economie en
bedrijfsomgeving”
Internationaal zakendoen; deel economics
H16, H19, H20, H21, H24, H25, H26 en H27.
Gemaakt in studiejaar 2024/2025
Deze samenvatting is opgesteld voor het tentamenonderdeel
“Economics” van de EvE “Internationaal zakendoen”. Met deze
samenvatting is het niet nodig om voor de genoemde
hoofdstukken het boek te raadplegen.
Gwen Dokter
FINANCE, TAX AND ADVICE
H OGESCHOOL WINDESHEIM
,Inhoud
H16 macro-economie en onderneming......................................................................................................................................... 3
H16 overig:............................................................................................................................................................................. 5
H19 Vermogensmarkten............................................................................................................................................................... 6
H19.1 Functie en indeling vermogensmarkten.......................................................................................................................... 6
H19.2 Geldmarkt....................................................................................................................................................................... 7
H19.3 Kapitaalmarkt (te verdelen in openbare en onderhandse markt).................................................................................... 9
H19.4 Rentestructuur............................................................................................................................................................... 11
H19 overig............................................................................................................................................................................... 11
H20 renterisico en rentebeleid.................................................................................................................................................... 13
H21 Internationale economische ontwikkelingen........................................................................................................................ 19
H21.2 Globalisering.............................................................................................................................................................. 20
H24 valutamarkt......................................................................................................................................................................... 25
Contante markt..................................................................................................................................................................... 25
Wisselkoersstelsels (onderdeel van contante koers)............................................................................................................... 29
Termijnmarkt = forward market............................................................................................................................................... 31
H24 overig............................................................................................................................................................................ 33
H25 Valutarisico en valutabeleid................................................................................................................................................. 36
H25.1 Doelstelling valutamanagement................................................................................................................................ 36
H25.2 Bepalen valuta-exposure............................................................................................................................................ 36
H25.3 Ontwikkeling valutavisie............................................................................................................................................. 37
H25.4 Beheersing valutarisico valuta-instrumenten............................................................................................................ 39
H25.5 Evaluatie.................................................................................................................................................................... 42
, H25 overig............................................................................................................................................................................ 42
H26 Landenselectie.................................................................................................................................................................... 44
Selectie op rendement en risico: Landenmodel.................................................................................................................... 45
1 Voorselectie:...................................................................................................................................................................... 46
2 Macrofilter......................................................................................................................................................................... 46
3 Bedrijfstak en macro-filter................................................................................................................................................. 48
H27 Landenrisico........................................................................................................................................................................ 50
H27.1 Landenrisico voor exporteur....................................................................................................................................... 50
H27.2 Landenrisico voor een multinational.......................................................................................................................... 54
H27.3 Overig........................................................................................................................................................................ 54
,H16 macro-economie en Afzetprijzen
c
p
T
n
o
ru
tIv d
a
ijs
b
e
g O
lfz
m
k (doorberekeningsmogelijkheid)
Verkochte hoeveelheden
Kosten
Prijselasticiteit: mate waarin vraag reageert op
prijsverandering
o Hoog; luxe goederen; moeilijk door te berekenen
Inkomenselasticiteit: mate waarin vraag reageert op
Opleving inkomensverandering van consument
economie Overcapaciteit: aanbod overtreft vraag. Leidt tot
prijsdruk
֎ Ondernemingen willen prijzen verlagen en
bezettingsraad opvoeren.
֎ Meer capaciteit dan nodig is, dus verhoogd kosten
p.e.p.
֎ Om meer vraag te krijgen, verlagen ze de prijzen
onderneming ֎ Ze proberen bezettingsgraad omhoog te doen.
Hierdoor makkelijker door te berekenen.
