Klinische
Psychiatrie
2023 - 2024
Eline Van Tendeloo
, Inleiding: Gebruik van de DSM-5
Inleiding
Psychopathologie
-‘Wetenschap of studie van het geestelijk of psychisch lijden’
o Het lijden, de last die de patiënt of de omgeving heeft
o Als dit niet aanwezig is kan men niet spreken over een psychiatrische entiteit
- Twee benaderingen :
o Syndroombenadering : psychologie van het pathologische (gegroepeerde entiteiten) :
samenhangend geheel van klachten en symptomen.
▪ Hoe komt het voor en wat houdt het juist in
o Symptoombenadering : pathologie van het psychische (algemene psychische processen
of functies)
▪ Gaat over het psychisch functioneren, je gaat in gesprek en dialoog en je gaat het
functioneren in kaart brengen
➔ We starten meestal van uit symptoom
- Twee typen diagnosen:
o Syndroomdiagnose of descriptieve diagnose: deze diagnose is alleen beschrijvend en
geeft geen informatie over de redenen en manier van ontstaan
o Structuurdiagnose: deze diagnose geeft naast een beschrijving van de symptomatologie
aan waardoor en op welke wijze het syndroom ontstaan is, de verschillende factoren die
aanwezig zijn die dat mogelijks leiden tot de toestand
▪ Factoren die iemand kwetsbaar maken
(predisponerende of voorbeschikkende factoren)
▪ Factoren die de stoornis uitlokken
(precipiterende of uitlokkende factoren)
▪ Factoren die de stoornis onderhouden
(perpetuerende of onderhoudende factoren)
Psychiatrische stoornis
- ‘Abnormaal’ verschijnsel
o Afwijkend van de sociale norm of van wat in de cultuur als ‘normaal’ gedrag geldt.
o DSM 5 hecht hier heel erg veel gewicht aan
- Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de betrokkene en/of de omgeving
Medisch model (‘disease’)
- Etiologie (ontstaan)
o Oorzakelijke factoren (predispositie)
o Uitlokkende factoren (precipitatie)
o In stand houdende factoren (perpetuatie)
- Pathogenese (ontwikkeling)
- Prognose (natuurlijk beloop)
- Behandeling (Preventie/Therapie)
1
,Psychologisch model
- Ziektebeleving (‘illness’)
Sociologisch model
- Ziekterol
➔ Vandaag wordt het culturele ook nog
toegevoegd
➔ Het is eigenlijk een holistische visie = som van
verschillende dingen
Classificatie/Algemeen
Doel:
- Orde scheppen
- Fenomenen groeperen
- Gemeenschappelijke taal ontwikkelen
➔ Best kort door de bocht
Ideaal:
- Perfecte representatie van onderliggende realiteit en diversiteit
- Voorspelt verloop, oorzaken, reacties op behandeling
➔ Niet enkel het vast stellen van wat men heeft, maar ook kunnen zeggen waar het vandaan komt
Nuttig:
- Communicatiemiddel
- Registratiemiddel
o Beleid, waar zitten de noden van de samenleving en waar zitten de problemen
➔ Betrouwbaarheid
Eerder zwart wit → is
het aanwezig of niet?
2
, DSM/ICD
Diagnostic and Statistical Manual for Mental Disorders (DSM)
- American Psychiatric Association (APA)
o 1952 : DSM-I
o 1968 : DSM-II
o 1987 : DSM-III
o 1994 : DSM-IV
o 2000 : DSM-IV-TR
o 2013 : DSM-5.0
International Classification of Diseases (ICD)
- World Heath Organisation (WHO)
o 1900 : ICD-1
o 1910 : ICD-2
o 1921 : ICD-3
o 1930 : ICD-4
o 1939 : ICD-5
o 1949 : ICD-6
o 1958 : ICD-7
o 1968 : ICD-8
o 1979 : ICD-9
o 1999 : ICD-10
o 2022: ICD-11
➔ DSM meest gebruikt voor mentale problemen, maar in Scandinavië gebruikt men vooral ICD
➔ Tussen DSM 4-5 zat er 20 jaar tussen omdat men graag over wilde gaan naar een dimensioneel
systeem, maar het is niet helemaal gelukt
Voor- en nadelen
Positief Negatief
- Research is verbeterd - Koppeling hulpverlening
- Communicatiemiddel tussen - Koppeling verzekeringsmaatschappij
onderzoekers en behandelaars (DBC) → geen terugbetalingen
- Betrouwbaarheid - Koppeling psychofarmaca → wordt
categoriaal gebruikt
- Validiteit
➔ Onderzoek voor bepaalde stukken is wel verbeterd en bij andere minder → vaak wel nog
problemen bij overlappingen
➔ Validiteit van een aantal zaken is een probleem → vooral probleem bij construct validiteit
➔ Niet al de aandoeningen hebben een hoge validiteit
Geschiedenis
- DSM-I/II : “Freud” model
- DSM-III/IV : “Kraepelin” model
o Schizofrenie
o Bipolaire stoornis
o Schizoaffectieve stoornis
- DSM-5 : “Neurowetenschappen” model
o Zaken van uit de neurowetenschappen en genetisch onderzoek wordt meegenomen →
hier is heel erg veel onderzoek naar geweest, maar best weinig effect op de realiteit en
classificatie
3
Psychiatrie
2023 - 2024
Eline Van Tendeloo
, Inleiding: Gebruik van de DSM-5
Inleiding
Psychopathologie
-‘Wetenschap of studie van het geestelijk of psychisch lijden’
o Het lijden, de last die de patiënt of de omgeving heeft
o Als dit niet aanwezig is kan men niet spreken over een psychiatrische entiteit
- Twee benaderingen :
o Syndroombenadering : psychologie van het pathologische (gegroepeerde entiteiten) :
samenhangend geheel van klachten en symptomen.
