I. ALGEMENE INLEIDING: WAT IS RECHT ?
1.1 LATIJNSE OORSPRONG VAN HET BEGRIP RECHT
1.2 ZOEKTOCHT NAAR EEN DEFINITIE VAN HET BEGRIP RECHT
1. Enkele definities van het begrip recht
Geen eenduidige definitie van wat recht is
2. Centrale elementen in het begrip recht
Bepaalde elementen blijven terugkomen nl. Recht ontstaat als mensen samenleven, rechts bestaat uit
bindende regels,
Doel = samenleven mogelijk maken, overheid doet dit door bindende regels en straffen op te leggen
o Recht vereist gezag
Negatieve sanctie vb. gevangenisstraf <-> Positieve sanctie vb. goed gedrag wordt beloond
1.2.1 RECHT IS EEN GEHEEL VAN BINDENDE REGELS
Vijf Categorieën:
1. Gebodsbepalingen, verbodsbepalingen, verlofbepalingen en belovende regels
2. Regels toepasbaar na keuze
3. Wilsaanvullende of suppletieve regels
4. Ondersteunende rechtsregels
5. Technische regels en formalismen van het recht
a. Gebodsbepaling, verbodsbepaling, verlofbepaling, belovende regels
Gebodsbepaling = Bepaalde gedraging w ons opgelegd, legt op welk gedrag we in bepaalde situaties
moeten stellen
- Positief: Er wordt iets van je verwacht( vb. ouders moeten voor kinderen verzorging voorzien
anders worden ze gestraft
- Negatief: Je mag iets niet doen (is soms impliciet af te leiden)
Verbodsbepaling = Verboden gedragingen
vb. Je mag niet trouwen onder 18 → BW stelt zich de vraag of je een handeling effectief kan stellen
Verlofbepaling = Laten de keuze een bepaalde handeling te stellen vb. art. 893 BW mogelijkheid om
schenkingen te doen en te aanvaarden, maar is niet verplicht.
Belovende regels = Grondrechten, rechtsregels houdt een belofte in
vb. Dakwerken - werken voldoen aan alle vw en jij ook - overheid - overheid wil geen subsidies
verlenen obv je woonplaats - je kan rechten afdwingen voor een rechter
Maar dit geldt niet voor sociale rechten vb. recht op woning, werk, etc. (rechter kan niet via arrest
arbeidsovereenkomst)
1
,Stand-still = Nieuwe regels mogen niet slechter worden dan de nu geldende regels, wetgever mag
regels niet terugdraaien en minder bescherming bieden
b. Regels toepasbaar na keuze
Je bent niet verplicht bepaalde rechtshandelingen te stellen, eens je ze stelt ben je wel verplicht je
aan de regels te houden van deze nieuwe hoedanigheid
vb. testamenten: je bent niet verplicht een testament en op te stellen, als je dit wel doet verandert je
rechtspositie en ben je verplicht je aan de regels te houden
c. Wilsaanvullende of suppletieve rechtsregel
= Aanvullende regels, afwijkingen zijn mogelijk
vb. Dit zijn de bij wet bepaalde basisregels, behoudens het contract afwijkingen voorziet
Zowel impliciet als expliciet
d. Ondersteunende rechtsregels
= Geen echte gedragsregel enkel regels die ondersteunen
Verbod van regels met terugwerkende kracht = wetgever is verboden regels in te stellen die werking
hebben in het verleden (ondersteund onze rechtsorde)
e. Technische regels (procedures) en formalismen van het recht
Technische regels vb. Administratief of bestuursrecht, hoe teken je beroep aan bij RvS, termijnen,
akten, vormvoorschriften, etc. – w ingevoerd om rechtszekerheid te bewaren en niet naleving w
gestraft
Formalismen in het recht = Vormvoorschriften voor rechtshandelingen om ze rechtsgeldig te maken
Verschillende redenen waarom we formalismen gebruiken
- Formalismen van de wilsuiting (bewijs van de wil van een partij) vb. Authentieke akte, via
notaris
- Formalismen van de bescherming
vb. Kinderen met goederen in bezit die beheerd worden door vrederechter
vb. Ontslag om dringende reden
- Formalisme van de Bewijsvoering: voorwaarden gekoppeld aan bewijs (bepaalde
bewijsstukken z sterker dan anderen of worden niet aanvaard in speciale gevallen)
- Formalisme van de Publiciteit: vb. Hypothecaire publiciteit laat toe dat anderen kunnen zien
of je een lening hebt (vergemakkelijkt kennisneming)
- Formalisme van de Juridische akten en rechtspleging vb. Authentieke akte, dagvaarding
1.2.2 HET DOEL VAN HET RECHT IS DE SAMENLEVING VORMEN EN IN STAND HOUDEN
a. Recht als maatschappelijke orde
• Samenleving ordenen
Recht zorgt dat (morele) regels nageleefd worden
Mensen gaan met elkaar overeenkomsten en kunnen zelf regels/ overeenkomsten opstellen
2
,Recht voldoet aan bepaalde vw:
1. Rechtszekerheid = recht moet bepaalde w aarden, rechten en plichten waarborgen
2. Rechtvaardigheid = recht moet rechtvaardig zijn, verandert met T en R
3. Doeltreffendheid = Recht moet een effect hebben, als de msp het recht niet toepast is het
recht niets waard
- Recht heeft als doel ook de samenleving ordenen vb. GAS-boetes
- Maar niet iedere rechtstak is even evolutief, is afhankelijk van traditie en msp, etc. vb. BW <->
milieurecht
b. Recht als evolutief fenomeen
Europeanisering = Europa is supranationaal, kan bindende maatregelen opleggen aan lidstaten
Inflatie van het recht = Steeds meer regels en meer verwachtingen voor onze overheid (bij kleine
problemen verwacht de msp een overheidsinterventie)
Juridisering = Elk (klein) probleem wordt opgelost met nieuwe regels → deregulering?