Macro-economische factoren
֎ Conjunctuur (invloed op afzet, en dus omzet) Doorberekeningsmogelijkheid is afhankelijk van
conjunctuur
֎ Wisselkoers (invloed op afzet, en dus Winstgevendheid onderneming: winstmarge en afzet
omzet)
֎ Grondstofprijzen (invloed op inkoopkosten)
֎ Loonprijzen (invloed op loonkosten)
֎ Rente (invloed op kapitaalkosten)
Invloed van macro-economische factoren
,I Conjunctuur 4. Investeringsbeleid
Productdiversificatie: afzetspreiding productgroep lage ֎ Procyclisch versus anticyclisch
inkomenselasticiteit
Geografische diversificatie: afzetspreiding meerdere Consequenties conjunctuurgevoeligheid
landen 1. Beheersbaarheid
2. Vereiste flexibiliteit
Doorberekening van gestegen kosten in prijzen ֎ Crisismanagement: beleid conjuncturele crisis te
Branchekenmer Gemakkelijk moeilijk voorkomen
Tijdens hoog conjunctuur hoge bezetting en
ken
vraag
Marktvorm Monopolie Volledige
Tijdens recessie vraaguitval en
mededinging overcapaciteit
Mate van Laag Hoog 3. Financiering van activiteiten
internationaliserin ֎ EV: bedrijfsbesparing om activiteit met EV financieren
g ֎ Externe vermogensverschaffers (cyclisch/defensief
Gemiddelde Hoog Laag fonds)
bezettingsgraad
Wanneer conjuncturele neergang inzet en vertrouwen van
Prijselasticiteit Laag Hoog
ondernemers in de toekomst daalt, zal de prijsval op
van de vraag
industriële markten relatief sterk zijn
Lage beurskoers: bang op dividendverwatering Toenemende prijsconcurrentie (tijdens recessie) minder
Voorraadeffect: eindproducent merken vraaguitval het invloed op marktleider (schaalvoordeel)
eerst
Prijsopdrijvende werking: ontstaat als afnemer naar
Vaststellen conjunctuurgevoeligheid: andere aanbieder gaat
1. Aard van eindmarkt
II Wisselkoers
֎ Inkomenselasticiteit
Eurostijging: concurrentiepositie van NL exporteur
֎ Fase in productlevenscyclus
verslechtert. Dalende winst en afzet.
2. Fase in bedrijfskolom
3. Kapitaalintensiteit
֎ Kapitaalintensief groot deel TK CK. CK invloed
prijsconcurrentie
, V Rente
Effect dollardaling op de bedrijfswinst
Rente is afhankelijk van conjunctuur en
Kostenwaardering internationale renteontwikkelingen
Opbrengstwaarderin In dollar Niet in dollar ֎ Rente beïnvloed opbrengst en kosten
g
In dollar Negatief Sterk negatief Rente beïnvloed vier dingen
1. Financiële lasten
Niet in dollar Positief Geen effect
֎ Solvabiliteit = eigen vermogen / totaal
III Grondstofprijzen
vermogen
Vier criteria olieprijsgevoeligheid ֎ Liquiditeit current en quick ratio
1. Energie-intensiteit: Current ratio: vlottende activa/kortlopende
֎ mate energie als hulpstof // grondstof schulden
֎ Stijgende olieprijs Chemie zowel hogere > 1, dan gezonde liquiditeit
energiekosten als grondstofkosten 2. Financiering
2. Energiebesparing ֎ EV vergroten:
֎ Energiekosten: afhankelijk van energieprijs en A) winstinhouding
energiegebruik B) uitgifte van nieuwe aandelen
֎ Voorbeeld prijselasticiteit olie: 3. Afzet
Als olieprijsstijging = 1% en energieverbruik ֎ Stijgende rente lenen duurderneerwaartse druk
daalt met -0,5% op bestedingen
prijselasticiteit lange termijn = -0,5 ֎ Hoge rente hogere rendementseis
3. Doorberekening 4. Valutakoers
4. Bestedingseffecten
IV Loonprijzen Bij rentestijging beleggers minder aandelen kopen
rentekosten tast winst aan Bij rentestijging gaan
Arbeidsinkomensquote 80% €1 toegevoegde
beleggers geld beleggen in rente (want rente hoog)
waarde= €0,80 aan arbeidskosten
Vier criteria loongevoeligheid H16 overig:
1. Arbeidsintensiteit van productie
2. Productiviteitsverbetering Loonmatiging: loonstijging is kleiner dan loonruimte.
3. Doorberekening Overheid kan dit door loonstijgingen boven een bepaald
4. Bestedingseffect percentage te verbieden
, Inkomenselasticiteit: vraag naar product veranderd als ֎ Dollargevoeligheid neemt niet af door een deel van
inkomen veranderd de opbrengsten verkregen in euro’s om te wisselen in
Prijselasticiteit: Vraag naar product veranderd als prijs dollars en deze te beleggen in de VS
van product veranderd (dus invloed prijsverandering op
vraag van product) Een bedrijf produceert kopieermachines in NL. Verkoop op
NL, Duitse en Canadese markt
Een staalproducent ziet afzetstijging in een conjuncturele De arbeidsinkomensquote van dit bedrijf neemt af als: de
opleving vlak na recessie. liever streven naar hogere Canadese dollar in waarde stijgt.
