UITLEG VAN HET BELEID
Een voorbehoedsmiddel (of anticonceptie) zorgt ervoor dat je niet zwanger wordt. De voornaamste
voorbehoedsmiddelen zijn de pil, het spiraaltje en het condoom. Hierbij is belangrijk dat enkel de condoom
beschermt tegen seksueel overdraagbare aandoeningn (SOA’s). De veiligste manier is om zowel een
condoom te gebruiken, en een anticonceptiemiddel voor de vrouw (= Double Dutch). Dit beschermt tegen
SOA’s én is een betere bescherming tegen zwangerschap.
Specifiek bij dysmenorroe:
- Orale anticonceptie met een combinatiepil zeer doeltreffend tegen dysmenorroe
- Progesteron-bevattend IUD soms off-label gebruikt, geeft tevens veel minder menses
- Koperspiraal geeft méér dysmenorroe
- + pijnstilling:
o 1ste keuze: paracetamol (vaak onvoldoende, maar toch hoeveelheid navragen en navragen
of al een vast schema is geprobeerd)
o 2de keuze: NSAID (doeltreffender door de anti-prostaglandine werking)
- + plaatselijke toedoening van warmte (warmwaterzak of –kruik, ca. 39°) m.b.t. ervaren
pijnvermindering ongeveer even effectief zou zijn als ibuprofen en effectiever dan placebo
DE COMBINATIEPIL (OESTROPROGESTAGEEN)
WERKINGSMECHANISME
Voorkomt de eisprong (belangrijkste):
à Normaal gesproken laat je eierstok elke maand een eicel los (dit heet de eisprong). De hormonen in de
pil zorgen ervoor dat deze eisprong niet gebeurt.
Maakt het slijm in de baarmoederhals dikker:
à De pil maakt het slijm in je baarmoederhals (de ingang naar je baarmoeder) dikker en taaier. Dit maakt
het moeilijk voor zaadcellen om naar een eicel te zwemmen, mocht er toch één vrijkomen.
Verandert de baarmoederwand:
à De pil maakt de binnenkant van je baarmoeder minder geschikt voor een bevruchte eicel om zich vast te
hechten. Zelfs als er een eicel en zaadcel samenkomen, kan het zich dus niet goed nestelen.
INVLOED OP DE MENSES
- Je weet precies wanneer de maandstonden gaan komen
- Het bloedverlies is minder en duurt minder lang
- Minder pijnlijke maandstonden
- Je kan de pil doornemen waardoor je geen maandstonden krijgt
1
,BIJWERKINGEN
Invloed op het gevoel:
à Meeste vrouwen voelen zich niet anders, maar de eerste 3 maanden kan:
- Iets somberdere stemming
- Iets minder libido
Veelvoorkomende bijwerkingen:
1. Gastro-intestinale stoornissen:
a. Misselijkheid
b. Braken
c. Buikpijn
2. Huidproblemen:
a. Chloasma (pigmentvlekken)
b. Acne
3. Psychische klachten:
a. Neiging tot depressie
b. Prikkelbaarheid
c. Verminderd libido
4. Neurologische bijwerkingen:
a. Hoofdpijn
b. Migraine
5. Vocht- en zoutretentie:
a. Gewichtstoename
6. Gynaecologische bijwerkingen:
a. Gevoelige borsten (mastodynie)
Menstruele stoornissen:
1. Spotting en doorbraakbloedingen
2. Amenorroe (uitblijven van menstruatie) bij stoppen van de behandeling (meestal herstel na
enkele maanden)
Metabolische en cardiovasculaire effecten:
1. Cardiovasculaire events:
a. Verhoogd risico op beroertes en hartinfarct, vooral bij:
i. Oestroprogestagenen met hoog oestrogeengehalte.
ii. Vrouwen boven de 35 jaar die roken.
2. Diepe veneuze trombose:
a. Hoger risico met:
i. Derdegeneratie-progestagenen
ii. Transdermale en vaginale vormen (vergelijkbaar of iets hoger risico).
