• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 33 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Levensbeschouwing 1e jaar

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 33 pagina's

Dit is een samenvatting van levensbeschouwing van 1e jaar lager onderwijs

Voorbeeld van de inhoud

Levensbeschouwing

WELKOM
1. LA PETITE BONTÉ (EMMANUEL LEVINAS)
Betekenis: De kleine goedheid – daden die op het eerste gezicht onbeduidend lijken,
maar diep menselijk zijn en vertrouwen opbouwen
Drie sleutelwoorden met voorbeelden:
 Alsjeblieft – toont respect en voorkomt agressie (vb: ‘Mag ik deze pen,
alsjeblieft?’)
 Dank je wel – toont waardering en voorkomt egoïsme (vb: ‘Dank je wel om mij
te helpen’)
 Sorry – maakt herstel mogelijk (vb: ‘Sorry dat ik zo kortaf was.’)
2. ONDERWIJZEN EN INTERESSE – ETYMOLOGIE
Onderwijzen: van onder + wijzen → begeleiden door te tonen, aanreiken van
richting.
Interesse: uit het Latijn inter-esse → letterlijk: “tussen zijn”, dus je ergens tussen
plaatsen, je betrokken voelen.
3. DE INDEX GEBRUIKEN – DUBBEL PERSPECTIEF
Letterlijk: De wijsvinger gebruiken om iets aan te duiden.
Figuurlijk: Iemand in de goede richting wijzen, zonder het antwoord te geven.
Vb: een leerling naar een bepaalde pagina leiden of een denkrichting aanreiken
zonder in te vullen.
4. FORMULE OM EEN PRESTATIE TE OMSCHRIJVEN
Prestatie = Draagkracht x Draaglast
→ Wat iemand presteert, hangt af van hoeveel hij/zij kan dragen (fysiek, mentaal) én
hoeveel gevraagd wordt.
5. 3 X 8 EN 4 X 5 VERBINDEN MET STUDEREN
3 x 8 = 24 uur/dag → balans tussen werken, slapen en vrije tijd.
4 x 5 = 20 uur/week studeren → een realistisch aantal uren om als student
efficiënt te werken.
6. STUDEREN IN VIERVOUD
1. Noteren (luisteren en schrijven)
2. Aanvullen (praktijkvoorbeelden toevoegen)
3. Verruimen (bronnen opzoeken)
4. Transfereren (koppelingen maken tussen vakken/contexten)
7. TWEE ANTWOORDEN OP ZWAKKE DRAAGKRACHT + HOGE DRAAGLAST
1. Draagkracht versterken (bv. door coaching, rust, structuur)
2. Draaglast verminderen (bv. minder opdrachten, ondersteuning)
8. SCHOOL – ETYMOLOGISCHE UITLEG
School komt van het Griekse scholè = vrije tijd → een plek waar men vrijwillig
samenkomt om te leren.
9. DRIE GRIEKSE FILOSOFEN EN HUN BIJDRAGEN
Socrates: vragen stellen, dialoog, kritisch denken.
Plato: ideeënleer, opvoeding als weg naar het goede.

,Levensbeschouwing
Aristoteles: observatie, logica, leren door ervaring.
10. HANDBEWEGINGEN IN RAFAËLS ‘SCHOOL VAN ATHENE’
Plato wijst naar boven → ideeënwereld.
Aristoteles wijst naar voren/beneden → ervaring, de concrete werkelijkheid.
11. IDENTITEITSVIERKANT VAN WIM TER HORST
Vier polen:
 Eigenheid ↔ Solidariteit
 Zorg ↔ Vrijheid
→ Goede schoolidentiteit
zoekt evenwicht
daartussen.




