De (witte) dovenetel
Familie: lipbloemigen
Kenmerken:
• Geen brandharen
• Bloemen in de bladoksels
• Bloemen hebben een lipvorm (nectar zit zeer diep)
• Vierkantige stengel
• Wortelstok (die de winter overleeft)
Leefmilieu
Stofrijke grond (wijst op goede bemesting) = in en rond grachten waar veel water vloeit uit
goed gemeste wei-en akkerlanden)
Weetjes:
• ‘doof’ betekent ‘brandt niet bij aanraking’
• Bloemen van de dovenetel worden dikwijls in theemengsels gebruikt (bevordering van
de spijsvertering, desinfecterend tegen ontstekingen en hoest, koelmiddel tegen
brandwonden)
• Bladeren van de dovenetel worden ook als spinazie gestampt.
, De brandnetel
Familie: netelachtigen
Kenmerken:
• Tweehuizige plant
• Wortelstok die de winter overleeft
• Sterke en vezelige plant
• Brandharen als beschermen tegen planteneters = kleine breekbare flesjes
onderaan blaadjes en stengels
Leefmilieu
Stofrijke grond (wijst op goede bemesting) = in en rond grachten waar veel
water vloeit uit goed gemeste wei-en akkerlanden)
Weetjes:
• Bepaalde vlinders leggen hun eitjes uitsluitend op brandnetels (kleine vos,
dagpauwoog)
• Rijkdom aan mineralen, kalk, ijzer en vitamine A, B en C
,Het speenkruid
Familie: ranonkelfamilie (= familie van de boterbloemen)
Kenmerken:
- Gele bloemen op lange stelen
- Bloemen bestaan uit 3 kelkblaadjes en 8 of meer gele kroonblaadjes
- Tweeslachtig
- Vruchten komen echter meestal niet tot ontwikkeling
- In de bladoksels ontstaan kleine knolletjes = speentjes die op de grond vallen en
waaruit nieuwe planten kunnen groeien
Leefmilieu:
Zeer algemeen voorkomend, langs wegkanten, in weilanden en grasvelden
Weetjes:
- Rijk aan vitamine C
- Vroeger gebruikt als middel tegen scheurbuik
, De pinksterbloem
Familie: kruisbloemigen
Kenmerken:
- 20 tot 40 cm groot
- Bloempjes zijn wit, roze of paars
- Bloeitijd tussen april en juni
- Pinksterbloem is kruisbloemige
- Bij nacht en regen buigen de bloemstelen naar beneden en sluiten de bloemen zich (
‘slapen’)
Leefmilieu
Vochtige weilanden, bossen en duinvalleien. Ook langs slootkanten
Weetjes:
- Vroeger gebruikt tegen voorjaarsmoeheid (groot gehalte aan vitamine C)
- Blaadjes kunnen als waterkers gegeten worden
Familie: lipbloemigen
Kenmerken:
• Geen brandharen
• Bloemen in de bladoksels
• Bloemen hebben een lipvorm (nectar zit zeer diep)
• Vierkantige stengel
• Wortelstok (die de winter overleeft)
Leefmilieu
Stofrijke grond (wijst op goede bemesting) = in en rond grachten waar veel water vloeit uit
goed gemeste wei-en akkerlanden)
Weetjes:
• ‘doof’ betekent ‘brandt niet bij aanraking’
• Bloemen van de dovenetel worden dikwijls in theemengsels gebruikt (bevordering van
de spijsvertering, desinfecterend tegen ontstekingen en hoest, koelmiddel tegen
brandwonden)
• Bladeren van de dovenetel worden ook als spinazie gestampt.
, De brandnetel
Familie: netelachtigen
Kenmerken:
• Tweehuizige plant
• Wortelstok die de winter overleeft
• Sterke en vezelige plant
• Brandharen als beschermen tegen planteneters = kleine breekbare flesjes
onderaan blaadjes en stengels
Leefmilieu
Stofrijke grond (wijst op goede bemesting) = in en rond grachten waar veel
water vloeit uit goed gemeste wei-en akkerlanden)
Weetjes:
• Bepaalde vlinders leggen hun eitjes uitsluitend op brandnetels (kleine vos,
dagpauwoog)
• Rijkdom aan mineralen, kalk, ijzer en vitamine A, B en C
,Het speenkruid
Familie: ranonkelfamilie (= familie van de boterbloemen)
Kenmerken:
- Gele bloemen op lange stelen
- Bloemen bestaan uit 3 kelkblaadjes en 8 of meer gele kroonblaadjes
- Tweeslachtig
- Vruchten komen echter meestal niet tot ontwikkeling
- In de bladoksels ontstaan kleine knolletjes = speentjes die op de grond vallen en
waaruit nieuwe planten kunnen groeien
Leefmilieu:
Zeer algemeen voorkomend, langs wegkanten, in weilanden en grasvelden
Weetjes:
- Rijk aan vitamine C
- Vroeger gebruikt als middel tegen scheurbuik
, De pinksterbloem
Familie: kruisbloemigen
Kenmerken:
- 20 tot 40 cm groot
- Bloempjes zijn wit, roze of paars
- Bloeitijd tussen april en juni
- Pinksterbloem is kruisbloemige
- Bij nacht en regen buigen de bloemstelen naar beneden en sluiten de bloemen zich (
‘slapen’)
Leefmilieu
Vochtige weilanden, bossen en duinvalleien. Ook langs slootkanten
Weetjes:
- Vroeger gebruikt tegen voorjaarsmoeheid (groot gehalte aan vitamine C)
- Blaadjes kunnen als waterkers gegeten worden