De diagnostische cyclus: Een praktijkleer
Hoofdstuk 1 - Inleiding
Wat is de klinische psychodiagnostiek?
In de klinische psychodiagnostiek wordt informatie verzameld over de cliënt en diens omgeving
met het oog op het ontwerpen van de meest adequate aanpak van de problemen die door de
cliënt zelf of door zijn omgeving zijn waargenomen.
De diagnostiek is dan als het ware een zoek- en beslissingsproces dat in samenspraak met de
cliënt en zijn omgeving wordt uitgevoerd. Diagnostiek is dus niet hetzelfde als testen!
Wat houdt de traditionele kijk op de diagnostiek in?
Traditioneel gezien was diagnostiek het onderscheiden van mensen naar hun individuele
psychische kenmerken, zoals te zien in typische gedrags- en uitingsvormen. Dit deed men dan
met behulp van tests, zodat mensen als het ware is ‘’hokjes’’ geplaatst konden worden.
Welke drie ontwikkelingen zorgden ervoor dat er meer opleiding in de diagnostiek nodig is?
1. Een ongewapend oordeel (oordeel alleen op basis van intuïtie en gevoel) leidt tot tal van
verkeerde beslissingen en vertekeningen. Het gaat niet alleen om een enkelvoudig oordeel,
maar het probleem moet eerst onderzocht worden, informatie zorgvuldig afgewogen worden
uit verschillende bronnen.
2. Voor de beslissingen die gemaakt moeten worden, zijn er ontwikkelingen in de besliskunde
geweest. Hiervan moet de aankomende diagnosticus leren.
3. De diagnosticus heeft een professioneel kader nodig, er moet een duidelijke visie zijn van wat
wel en niet voldoet aan dit kader. Zo’n visie wordt concreet gemaakt in het opstellen van een
prescriptief kader of model (zoals de diagnostische cyclus waar dit boek over gaat).
Wat zijn de beperkingen van de diagnostiek (en van dit boek)?
de diagnosticus is afhankelijk van de kwaliteit van de hulpmiddelen die hem ten dienste staan:
inhoudelijke theorieën over probleemgedrag, kennis over normale en afwijkende ontwikkeling,
instrumenten en technieken om gedrag in kaart te brengen en statistische technieken om
gegevens te verwerken.
de gedragswetenschap is nog volop in ontwikkeling. De voorraad ‘’harde’’ cummulatieve
kennis is beerkt.
verschijnselen worden op zeer uiteenlopende wijzen bestudeerd.
Hoofdstuk 2: Uitgangspunten
Literatuur 1 1
, Wat zorgt ervoor dat diagnostiek wetenschappelijk is?
Wanneer we het probleemoplossend omgaan met persoonlijkheids- en gedragsproblemen
ondersteunen met wetenschappelijk-empirische kennis, dan spreken we van wetenschappelijke
diagnostiek. Kennis gaat dan om het geheel van wetmatige verbanden, verklaringsschema’s,
theorieën, methoden en instrumenten.
Diagnostiek kan in de praktijk niet altijd voldoen aan alle eizen die aan het wetenschappelijk
handen worden gesteld. Aan de ene kant is het een toepassing van de gedragswetenschap en
aan de andere kant een onderdeel van hulpverlening. Dit zorgt voor een denk-doe combinatie, die
niet bij het prototype van een wetenschapper behoren.
Wanneer is de diagnosticus wetenschappelijker?
Naarmate hij:
a. explicieter werkt met theorieën en verschillende niveaus met elkaar in verband brengt
b. er zich bewust rekenschap van geeft in welke gevallen hij wel en niet voor een bepaalde
theorie kiest
c. duidelijker de denkstappen vastlegt die geleid hebben tot advies
d. onderzoek doet naar de waarde van theorieën voor de problemen waar ze betrekking op
hebben en naar het effect van ingrepen
e. de resultaten van het eigen werk uitwisselt met collega’s
Welke drie verschillende foutenbronnen zijn er in de diagnostiek?
1. Schatten, afwegen en herzien van kansen: Uit onderzoek blijkt dat mensen slecht zijn in het
schatten, afwegen en herzien van kansen. Er wordt niet strikt logisch-statistisch met kansen
omgesprongen. Zelfs als iemand over alle relevante informatie beschikt, verloopt het proces
niet optimaal.
2. Vuistregels en heuristieken: De vaststelling dat mensen bij schatten en redeneren kunnen
afwijken van wat logisch is, leidde tot onderzoek naar oorzaken van deze afwijkingen. Dit
zorgde voor het blootleggen van vuistregels en heuristieken die mensen toepassen. In tal van
dagelijkse situaties helpen deze, maar in de diagnostiek niet!
a. mensen hebben de neiging om de kans op het optreden van een verschijnsel hoger in te
schatten naarmate zij met minder moeite voorbeelden van het verschijnsel voor de geest
kunnen halen (beschikbaarheidsheuristiek)
b. mensen blijken de neiging te hebben vooral informatie op te zoeken die de eigen opvatting
ondersteunt (confirmation bias)
3. De kwaliteit van het professionele oordeel laat dus vaak te wensen over. Fouten en
vertekeningen kunnen in elke fase voorkomen.