12. WAARDE VS. NORM
Waarde: abstract ideaal (bv. respect).
Norm: concrete gedragsregel (bv. je laat anderen uitspreken).
13. VIJF OMGEVINGSCIRKELS BINNEN SCHOOLCONTEXT
1. Ik (de leerling zelf)
2. Jij (klasgenoten/leerkracht)
3. Wij (klasgroep)
4. Zij (andere klassen/schoolomgeving)
5. Samenleving
→ Vb: “respect” tonen voor elkaar in de klas (wij), én ook op sociale media
(zij/samenleving).
14. SCHOOLNAMEN B.A.R.T.H.E.L. & HET BRUGSKE
Op het net vond Tom de klaswet BERTA. Het idee was eenvoudig: elke letter staat
voor een houding van de leerlingen (beleefd, eerlijk, respectvol, tolerant en
aandachtig). Meester Tom was het idee genegen maar zocht een andere,
modernere naam. Dit vond hij in Barthel. De vaardigheden hulpvaardig zijn en lief
zijn, werden er aan toegevoegd.
15. LOGO DOMINIK SAVIO VERKLAREN
 Vaste grond, dak, bescherming, toekomst → symboliek van veiligheid en
geborgenheid.
 Ooievaar: nieuw leven, rustig tempo, warm nest (school als veilige
thuisbasis).
16. OPDRACHTEN VAN HET KATHOLIEK ONDERWIJS
 Persoonsvorming
 Levensbeschouwelijke vorming
 Gemeenschapsvorming
 Maatschappelijke participatie

,Levensbeschouwing
17. KERNWAARDEN OVSG (ONDERWIJSVERENIGING VAN STEDEN EN
GEMEENTEN)
 Vrijheid, solidariteit, verantwoordelijkheid, openheid, democratie

18. BURGERSCHAP BIJ GO!
 Elke leerling is uniek maar gelijkwaardig.
 Recht op gelijke kansen.
 Maximale ontwikkeling, leerwinst en welbevinden.
 Aandacht voor talenten én ondersteuning waar nodig.

VALENTIJN
1. DE DRIE V’S OP 14 FEBRUARI TOEPASSEN
Verkennen – via eye-catchers zoals hartjes of beertjes aan het raam. Vragen stellen:
Wat zie je? Wat betekent dat voor jou?
Verdiepen – met prentenboeken, kunst (bv. René Magritte), religieuze verhalen (bv.
Valentinus).
Verwerken/verankeren – door creatieve verwerking: elfjes schrijven, kaartjes
maken, symbolen gebruiken (bv. hartjes).
2. DE BETEKENIS VAN HET ‘HART’ IN SPREEKWOORDEN OF GEZEGDEN
 "Een hart onder de riem steken" – iemand moed geven.
 "Het hart op de tong hebben" – openhartig zijn.
 "Een hart van steen hebben" – geen medelijden.
 "Met de hand op het hart" – eerlijk en oprecht.
 "Je hart uitstorten" – gevoelens delen.
 In het Hebreeuws: Lev (hart) betekent ook moed, lef, leven.

3. ROMEINSE EN CHRISTELIJKE BETEKENIS VAN 14 FEBRUARI
Romeins: feest van Juno, godin van huwelijk en vrouwen.
Christelijk: herdenking van Valentinus, een priester die stierf als martelaar. 14
februari werd later een feestdag door de kerstening.
4. BEELDVORMING OVER SINT-VALENTINUS (GLASRAAM OF BIDPRENTJE)
 Aureool = heiligheid, licht en leven.
 Rode kazuifel = liefde, bloed, martelaarschap.
 Zwaard = symbool van onthoofding.
 Lauriertak = teken van overwinning en martelaarschap.

5. KUNST VAN RENÉ MAGRITTE GEBRUIKEN
 Stel observatievragen: Wat zie je letterlijk?
 Stel interpretatievragen: Wat zou het kunnen betekenen?
 Stimuleer imaginatie: Wat zou jij erbij fantaseren of invullen?

6. OBSERVATIE – INTERPRETATIE – IMAGINATIE
Observatie = objectief (wat zie je?).
Interpretatie = betekenis geven (wat betekent het voor jou?).
Imaginatie = verbeelding gebruiken (wat zou kunnen zijn?).
7. VALENTINUS SITUEREN IN TIJD EN RUIMTE
Tijd: 3de eeuw na Christus, Romeinse tijd.

