragingen aan te leren. 3 belangrijke componenten binnen de persoonlijkheid: psychoticisme
extraversie en neuroticisme, deze vormen een groot deel van een persoonlijkheid.
Psychoticisme: deze mensen zijn egocentrisch, koel en afstandelijk in contact met anderen,
ongevoelig en wreed, vijandig, agressief, impulsief en antisociaal gedrag. Criminelen scoren hier hoog
op, vanwege hun agressieve en antisociale gedrag, in combinatie met hun gebrek aan empathie voor
anderen. Ook hebben mensen een grotere kans op psychiatrische stoornissen.
Extraversie- introversie: extraversie: gesteld op gezelschap, behoefte aan opwinding en verandering,
optimistisch, uitbundig, impulsief, veel pratend, ongeduldig, humeurig, soms agressief.
Introversie: teruggetrokken, kalm, voorzichtig, gelijkmatig van humeur. Tussen introvert en extravert
ligt een verschil in behoefte aan stimulatie door de omgeving ten grondslag. Door de grotere
behoefte aan opwinding en stimulatie van de extravert heeft deze een grotere kans om de wet te
overtreden.
Neuroticisme: ‘labiele emotionaliteit’ heeft betrekking op een aangeboren, biologische predispositie
om lichamelijk heftig te reageren op stressrijke gebeurtenissen. Mensen met een hoge N-score
vertonen extreem gedrag, zijn prikkelbaar, humeurig, schrikt snel, obsessies, fobieën, lijdt soms
onder aandoeningen als hoofdpijn, rugpijn en verstoorde spijsvertering. Personen met lage N-score
vertonen kalm, emotioneel stabiel en gelijkmattig gedrag, zij raken niet in paniek in noodgevallen.
Verwachting is dat delinquenten hoog zullen scoren op de N-dimensie.
Spanningsbehoeftemodel van Zuckerman ( en impulsiteit)
Psycholoog Zuckerman heeft een persoonlijkheidstheorie ontwikkeld, waarin behoefte aan spanning
centraal staat. Spanning: het zoeken van nieuwe, gevarieerde, complexe en intense sensaties en
ervaringen en de bereidheid om daarvoor risico te nemen. Dit kun je meten met de Sensation
Seeking Scale. De spanningsbehoefte wordt onderverdeeld in 4 subschalen/kenmerken:
- Risicobereidheid; de neiging om activiteiten te ondernemen die fysiek gevaarlijk zijn.
- Ervaringsgerichtheid; neiging tot onconventionele manier van leven, gericht op ervaringen
opdoen.
- Behoefte aan verandering; behoefte aan voortdurende afwisseling zowel qua omgeving als in
contacten met mensen.
- Ontremming; behoefte om zich in sociale situaties uit te leven door onder meer alcohol.
Delinquenten bezitten vaak vooral de kenmerken risicobereidheid en ontremming, omdat ze
prikkelhonger hebben en illegaal gedrag spanning geeft.