1.2.3 HET RECHT VEREIST GEZAG
a. Het recht wordt door de overheid opgelegd
Recht vereist gezag en wordt door de overheid opgelegd (WM, UM en RM)
Recht en handhaving hangen samen: UM (burgemeester, ambtenaren, rechterlijke macht)
b. Bindende kracht en naleving rechtsregels
o Geldigheid van de rechtsregel
Rechtsregel is pas geldig als deze geldig tot stand komt (respecteert mensenrechten, hiërarchie der
normen, bevoegdheidsregels, etc.)
o Effectiviteit van de rechtsregel
Morele effectiviteit = Rechtsregel dient zodanig af van msp dat hij niet toegepast wordt en later
wordt afgeschaft (vb. doodstraf)
Materiële effectiviteit = Rechtsregels krijgen onmiddellijke rechtsgevolgen
vb. Coronamaatregelen: groot deel van de bevolking leeft deze regels na omdat iedereen beseft hoe
belangrijk ze zijn
c. Recht en andere normatieve systemen
o Recht en godsdienst
Vandaag secularisering en scheiding kerk en staat - anders binnen andere T&R
- Scheiding is niet absoluut vb. Misdienaren worden betaald door overheid
- Scheiding w grondwettelijk verankerd
- Macht komt niet van God maar komt v volkssoevereiniteit
o Recht en moraal
Moraal bestaat autonoom (= individueel idee van wat moreel is) vs recht is heteronoom ( iedereen
moet dezelfde opvatting h)
3
, • Intentie van de handeling is belangrijk bij moraal maar niet altijd bij recht vb. Intentie bij
betalen v/e boete is niet belangrijk (wel bij strafrecht)
Verhouding tussen recht en moraal is niet problematisch:
- Bij amorele regels (reguleren gedrag zonder een ethisch oordeel te vellen)
- Als R&M in dezelfde lijn z
- Als regels niet door recht bestraft worden vb. Diefstal tussen echtgenoten is moreel niet juist
maar strafrechtelijk niet belast
Verhouding is problematisch:
- Als recht iets toelaat dat v sommige mensen niet kan vb. Veel Belgen zijn het niet eens met
wettelijke verankering van holebi-huwelijk
- Recht mensen verplicht waar ze moreel tegen zijn
d. Basisconcepten van het recht
o Objectief en subjectief recht
Objectief recht = Recht in staatsblad
Subjectief recht = Individueel en concreet recht, rechten waar mensen een specifieke aanspraak op
kunnen maken
o Positief recht, natuurrecht
Positief recht = Nu geldende recht in België
Natuurrecht = filosofisch recht waar we naartoe moeten evolueren
o Gemeenrecht, uitzonderingsrecht
Gemeenrecht = algemene recht in normale omstandigheden vb. burgerlijk recht
Uitzonderingsrecht = voor bepaalde situaties van gemeenrecht wordt afgeweken door specifieke
omstandigheden → Recht dat geldt in bijzondere gevallen of v bijzondere categorieën v personen
vb. Publiekrecht is uitzonderingsrecht voor ondernemingsrecht
vb. NMBS is NV, hierop is gemeenschapsrecht van toepassing (gemeenrecht) maar publiekrecht is
uitzonderingsrecht want ze zitten publieke middelen, investeerders, burgers, etc.
o Vermoedens en fictie
Vermoedens = (art. 1349 BW) Gevolgen die een wetgever of rechter trekt uit de bestaande situatie
om te besluiten over een onbestaand feit (waarschijnlijk)
1. Vermoedens juris tantum: Dit zijn de weerlegbare vermoedens. Het is toegelaten
tegenbewijs te leveren
2. Vermoedens juris et de jure: Dit zijn de onweerlegbare vermoedens. Het tegenbewijs leveren
is dus niet toegelaten
Juridische Fictie = wetgever koppelt juridische gevolgen aan feiten die niet realistisch zijn (recht
aanvaardt dat deze als werkelijkheid moet w aangenomen)
vb. Iedereen wordt geacht de wet te kennen terwijl dit niet realistisch is
4