, Levensbeschouwing
Plaats: Rome (stierf in 268 n.C.).
8. AUREOOL EENVOUDIG UITLEGGEN AAN KINDEREN
Goudkleurige stralenkrans rond hoofd.
Vergelijking: als een zon → licht, warmte, nieuw leven → iemand is bijzonder of
heilig.
9. ROL VAN KEIZER CLAUDIUS II IN VERHAAL
Verbood soldaten om te trouwen (omdat gehuwden “zwakkere strijders” zouden zijn).
Valentinus trouwde toch in het geheim → werd gearresteerd en onthoofd.
10. OORSPRONKELIJKE BETEKENIS VAN ‘HEILIG(E)’
 Van het woord ‘helen’: gezond maken.
 Een heilige maakt zichzelf én anderen gezond.
 Tegenovergestelde: zondaar = leeft ongezond, geïsoleerd.
11. BEGRIPPEN VERKLAREN
Passie: sterke liefde of lijden (denk aan Passie van Christus).
Sint: heilige.
Rode kazuifel: gedragen bij martelaren, kleur van bloed en liefde.
Reliek: overblijfsel van een heilige (bot, kledingstuk...).
Superstitio: bijgeloof (Romeinse term voor christendom voor 313 n.C.).
Caritas: naastenliefde.
Cupido / Eros: Romeinse/Griekse god van de liefde, schiet pijlen naar harten.
Christelijke martelaar: sterft voor zijn geloof.
Lauriertak: symbool van overwinning (martelaren krijgen dit).
12. HET VERHAAL VAN HET EILAND EN DE BOTEN – BRUGGEN BIJ RELATIES
Speedboot: te snel → gevaarlijk.
Roeiboot: vergt inspanning → duurzame relatie.
Schiereiland: verbondenheid met buitenwereld = gezond.
Onder-de-sloef relatie = 1 dominante pijler → niet houdbaar.
13. VERSCHIL TUSSEN VERLIEFDHEID EN LIEFDE
Verliefdheid = op jezelf gericht (“wat doet die ander voor mij?”).
Liefde = op de ander gericht (“wat kan ik betekenen voor jou?”).
14. TITEL PRENTENBOEK + 2 WERKVORMEN
Bijvoorbeeld het boek: “Ik hou van jou”
1. Elfje schrijven rond het thema liefde.
2. Beeldverhaal maken (tekenen + kernzinnen toevoegen).

