Part 3: Drugs acting on the central nervous system
1. Farmacotherapie van depressie
1.1 Definitie
Depressie = chronische, terugkerende en potentieel levensbedreigende aandoening met een wereldwijde
incidentie van ongeveer 20%
1.2 De neurobiologische basis van depressie
Geen consensus bereikt over de exacte neurobiologische oorzaak van depressie.
Reserpine blokkeert de opname en opslag van monoamine neurotransmitters → uitputting van
neurotransmitters in de zenuwvezels van het centrale en perifere zenuwstelsel.
Werkingsmechanisme van antidepressiva lijkt gebaseerd op hun vermogen om de concentratie van monoamine
neurotransmitters, dopamine, noradrenaline en serotonine, in de synaptische spleet te verhogen.
Heropname blokkeren: bijv. tricyclische antidepressiva
Afbraak blokkeren: bijv. monoamine-oxidase-inhibitors (MAO-inhibitors)
Bijna alle medicijnen die worden gebruikt voor de behandeling van depressie hebben de gemeenschappelijke
eigenschap dat:
Noradrenerge transmissie versterken
Serotonerge transmissie versterken
Combinatie van beide
→ Verstoord evenwicht in de noradrenerge of serotonerge transmissie in het centrale zenuwstelsel:
onderliggende moleculaire oorzaak van depressie.
Ondanks de antidepressieve eigenschappen van agomelatine, dat geen invloed heeft op de
noradrenaline- of serotonine-transmissie, wordt algemeen aanvaard dat melatonine geen causale rol
speelt bij de ontwikkeling van depressie.
Belangrijk argument tegen de hierboven genoemde monoamine-hypothese is dat de niet-selectieve heropname-
inhibitie van noradrenaline (NA) en serotonine (5-HT) door tricyclische antidepressiva (TCA’s) of selectieve
serotonine-heropname-inhibitors (SSRI’s) onmiddellijk plaatsvindt, terwijl de maximale therapeutische
werkzaamheid pas na 2-6 weken na het starten van de behandeling wordt bereikt.
,Potentiële doelen van geneesmiddelen met antidepressieve eigenschappen.
Chronische behandeling met antidepressiva zorgt voor een verminderde heropname van noradrenaline (NA),
serotonine (5-HT) (of beide), vermindert het aantal postsynaptische -adrenerge receptoren en verlaagt de
intracellulaire cAMP-concentratie.
, 1.3 Classificatie en structuur van antidepressiva
Groep antidepressiva Type inhibitie Voorbeelden Kenmerken
Selectieve serotonine-
heropname-inhibitors Gericht op één
(SSRI’s) neurotransmitter
Selectieve heropname-
Selectieve heropname- (serotonine of
inhibitors
inhibitie Selectieve noradrenaline)
noradrenaline-
heropname-inhibitors Minder bijwerkingen
Tricyclische
antidepressiva (TCA’s)
Serotonine- en
Meerdere
noradrenaline-
neurotransmitters worden
Niet-selectieve Niet-selectieve heropname-inhibitors
beïnvloed (serotonine,
heropname-inhibitors heroopname-inhibitie (SNRIs)
noradrenaline, dopamine)
Noradrenaline- en
dopamine-heropname-
inhibitors
Blokkeren de afbraak van
serotonine, noradrenaline,
Blokkeren de afbraak dopamine
Enzymremmers (MAO-
van monoaminen MAO-inhibitors
inhibitors)
Gebruik afgenomen door
bijwerkingen
Werken via directe
Verschillende modulatie van
Directe invloed op antidepressiva die direct neurotransmitterreceptoren
Neuroreceptor targets
neuroreceptoren op neuroreceptoren
werken Mogen minder vaak worden
gebruikt.
Remmers van MAO hebben de gemeenschappelijke eigenschap om de metabole afbraak van de
veelvoorkomende monoaminen te blokkeren.
, MAO-A MAO-B
Noradrenaline (NA)
Voorkeursubstraten Fenylethylamines
Serotonine (5-HT)
Dopamine Dopamine
Niet-specifieke substraten
Tyramine Tyramine
Selectieve-inhibitors Moclobemide Selegiline
Niet-selectieve inhibitors Fenelzine
De tricyclische antidepressiva zijn afgeleid van imipramine.
Werkingsmechanisme van TCA’s zijn gebasseerd op een niet-selectieve remming van de heropname van
noradrenaline (NA) en serotonine (5-HT)
Selectieve-serotonine-heropname inhibitors (SSRIs)
Blokkeren selectief de heropname van de serotonine-transporter (SERT) t.o.v. de noradrenaline-
heropname-transporter (NET).
- Bijv. fluvoxamine, paroxetine, (es)citalopram, sertraline en fluoxetine
Reboxetine en atomoxetine : selectieve noradrenaline-heropname inhibitors
Reboxetine : antidepressivum
Atomoxetine : behandeling ADHD en narcolepsie
Klinische ervaring toont aan dat SSRI’s NIET effectiever zijn dan TCA’s bij de behandeling van depressie.
MAAR: SSRI’s vertonen veel minder bijwerkingen die gepaard gaan met de remming van
histaminergische, muscarinergische en adrenerge receptoren i.v.m. TCA’s.
- Onderzoek naar nieuwe antidepressiva op de ontwikkeling van dubbele heropnameremmers van
serotonine en noradrenaline (SNRI’s).
• Venlafaxine en duloxetine.
Bupropion: noradrenaline- en dopamineheropnamremmer.
Antidepressivum en als hulpmiddel bij het stoppen van roken.
Naltrexon + bupropion: behandeling van obesitas → beperkte gewichtsreductie.