Inhoud
Inleiding.....................................................................................................................................................................2
Deel 1: relatievermogensrecht..................................................................................................................................2
huwelijksvermogensrecht.....................................................................................................................................2
het primair stelsel..............................................................................................................................................3
Het secundair stelsel – wettelijk stelsel............................................................................................................4
Secundair stelsel – conventionele stelsels......................................................................................................17
Samenwoningsvermogensrecht..........................................................................................................................27
Wettelijke samenwoning.................................................................................................................................27
feitelijke samenwoning...................................................................................................................................28
Deel 2: Erfrecht........................................................................................................................................................28
Het openvallen van de nalatenschap..................................................................................................................31
Voorwaarden vereist om te erven......................................................................................................................32
Overgang van de nalatenschap...........................................................................................................................34
de wettelijke devolutie........................................................................................................................................35
De verwanten – wie?.......................................................................................................................................36
De verwanten – kwantitatieve toewijzingsregels...........................................................................................37
De langstlevende partner................................................................................................................................40
De langstlevende wettelijk samenwonende partner......................................................................................43
Verdeling van de nalatenschap.......................................................................................................................44
Conventionele devolutie.....................................................................................................................................47
Inhoudelijke grenzen aan de conventionele devolutie – reserve...................................................................47
Erfovereenkomsten.........................................................................................................................................53
Deel 3: Giften...........................................................................................................................................................57
Inleiding...............................................................................................................................................................57
Giften algemeen..................................................................................................................................................58
Wat is een gift?................................................................................................................................................58
Algemene geldigheidsvoorwaarden................................................................................................................59
Schenkingen........................................................................................................................................................62
Geldigheidsvereisten/vormvereisten..............................................................................................................63
Deformalisering van vormvereisten................................................................................................................63
Dadelijkheid.....................................................................................................................................................64
Onherroepelijkheid.........................................................................................................................................64
Testamenten.......................................................................................................................................................64
, Constitutieve bestanddelen............................................................................................................................65
Vormvereisten.................................................................................................................................................65
INLEIDING
3 grote delen in de cursus:
1. Relatievermogensrecht
a. Oefeningencolleges op 7 oktober en 14 oktober
2. Erfrecht
a. Oefeningencolleges op 28 oktober en 22 november
3. Giften (schenkingen en testamenten)
Examenvorm: schriftelijk, gesloten boek en open vragen (2 kennisvragen en 2 casussen)
DEEL 1: RELATIEVERMOGENSRECHT
We kunnen ons 3 grote vragen stellen, die eigenlijk het relatievermogensrecht heel mooi samenvatten:
Wat is het juridisch kader wanneer partners geen initiatief nemen?
Wat kunnen we zelf doen, kunnen we contracten sluiten om zaken aan te passen aan onze specifieke
situatie?
Zijn er zaken die niet mogen afgesproken worden? Regels van dwingend recht of van openbare orde
waar we in contracten niet kunnen van afwijken?
HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Waarom was er eigenlijk nood aan een huwelijksvermogensrecht?
De wetgever vond dat gemeenrechtelijke regels niet voldoende aangepast waren aan de specifieke context van
2 personen die met elkaar een duurzame, affectieve, seksuele relatie onderhouden. Het gemeen recht is vooral
bedoeld voor relaties tussen vreemden, en voor mensen die geen affectieve band hebben.
Echtgenoten of aanstaanden zitten in een affectieve relatie, die beoogd wordt duurzaam te zijn en die gaan
misschien minder op hun strepen staan. We hebben een speciale wet omdat ook de context dus specialer is.
tegenover (wettelijke/feitelijke) samenwoners zegt de wetgever eigenlijk “trek uw plan”
MERK OP: dit is vreemd, want die mensen worden toch ook verondersteld een duurzame, al dan niet seksuele
en/of affectieve relatie te hebben.
HVR regelt ook de verhouding tussen echtgenoten en derden – of een schuldenaar gehuwd is of niet
en onder welk stelsel, kan voor een schuldeiser van belang zijn wanneer het gaat over zaken als
uitwinningsmogelijkheden.
o Prof (en menig andere rechtsgeleerden) zijn hier absoluut tegen, voor derden zou het niet
mogen uitmaken of een schuldenaar gehuwd is of niet en op welke manier.
Primair huwelijksvermogensrecht = de basisregels en de minimale regels die tussen echtgenoten moeten
gelden. Deze zijn van dwingend recht, het feit dat u in het huwelijk treedt impliceert dat dat dit op u van
toepassing wordt.
Secundair huwelijksvermogensrecht = de rest van de regels, die van aanvullend recht zijn en men dus kan
aanpassen in de huwelijksovereenkomst.
,HET PRIMAIR STELSEL
Art. 212-224 OBW
Deze regels zijn eigenlijk het minimum van het minimum
Eenvormig en van dwingend recht
Wederkerig krachtens de wet
o Je bent verplicht door de wet om je verplichtingen uit te oefenen jegens elkaar (geen ENAC
van toepassing)
Regels gelden zolang de echtgenoten, echtgenoten zijn; tot het huwelijk wordt ontbonden door een overlijden
of een echtscheiding.
Bij scheiding is dit toch wat minder evident, een scheiding treedt op een heel duidelijk moment in
maar alvorens er een echtscheiding is zijn er natuurlijk moeilijkheden die vooral gaan en vaak is er in
die periode ook een feitelijke scheiding.
Geldt dat primair stelsel dan ook nog in die periode van echtelijke moeilijkheden?