Inhoudsopgave

  1. 01 1. La petite bonté (Emmanuel Levinas) 1
  2. 02 2. Onderwijzen en interesse – etymologie 1
  3. 03 3. De index gebruiken – dubbel perspectief 1
  4. 04 4. Formule om een prestatie te omschrijven 1
  5. 05 5. 3 x 8 en 4 x 5 verbinden met studeren 1
  6. 06 6. Studeren in viervoud 1
  7. 07 7. Twee antwoorden op zwakke draagkracht + hoge draaglast 1
  8. 08 8. School – etymologische uitleg 1
  9. 09 9. Drie Griekse filosofen en hun bijdragen 1
  10. 10 10. Handbewegingen in Rafaëls ‘School van Athene’ 2
  11. 11 11. Identiteitsvierkant van Wim ter Horst 2
  12. 12 12. Waarde vs. Norm 2
  13. 13 13. Vijf omgevingscirkels binnen schoolcontext 2
  14. 14 14. Schoolnamen B.A.R.T.H.E.L. & Het Brugske 2
  15. 15 15. Logo Dominik Savio verklaren 2
  16. 16 16. Opdrachten van het katholiek onderwijs 2
  17. 17 17. Kernwaarden OVSG (Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten) 3
  18. 18 18. Burgerschap bij GO! 3
  19. 19 1. De drie V’s op 14 februari toepassen 3
  20. 20 2. De betekenis van het ‘hart’ in spreekwoorden of gezegden 3
  21. 21 3. Romeinse en christelijke betekenis van 14 februari 3
  22. 22 4. Beeldvorming over Sint-Valentinus (glasraam of bidprentje) 3
  23. 23 5. Kunst van René Magritte gebruiken 3
  24. 24 6. Observatie – interpretatie – imaginatie 3
  25. 25 7. Valentinus situeren in tijd en ruimte 3
  26. 26 8. Aureool eenvoudig uitleggen aan kinderen 4
  27. 27 9. Rol van keizer Claudius II in verhaal 4
  28. 28 10. Oorspronkelijke betekenis van ‘heilig(e)’ 4
  29. 29 11. Begrippen verklaren 4
  30. 30 12. Het verhaal van het eiland en de boten – bruggen bij relaties 4
  31. 31 13. Verschil tussen verliefdheid en liefde 4
  32. 32 14. Titel prentenboek + 2 werkvormen 4
  33. 33 1. Grondbetekenis van ‘symbool’ 5
  34. 34 2. Twee historische voorbeelden van de etymologische betekenis 5
  35. 35 3. Vijf kenmerken van een symbool 5
  36. 36 4. Verschil tussen een teken en een symbool 5
  37. 37 5. Symbolische vs. diabolische handeling 5
  38. 38 6. Vijf tips om symboolgevoeligheid te stimuleren 5
  39. 39 7. Drie fasen van een ‘rite de passage’ 5
  40. 40 8. Dagdagelijkse vs. levensbeschouwelijke rituelen 5
  41. 41 9. Drie bouwstenen van een ritueel (Toegepast op Laatste Avondmaal) 5
  42. 42 10. Betekenissen van water bij rituelen 6
  43. 43 11. (Volwassen)doopsel en woedoe 6
  44. 44 12. De zeven sacramenten 6
  45. 45 13. Definitie van een sacrament 6
  46. 46 14. Militaire betekenis ‘sacrament’ 6
  47. 47 15. Bidden is breien 6
  48. 48 16. Functies van een dankgebed in de klas 6
  49. 49 17. De drie D’s 6
  50. 50 18. Structuur van het Onzevader 6
  51. 51 19. Drie tips voor een godsdiensthoek 6
  52. 52 20. Sleutelhanger van de Warmste Week als symbool 6
  53. 53 1. De diverse visies op tijd opsommen en toepassen 7
  54. 54 2. Het verschil tussen Zen en Yoga verklaren 7
  55. 55 3. De visie van Seef Konijn uitleggen + aandacht voor formalisme, ritualisme, verbalisme 7
  56. 56 4. Vier werkvormen om stenen in te brengen in fase 2 van een godsdienstles 7
  57. 57 5. Het begrip mandala etymologisch en contextueel toelichten 7
  58. 58 6. Stappenplan voor mandala inkleuren 7
  59. 59 7. Prenten uit het boek Petra van vragen voorzien 8
  60. 60 8. Redenen om een steen neer te leggen in Kikker en het vogeltje 8
  61. 61 9. De visie van Paul Ricoeur op stenen toepassen 8
  62. 62 10. Het tegenovergestelde van deelnemersperspectief omschrijven 8
  63. 63 11. Acties rond steen en ladder in Genesis 28 toelichten 8
  64. 64 12. Tips om stenen door te geven 8
  65. 65 1. Het logo van Broederlijk Delen kunnen tekenen en beschrijven door middel van diverse soorten vragen en antwoorden. 9
  66. 66 2. Werkvormen om met de affiches 2024 en de clip van B.D. aan de slag te gaan. 9
  67. 67 3. B.M.W.-sleutel toepassen op affiches 9
  68. 68 4. Grondbetekenis van het getal 40 inductief uitleggen 9
  69. 69 5. Didactische begrippen: mapping, timing, facing 9
  70. 70 6. Socialiseren en connecteren koppelen aan B.D. 9
  71. 71 7. Verschil tussen Broederlijk Delen en Damiaanactie 9