Hoe vindt er besliskundige ondersteuning plaats?
Om wel tot een juiste klinische beslissing te komen, maakt de diagnosticus gebruik van de
normatieve beslissingstheorie. Er zijn een aantal modellen en procedures ontwikkeld die
Literatuur 1 2
, aangeven hoe de beslisser het beste kan handelen met het oog op het te bereiken doel.
Wat is prescriptieve diagnostiek?
De tak van methodologie die zich bezig houdt met het funderen, formuleren en onderzoeken van
de diagnostische regels en procedures wordt normatieve diagnostiek genoemd. Zij kijken naar
wat de ‘’norm’’ is. Toch spreken de auteurs van dit boek over prescriptieve diagnostiek, omdat:
a. het niet gaat over een algoritme maar over een heuristiek. Daarom is het niet binnen een strikt
normatief kader te brengen.
b. ook binnen de besliskunde gaat normatief over iets wat met een algoritme op te lossen is.
c. er gaat steeds meer stemmen op om de term ‘’prescriptief’’ te gebruiken voor
beslissingsondersteuning in complexe, naturalistische situaties.
In Nederland heeft de empirische cyclus van De Groot de grondtoon gezet voor ontwikkelingen in
de prescriptieve diagnostiek. Deze cyclus geldt zowel voor puur wetenschappelijk onderzoek als
voor diagnostiek. Toch is diagnostiek een creatiever proces van afwegen en zoeken en is het
daarom een open systeem.
Hoofdstuk 3: De diagnostische cyclus
Hoe begint het proces als een cliënt zich aanmeldt met een vraag?
Hulpvraag van cliënt → type diagnostische hulpvraag (diagnosticus beslist) → type
vraagstelling (cliënt en diagnosticus) → type onderzoek (diagnosticus
Niet elke hulpvraag is ook een diagnostische hulpvraag. Dit wordt uiteindelijk gezamenlijk
geformuleerd tot een vraagstelling. Voor de diagnostische hulpvraag en het onderzoek zijn er een
aantal mogelijkheden:
Prototype
Type Type
diagnostische Afkorting Stap Component
vraagstelling onderzoek
hulpvraag
Hoe moet ik
verwoorden
Klachtanalyse
wat ik t.o.v. Verheldering Verhelderend VHD 1
(KA)
mij/dit kind
ervaar?
Wat is er met
Probleemanalyse
mij/dit kind aan Onderkenning Onderkennend ODK 2
(PA)
de hand
Waarom is dit
Verklaringsanalyse
met mij/dit kind Verklaring Verklarend VKR 3
(VA)
aan de hand
Hoe kan ik/dit
kind het best Indicatieanalyse
Indicatie Indicatief IDC 4
geholpen (IA)
worden?
Literatuur 1 3
, Wat is het verschil tussen een diagnostische hulpvraag een een diagnostisch scenario?
In veel gevallen komt de client niet met één hulpvraag maar met meerdere vragen. Elke
combinatie van twee of meer typen uit de tabel hierboven kan voorkomen. Bij het samengaan van
meerdere vragen en de daarop afgestemde onderzoek wordt de volgorde waarop ze onderzocht
worden niet willekeurig. Er moet bijv. voor een indicatie altijd eerst een onderkenning gedaan
worden. Er is dus een geordende volgorde, die we het diagnostisch scenario noemen.
Zie voor die volgorde de meest rechtse kolommen uit de tabel.
Welke soorten scenario’s zijn er zoal?
Als er na verhelderend onderzoek geen verder onderzoek nodig is, spreken we van het 0-
senario. Als het 0-scenario met één type onderzoek wordt uitgebreid, spreken we van een 1-
scenario. Dan wordt één keer de overgang gemaakt van een type onderzoek naar het andere
(bijv. VHD → ODK). Als er twee overgangen zijn (bijv. VDH → ODK → IDC) spreken we van het 2-
senario en in het meest volledige geval (VDH → ODK → VKR → IDC) spreken we van het 3-
scenario.
Wat wordt verstaan onder de termen diagnose en diagnostische hypothese?
Analoog aan de typen onderzoek kan met spreken over een verhelderende, onderkennende,
verklarende en indicerende diagnose. Hypothesen hebben de status van voorlopige uitspraken
die met feitenmateriaal getoetst worden. Ook hierin kan je verhelderende, onderkennende,
verklarende en indicerende hypothesen hebben.
Wat is de diagnostische cyclus?
Tot nu toe werd er gesproken over het diagnostische scenario met vier stappen. Maar vaak is het
zo dat deze stappen herhaaldelijk doorlopen moeten worden, wat het tot een cyclus maakt. Deze
cyclus is prescriptief: hij schrijft stappen en substappen voor die de diagnosticus moet doorlopen.
Bij het heen en weer gaan binnen de cyclus dient het resultaat van elke stap weer als
uitgangspunt voor de volgende stap. Elke stap levert een conclusie op. Bij onvoldoende zekerheid
wordt de bron van onzekerheid achterhaald. Ligt de bron in een van de vorige stappen, dan moet
daar naar terug worden gegaan.
Literatuur 1 4