2de semester
2025
1
, H1: Basisbegrippen
1. Anatomie van de hersenen
Heel wat geneesmiddelen zijn afgeleid van drugs, bijvoorbeeld amfetamine (belangrijk bij ADHD).
Omgekeerd kan ook: Heel wat geneesmiddelen zijn drugs (benzodiazepines) en werken als verslavende
moleculen.
1.1 Anatomische terminologie
• Snijvlakken en oriëntatie in de hersenen
o Oriëntatie:
▪ Rostraal = waar je ‘bek’ staat
▪ Caudaal = waar je ‘staart’ staat
▪ Posterieur, inferieur, frontaal,
superieur
o Snijvlakken:
▪ Frontaal, sagitaal en horizontaal
▪ Mediaal en lateraal
• Ontwikkeling van neurale buis tot hersenen
o Komt voort uit de embriologie/ontwikkelingsleer (zie eerste tekening)
▪ Termen die regelmatig gebruikt worden = voorhersenen, middenhersenen,
achterhersenen
▪ Een menselijk embryo van 4 weken, die hersenen zijn nog niet volledig ontwikkeld
→ is een neurale buis. Je hebt hierin 3 blaasjes: voor-, midden-, achterhersenen
(eerste tekening)
▪ Wanneer de hersenen verder gaan ontwikkelen krijg je een meer complexere
structuur. Je krijgt 5 op 5 weken tijd blaasjes: mesencephalon, metencephalon,
myelencephalon, diencephalon, telencephalon (middelste tekeing)
▪ De hersenen gaan verder ontwikkelen naar de volwassen hersenen (zie laatste
tekening)
➢ Mesencephalon krijg je
middenhersenen
➢ Telecephalon krijg je cerebrum (grote
hersenen) met de basale ganglia
➢ Diencephalon krijg je diencephalon in
volwassen hersenen met thalamus,
hypothalamus en epithalamus
➢ Metencephelon krijg je pons en
cerebelum
➢ Myelencephalon krijg je medula
oblongata
2
, 1.2 Telencephalon (cerebrum)
Je hebt de grote structuur = grote hersenen (cerebrum), en de
kleine structuur = kleine hersenen (cerebelum).
Je hebt de structuur van de cerebrale cortex. Je hebt groeven
(sulci), windingen of (giri) en diepere groeven of kloven
(fissura). Je hebt de laterale fisura (ter hoogte van temporale
en frontale kwab) en de transversale fisuur (tussen cerebrum
en cerebelum)
Centrale sulcus maakt een scheidingslijn. Je
hebt een precentrale gyrus met zijn
motorfuncties en de postcentrale gyrus met zijn
somatosensorische functies.
• ! Die groeven dienen voor ‘smooth brains’ → meer oppervlakte binnen éénzelfde
hersenvolume
o Vb. intelligentie bij zoogdieren
• Sulci en gyri: rol in evolutie naar grotere computationele capaciteit in zoogdieren?
o The best fit between brain traits and degrees of intelligence among mammals is reached by
a combination of the number of cortical neurons, neuron packing density, interneuronal
distance and axonal conduction velocity—factors that determine general information
processing capacity, as reflected by general intelligence.
o Zoogdieren hebben een correlatie tussen lichaamsgewicht en gewicht van de hersenen
▪ Bij de primate kan je de lineaire correlatie vinden tussen grote van het dier en grote
van de hersenen.
▪ Vb. een muis van 200g kan geen gigantische hersenen hebben
o TOCH kan het dat er voor dezelfde grote van het lichaam, grotere hersenen gaan
ontwikkelen.
▪ Vb. neanderthalers hebben grotere hersenen dan de moderne mens (die zijn niet
slimmer als de moderne mens)
▪ Als je gewoon hersenvolume als maatstaf zou nemen voor intelligentie dan zou de
potvis meest intelligente zijn
▪ Het is meer als dat: groot oppervlak
van de cortex = betekend dat je
meer coticale neuronen binnen
eenzelfde volume hebt.
3
, Structuur:
Foto: colonale frontale sectie
4