Als algemeen principe blijft het primair stelsel gewoon gelden. Dat er een feitelijke scheiding is kan er
wel voor zorgen dat bepaalde regels anders worden ingevuld (hoofdverblijfplaats en bescherming van
deze gezinswoning)
Echtgenoten moeten bijdragen leveren in de lasten van het huwelijk, dit wordt natuurlijk moeilijk bij
feitelijke scheiding. Kunnen ze dan die bijdrageverplichting veranderen van uitvoering in natura naar
uitvoering bij equivalent – ja dat kan zeker
Kern: zoektocht naar een evenwicht tussen gelijkheid, solidariteit en zelfstandigheid.
Art. 212, §3 OBW – het huwelijk tast de handelingsbekwaamheid van beide echtgenoten niet aan (was wel zo
voor 1976).
Het huwelijk kan wel de handelingsbevoegdheid aantasten – stel meneer trouwt met mevrouw en
heeft voor het huwelijk reeds een eigen woning en na het huwelijk vestigen zij zich hier. Voor het
huwelijk zou meneer de woning gewoon mogen verkopen, zonder samenspraak met mevrouw maar
na het huwelijk dient meneer wel een akkoord nodig te hebben van zijn vrouw in de hypothese dat
deze woning hun gezinswoning was.
Beide echtgenoten kunnen elkaar wel volmachten geven, maar deze volmachten moeten altijd
herroepelijk zijn. Indien ze onherroepelijk zijn zou het een ondergraving zijn van de niet-aantasting van
de handelingsbekwaamheid.
De balans tussen zelfstandigheid en solidariteit kan door de echtgenoten onderling verder beslist worden door
het secundair vermogensrecht, zo kan men zelf de klemtonen leggen.
Hulp- en bijdrageplicht (art. 213, 217 en 221 OBW)
o Echtgenoten moeten elkaar hulp en het nodige verschaffen om zo een gezamenlijke
levensstandaard te kunnen opbouwen.
o Echtgenoten moeten naar eigen vermogen bijdragen in de lasten van het huwelijk
Lasten is een zeer ruim begrip, wordt door RS ook steeds ruimer geïnterpreteerd.
Wordt ook vaak gebruikt om een gebrek aan solidariteit bij een van de partners te
voorkomen
, Als een echtpaar beslist om een gezinswoning aan te kopen op de twee
namen en die wordt gefinancierd met inkomsten uit arbeid dan is het
afbetalen van de lening door meneer zijn bijdragen in de lasten van het
huwelijk. Zo zorgt het HvC ervoor dat de solidariteit die onder druk stond,
toch wordt beschermt
Regels blijven in principe zo tot er ontbinding is, maar bij een feitelijke scheiding kan
dit eventueel omgevormd worden naar onderhoudsgeld.
Bescherming van de gezinswoning (art. 215 OBW)
o Een van de echtgenoten is eigenaar
Over eigendomsrecht kan maar worden beschikt (verkopen, verhuren,…) met
instemming van de andere echtgenoot
Stel dat een echtgenoot grote schulden heeft, en een SE wil dat de woning wordt
verkocht zodat hij zijn geld kan krijgen, kan dit gewoon. Het feit dat dit een
gezinswoning is zorgt er niet voor dat de woning onbeschikbaar wordt.
Akkoord kan verschillende vormen aannemen, een koper zal wel meer vragen dan
alleen de bevestiging van de eigenaar. Hij zal wellicht vragen dat dit op papier wordt
gezet en dat de echtgenoot in de notariële akte tussenkomt en verklaard dat er geen
probleem is.
o Een van de echtgenoten is huurder
De andere echtgenoot wordt automatisch medehuurder. In een contractuele relatie
gaat men dan plots een contractspartij bijsteken. Als de verhuurder dan de
overeenkomst moet opzeggen, moet hij de opzeg geven aan de twee huurders.
Hoofdelijkheid voor de huishoudelijke schulden (art. 222 OBW)
o Een echtgenoot kan aangesproken worden voor de betaling van de schulden die de andere
echtgenoot heeft gemaakt (zolang deze niet buitensporig zijn)
o Wanneer het over kinderen gaat, maakt het totaal niet uit van wie de kinderen (niet) zijn.
Stel: deze basismechanismen worden niet gevolgd, dan kan met naar de rechtbank stappen en kunnen er
maatregelen worden genomen (art. 223-224 OBW)
Zelfstandigheid en autonomie :
Vrijheid van beroepsuitoefening (art. 216 OBW)
Inning en besteding van de inkomsten (art. 217 OBW)
o Zelf het recht om je eigen beroepsinkomsten te innen, maar er is wel een bepaalde volgorde
van de besteding
Bijdrage in de lasten van het huwelijk
Goederen die verantwoord zijn voor de uitoefening van je beroep
Regels van het secundair stelsel
Opening van een bankrekening of kluis
o In principe is de bank verplicht om de andere echtgenoot te verwittigen wanneer iemand een
rekening opent of een kluis neemt, maar dit wordt in de praktijk dus echt nooit gedaan.
HET SECUNDAIR STELSEL – WETTELIJK STELSEL
Behelst alles wat niet in het primair recht is geregeld, er is zeer veel contractuele vrijheid omdat de regeling van
aanvullend recht is.
Wetgever legt zelf de minimumlat voor de hoeveelheid solidariteit en autonomie:
Algehele gemeenschap
o Maximum aan solidariteit: alles wat van de ene is, is ook van de andere