▪ Hoe komt het voor en wat houdt het juist in
o Symptoombenadering : pathologie van het psychische (algemene psychische processen
of functies)
▪ Gaat over het psychisch functioneren, je gaat in gesprek en dialoog en je gaat het
functioneren in kaart brengen
➔ We starten meestal van uit symptoom
- Twee typen diagnosen:
o Syndroomdiagnose of descriptieve diagnose: deze diagnose is alleen beschrijvend en
geeft geen informatie over de redenen en manier van ontstaan
o Structuurdiagnose: deze diagnose geeft naast een beschrijving van de symptomatologie
aan waardoor en op welke wijze het syndroom ontstaan is, de verschillende factoren die
aanwezig zijn die dat mogelijks leiden tot de toestand
▪ Factoren die iemand kwetsbaar maken
(predisponerende of voorbeschikkende factoren)
▪ Factoren die de stoornis uitlokken
(precipiterende of uitlokkende factoren)
▪ Factoren die de stoornis onderhouden
(perpetuerende of onderhoudende factoren)
Psychiatrische stoornis
- ‘Abnormaal’ verschijnsel
o Afwijkend van de sociale norm of van wat in de cultuur als ‘normaal’ gedrag geldt.
o DSM 5 hecht hier heel erg veel gewicht aan
- Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de betrokkene en/of de omgeving
Medisch model (‘disease’)
- Etiologie (ontstaan)
o Oorzakelijke factoren (predispositie)
o Uitlokkende factoren (precipitatie)
o In stand houdende factoren (perpetuatie)
- Pathogenese (ontwikkeling)
- Prognose (natuurlijk beloop)
- Behandeling (Preventie/Therapie)
1
,Psychologisch model
- Ziektebeleving (‘illness’)
Sociologisch model
- Ziekterol
➔ Vandaag wordt het culturele ook nog
toegevoegd
➔ Het is eigenlijk een holistische visie = som van
verschillende dingen
Classificatie/Algemeen
Doel:
- Orde scheppen
- Fenomenen groeperen
- Gemeenschappelijke taal ontwikkelen
➔ Best kort door de bocht
Ideaal:
- Perfecte representatie van onderliggende realiteit en diversiteit
- Voorspelt verloop, oorzaken, reacties op behandeling
➔ Niet enkel het vast stellen van wat men heeft, maar ook kunnen zeggen waar het vandaan komt
Nuttig:
- Communicatiemiddel
- Registratiemiddel
o Beleid, waar zitten de noden van de samenleving en waar zitten de problemen
➔ Betrouwbaarheid
Eerder zwart wit → is
het aanwezig of niet?
2
, DSM/ICD
Diagnostic and Statistical Manual for Mental Disorders (DSM)
- American Psychiatric Association (APA)
o 1952 : DSM-I
o 1968 : DSM-II
o 1987 : DSM-III
o 1994 : DSM-IV
o 2000 : DSM-IV-TR
o 2013 : DSM-5.0
International Classification of Diseases (ICD)
- World Heath Organisation (WHO)
o 1900 : ICD-1
o 1910 : ICD-2
o 1921 : ICD-3
o 1930 : ICD-4
o 1939 : ICD-5
o 1949 : ICD-6
o 1958 : ICD-7
o 1968 : ICD-8
o 1979 : ICD-9
o 1999 : ICD-10
o 2022: ICD-11
➔ DSM meest gebruikt voor mentale problemen, maar in Scandinavië gebruikt men vooral ICD
➔ Tussen DSM 4-5 zat er 20 jaar tussen omdat men graag over wilde gaan naar een dimensioneel
systeem, maar het is niet helemaal gelukt
Voor- en nadelen
Positief Negatief
- Research is verbeterd - Koppeling hulpverlening
- Communicatiemiddel tussen - Koppeling verzekeringsmaatschappij
onderzoekers en behandelaars (DBC) → geen terugbetalingen
- Betrouwbaarheid - Koppeling psychofarmaca → wordt
categoriaal gebruikt
- Validiteit
➔ Onderzoek voor bepaalde stukken is wel verbeterd en bij andere minder → vaak wel nog
problemen bij overlappingen
➔ Validiteit van een aantal zaken is een probleem → vooral probleem bij construct validiteit
➔ Niet al de aandoeningen hebben een hoge validiteit
Geschiedenis
- DSM-I/II : “Freud” model
- DSM-III/IV : “Kraepelin” model
o Schizofrenie
o Bipolaire stoornis
o Schizoaffectieve stoornis
- DSM-5 : “Neurowetenschappen” model
o Zaken van uit de neurowetenschappen en genetisch onderzoek wordt meegenomen →
hier is heel erg veel onderzoek naar geweest, maar best weinig effect op de realiteit en
classificatie
3