2
,Kankerrisico:
1. Licht verhoogd risico:
a. Borstkanker.
b. Cervixkanker (verdwijnt 5-10 jaar na stoppen).
2. Licht verlaagd risico:
a. Endometrium-, ovarium-, en colonkanker.
CONTRA-INDICATIES
- Zwangerschap (masculinisatie van de vrouwelijke foetus)
- Lactatie: best 6 weken wachten tot de pil weer te nemen (negatief effect op lactatie + trombose)
- Borstcarcinoom of andere hormoondependente tumoren, of antecedenten ervan
- Aanwezigheid, antecedenten of hoog risico (bv. familiale antecedenten) van arteriële of veneuze
trombo-embolie
- Coronaire of cerebrovasculaire aandoeningen, of antecedenten ervan
- Migraine met aura
- Onverklaarde vaginale bloeding
- Chloormadinon en nomegestrol: meningeoom of voorgeschiedenis van een meningeoom
INTERACTIES
Geneesmiddelen die CYP3A4 induceren:
- Voorbeelden:
o Anti-epileptica: carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, primidon.
o Tuberculostatica: rifampicine, rifabutine.
o Kruidenmiddelen: Sint-Janskruid (hypericum perforatum).
o HIV-geneesmiddelen: ritonavir en andere enzyminducerende proteaseremmers.
- Gevolg: Snellere afbraak van hormonale anticonceptiva, waardoor de plasmaconcentraties
dalen.
Geneesmiddelen of aandoeningen die resorptie verminderen:
- Voorbeelden:
o Medicatie: laxeermiddelen met een sterk osmotisch effect.
o Aandoeningen: hevige diarree of braken.
- Gevolg: Onvoldoende opname van hormonale anticonceptiva uit het maagdarmkanaal.
Antibiotica:
- Uitzonderingen: Rifampicine en rifabutine (CYP3A4-inductoren).
- Andere antibiotica: Veroorzaken geen significante interactie, tenzij ze leiden tot ernstig braken of
diarree.
Interacties met ulipristal (noodanticonceptie):
- Voorbeelden:
o Progestagenen in combinatie met ulipristal kunnen elkaars werking tegengaan.
- Gevolg: Vermindering van de effectiviteit van noodanticonceptie op basis van ulipristal.
3
, WELKE COMBINATIEPIL?
1e keus:
- Combinatiepil met levonorgestrel 150 microg en ethinylestradiol 30 microg
2e keus:
- Levonorgestrel 100 microg en ethinylestradiol 20 microg
- Gestodeen 75 microg en ethinylestradiol 20 microg
- Norgestimaat 250 microg en ethinylestradiol 35 microg
DE MINIPIL (PROGESTAGEEN)
WERKINGSMECHANISME
Verdikt het slijm in de baarmoederhals: De minipil maakt het slijm in de baarmoederhals dikker. Hierdoor
wordt het voor zaadcellen bijna onmogelijk om naar een eicel te zwemmen.
Verandert de baarmoederwand: De minipil zorgt ervoor dat de binnenkant van de baarmoeder minder
geschikt wordt voor een bevruchte eicel om zich vast te hechten.
Soms onderdrukt het de eisprong: Bij sommige vrouwen onderdrukt de minipil ook de eisprong, maar dit is
niet het geval bij iedereen. Dit maakt de minipil iets minder betrouwbaar dan de gewone pil als je hem niet
strikt volgens schema neemt.
INVLOED OP DE MENSES
- Eerste maanden kan het heel onregelmatig zijn
- Later verdwijnt dit of is er enkel nog onregelmatig een beetje bloedverlies
BIJWERKINGEN
Algemene bijwerkingen:
- Gastro-intestinale stoornissen: misselijkheid, buikpijn, diarree, obstipatie.
- Huid en haar:
o Acne
o Alopecie
o Hirsutisme
o Rash
o Urticaria
- Vochtbalans en gewicht:
o Water- en zoutretentie
o Gewichtstoename
- Reproductief systeem:
o Ovariële cysten
o Mastodynie (pijnlijke borsten)
4