  72. 72 8. Drie manieren (systeemdenken) om stil te staan bij pesticidegebruik 10
  73. 73 9. Contextualiseren toepassen op campagne 10
  74. 74 10. Postzegels & bankbiljetten als educatief middel 10
  75. 75 11. Stappenplan campagnelied in de klas 10
  76. 76 12. Salami-principe, stills en post-its bij clip 10
  77. 77 13. Vormen van perspectief(wissel) + toepassen 10
  78. 78 14. Het wapenschild van Burkina Faso omschrijven 10
  79. 79 15. Vijf werkvormen om met stills te werken in de klas 10
  80. 80 1. Verschil tussen pastoraal jaar en liturgisch jaar 11
  81. 81 2. Paarse kleur verklaren 11
  82. 82 3. Drie betekenissen van as 11
  83. 83 4. Askruisje verbinden met deze betekenissen 11
  84. 84 5. Visualisaties bij carnaval bespreken 11
  85. 85 6. Verbinding tussen Aswoensdag en Palmzondag 11
  86. 86 7. Carnaval als vruchtbaarheids- en lentefeest 12
  87. 87 8. De Griekse en Romeinse wortels van carnaval toelichten. 12
  88. 88 9. Roep van Prins Carnaval verklaren 12
  89. 89 10. Betekenissen van symbolen rond carnaval 12
  90. 90 11. Grondbetekenissen van carnaval in Bruegels schilderij 12
  91. 91 12. Schilderij situeren in de tijd 12
  92. 92 13. Vier tegenstellingen in Bruegels schilderij 12
  93. 93 14. Twee creatieve werkvormen rond het schilderij 12
  94. 94 15. Symbolisch getal 40 etymologisch en Bijbels 13
  95. 95 16. Drie vastenpunten van Paus Franciscus 13
  96. 96 17. Betekenis Ramadan 13
  97. 97 18. Afzien, uitzien, omzien en inzien koppelen aan Veertigdagentijd 13
  98. 98 19. Stappenplan voor bezinnend moment met as en verf 13
  99. 99 20. Stappenplan bij een inleefoefening (woestijn) 13
  100. 100 21. Bespreking schilderij Gustave Van de Woestijne 13
  101. 101 22. De S-waarden en bewerkingstekens in de Veertigdagentijd 14
  102. 102 23. Evaluatie van concurrentie, consumptie en carrière in de Veertigdagentijd 14
  103. 103 1. De ingrediënten van de palmpaasstok opsommen en interpreteren. 15
  104. 104 2. Extra ingrediënten van de palmpaasstok toelichten. 15
  105. 105 3. Kleuren, getallen en personen aan de palmpaasstok verbinden. 15
  106. 106 4. De dagen van de Goede Week verbinden met de Palmpaasstok 16
  107. 107 5. De drie V’s toepassen op een les over Palmpaasstok 16
  108. 108 6. Visualisaties van vruchtbaarheid verbinden met extra elementen van de palmpaasstok 16
  109. 109 7. Begrippen toelichten 16
  110. 110 8. Kenmerken van een profeet en toepassing op Broederlijk Delen 16
  111. 111 9. Drie dramatische werkvormen bij prent van Kees de Kort 16
  112. 112 10. Werkvorm ‘sociaal atoom’ omschrijven en toepassen 16
  113. 113 11. Verschil tussen navertellen en doorvertalen van een Bijbelverhaal 17
  114. 114 12. Figuren als Judas en Petrus koppelen aan handelingen 17
  115. 115 13. Activiteiten van Jezus op Witte Donderdag 17
  116. 116 14. Oorspronkelijke en symbolische betekenis van het kruis/kruisdood 17
  117. 117 15. Symbolische betekenis bij het maken van een kruisteken 17
  118. 118 16. Instructies voor het schrijven van een elfje over de palmpaasstok 17
  119. 119 17. Verrijzenisgeloof linken aan Jezus, God en mens 17
  120. 120 1. De drie V's op een les over Maria toepassen 18
  121. 121 2. Passende tips voor diverse gezinssituaties rond Moederdag 18
  122. 122 3. Link tussen Meimaand en Mariamaand 18
  123. 123 3. Begrippen omschrijven en verbinden 18
  124. 124 5. Betekenis van Maria’s mantel 19
  125. 125 6. Twaalf sterren en Openbaring 12 19
  126. 126 7. Annunciatie & Visitatie + Weesgegroet 19
  127. 127 8. Mariakapel in de OLV-kerk Kortrijk bespreken 19
  128. 128 9. Paternoster/Rozenkrans omschrijven en gebruik toelichten 20
  129. 129 10. Weesgegroet analyseren 20
  130. 130 11. Staties van de kruisweg met Maria 20
  131. 131 12. Vijf extra woorden bij kruisweg 20
  132. 132 13. Drie Mariale oorden 20
  133. 133 14. Lourdes in 10 kernwoorden 20
  134. 134 15. Oprichten van grotten 20
  135. 135 16. Vier momenten om Maria te gedenken 20
  136. 136 17. Drie lessuggesties bij een kapelbezoek 20
  137. 137 1. 5W1H-analyse van het Begijnhofbezoek 21
  138. 138 2. Een stad in de stad 21
  139. 139 3. Bouwstijlen en bankbiljetten 21