bezettingsgraad dan prijsverhoging
Voorbeeld kostenstijging
Als de euro toeneemt, levert buitenlandse valuta minder ֎ Totale kostenstijging van brandstoffen = 6% (5+4-3)
op. Opbrengsten in euro’s dalen terwijl de kosten in Hoeveelheid verbruikte brandstof = 5% toename
Europa worden gemaakt, gelijk blijven. Winst daalt dan. Dollarkoers = 4% stijging
Rentestijging zal voor een onderneming met duurzame Inkoopkosten per gallon = -3%
goederen resulteren in afzetdaling Voorbeeld loonkosten p.e.p.
Loonkosten p.e.p. dalen met 4% (6+2-4)
De koers van een cyclische onderneming is meestal ֎ Salariskosten 2% afname
relatief laag. Beleggers kunnen omzet en winst van ֎ Personeelssterkte 4% afname
conjunctuurgevoelige onderneming moeilijker ֎ Arbeidsproductiviteit 6% stijging
voorspellen.
Loonruimte is gelijk aan de stijging van de
arbeidsproductiviteit en de inflatie H19 Vermogensmarkten
Vakbeweging is voor werknemers? Tegenovergestelde is
namelijk werkgeversorganisatie H19.1 Functie en indeling
Leren dollarkoersstijging // eurokoersdaling en andersom vermogensmarkten
֎ Dollarkoersstijging t.o.v. euro dalende winst voor Aanbod van schuldbekentenissen = vraag naar
bedrijven waarvan opbrengst in euro’s en kosten in liquide middelen
dollars Vraag naar schuldbekentenissen = aanbod van
liquide middelen
Een zeetransportbedrijf factureert groot deel van Rente: evenwicht tussen vraag en aanbod op
opbrengsten in Amerikaanse dollars. vermogensmarkt
, Functie vermogensmarkt: afstemmen geldoverschot Inflatie hangt af van economische ontwikkeling in
en -tekort land
֎ Ookwel besparingen en investeringen Hoogconjunctuur toename inflatiegevaar
֎ zorgt voor transformatie geld omvang, termijn en beleidsrente omhoog
risico ֎ Internationale geldstroom
Renteontwikkeling buitenland
Twee manieren indelen vermogensmarkten: Wisselkoersverwachting
1) Resterende looptijd schuldbekentenis Politiek en economisch nieuws
֎ Geldmarkt (<= 2 jaar) Uitspraken veel invloed op marktsentiment
֎ Kapitaalmarkt (> 2jaar)
Als ECB president verteld dat hij verwacht dat inflatie daalt
2) Nieuwe of bestaande schuldbekentenissen
tot 0%. Marktpartijen zullen beleidsrente verlaging
֎ Primaire en secundaire vermogensmarkt
verwachten. Mensen zullen snel hun geld nog aanbieden
Ja kan als je tijdelijk geld overhebt, wel voordat renteverlaging. Mensen die geld willen lenen gaan
waardepapier met lange looptijd kopen. Op wachten tot renteverlaging. Door uitspraak neemt aanbod
secundaire markt kun je snel weer verkopen geld toe en vraag af rentedaling wordt vanzelf
werkelijkheid.
H19.2 Geldmarkt
Geldmarkt (te verdelen in groothandels- en Detailhandelsmarkt: bancaire rentetarief
detailhandelsmarkt) ֎ Euribor
Debetrente: Betaal je als geld leent van een
Euribortarief: rentetarief die banken elkaar in rekening bank
brengen Debetrente > Euribor
֎ Als vraag naar geld toeneemt, dan stijgt de rente Banken willen voor uitlenen geld meer rente
Groothandelsmarkt: driemaands Euribor ontvangen dan dat ze zelf hebben betaald op
֎ Monetair beleid interbancaire markt
Doelstelling ECB om inflatie onder 2% Creditrente: dit krijg je als je geld toevertrouwt
Beleidsrente: dit betalen banken op leningen ECB aan bank
Interbancaire rente: banken berekenen Creditrente < Euribor
beleidsrente door Banken willen geld aantrekken voor minder
֎ Inflatieverwachting (indirecte invloed op monetair dan dat ze zelf hebben betaald op
beleid) interbancaire markt
Beleidsrente hangt af van inflatieverwachting ECB ֎ Rentemarge