  140. 140 4. Schilderijen in de kerken 21
  141. 141 5. Drie figuren verbonden aan het Begijnhof 21
  142. 142 6. Windstreken, vogels en de kerk 21
  143. 143 7. Werkzaamheden van de begijnen 21
  144. 144 8. Foutieve schrijfwijze aan de poort 22
  145. 145 9. Beeld van de laatste begijn 22
  146. 146 10. Geloften van de begijnen 22
  147. 147 11. Verschillen tussen een klooster en een begijnhof 22
  148. 148 12. Begrippen toegelicht 22
  149. 149 1. Het logo van de Damiaanactie tekenen en verklaren aan de hand van vragen. 23
  150. 150 2. Het wandtapijt grondig analyseren op basis van een leesrichting. 23
  151. 151 3. Begrippen verklaard 23
  152. 152 4. Een hagiodrama in een stappenplan weergeven. 23
  153. 153 5. Wandtapijt: feiten & relaties 24
  154. 154 6. Zalig vs. Heilig 24
  155. 155 7. Beroepen van damiaan 24
  156. 156 8. Waarom is Damiaan een smaakmaker? 24
  157. 157 9. 10 mei – Feestdag 24
  158. 158 10. Werken van Barmhartigheid en heiligen 24
  159. 159 11. Damiaan en drie vormen van lijden 24
  160. 160 De 3 A’s Verklaren en linken aan tussendoortjes 25
  161. 161 Een stappenplan bij een mandala-oefening uitschrijven 25
  162. 162 1. De vijf ingrediënten van een lesdoel (slide 14 e.v.) 26
  163. 163 2. Leerlingenprofielen en vragen (slide 21 e.v.) 26
  164. 164 3. Soorten vragen en evaluatie in lesfragment 26
  165. 165 4. De Boom van Bloom toepassen op een lesfragment 26
  166. 166 1. Belangrijkste tips voor godsdienstlessen 27
  167. 167 2. De kapstokmethodiek 27
  168. 168 3. Howard Gardner's Meervoudige Intelligenties 27
  169. 169 4. Praktische lestips 27
  170. 170 5. Werkbladen en toetsen 27
  171. 171 6. Themagecentreerd interactiemodel – Ruth Cohn 27
  172. 172 1. Het boldriehoeksmodel van Ruth Cohn kunnen reconstrueren in een schema, toelichten en toepassen. 28
  173. 173 2. De betekenis van de globe (globalisering) verklaren in het model van Ruth Cohn. 28
  174. 174 3. De diverse intelligenties (smarts of knap-zijn) opsommen en toetsen in een lesvoorbereiding of werkblad. 28
  175. 175 4. Begrippen als stretchen, vieren, clashen en matchen toelichten 28
  176. 176 1. De 8 items van het kijkrooster (beeldanalyse) 29
  177. 177 2. Observatie vs. Interpretatievragen 29
  178. 178 3. Toepassingstips in lespraktijk 29
  179. 179 1. Historische voorgeschiedenis van twee- en drieluiken 30
  180. 180 2. Verschil tussen statisch en dynamisch tweeluik 30
  181. 181 3. Didactische argumenten voor gebruik in lessen 30
  182. 182 4. Tweeluik en de 3V's 30
  183. 183 5. Relatie met binaire ervaringen 30
  184. 184 6. Praktische voordelen van een tweeluik 30
  185. 185 1. Het CKS-model toepassen 31
  186. 186 2. Etymologie van ‘crisis’ en ‘kairos’ 31
  187. 187 3. Drie ambten (wijdingen) in de Rooms-Katholieke Kerk 31
  188. 188 4. Attributen van een bisschop en hun betekenis 31
  189. 189 5. Verschillen tussen kerkelijke functies 31
  190. 190 6. Begrippen verklaard 31
  191. 191 7. Binaire ervaringen in het vredesgebed 32
  192. 192 8. Verschillen tussen klooster en abdij 32
  193. 193 9. Begrippenparen toegelicht 32
  194. 194 10. Sint-Franciscus en Poverello 32
  195. 195 11. Naamkeuze van pausen 32
  196. 196 12. Wapenschild van Leo XIV 32
  197. 197 13. Biografie van Leo XIV 32
  198. 198 14. Werkvormen bij overlijden paus Franciscus 32
  199. 199 15. Kapstokmethodiek bij actua-les 32
  200. 200 16. Borstkruis van paus Franciscus 32
  201. 201 17. Ring van de paus 33
  202. 202 18. 'Mensenvissers' en het leerkracht-zijn 33
  203. 203 19. Herder- en visser-zijn van de paus 33
  204. 204 20. Petrus en zijn attribuut 33
  205. 205 21. Begrippen verklaard 33
  206. 206 22. Drie kleuren en hun functies 33
  207. 207 23. Rerum Novarum 33
  208. 208 24. Codewoord en -beeld van de eerste christenen 33

Documentinformatie

Geüpload op
21 mei 2025
Aantal pagina's
33
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€9,56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
loredebrabanter
3,7
(3)
Verkocht
37
Volgers
3
Items
13
Laatst verkocht
5 maanden geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen