1.1. WAT IS CULTUUR?
Welke cultuur is voor jou belangrijk? ➔ we zitten met heel homogene groep in het college, maar
bijna alle culturen van de wereld zijn (oppervlakkiger door vb. vakantie, en diepgaander door vb.
afkomst) vertegenwoordigd
- Verschillende thema’s verbinden ons met een bepaalde cultuur (vb. familie, wens om er te
wonen, nationaliteit, herinneringen, affectieve band, …)
Cultuurcontact is even oud als de mens ➔ wereldwijde migratiestromen
- Cultuur is uniek voor de mens
- We hebben reeds veel ervaring met cultuurcontact
- Sinds het begin van de mensheid zijn er reeds migratiestromen ~ nomaden die
rondtrokken
We kunnen cultuur op drie manieren bekijken ~ complementair; gewoon andere perspectieven
De mens als culturele soort: culturele diversiteit is eigen aan de mens (startpunt)
- De mens als een cultural species: het is eigen aan de mens om verbonden te zijn aan een
cultuur
- Observatie: mensen hebben uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene
omstandigheden … aanpassing aan…
• Natuurlijke en mensgemaakte omgeving (vb. Noordpool, regenwouden vs steden)
• Sociale organisatie en levensonderhoud (vb. kleine gemeenschappen vs steden,
economie- en staatsvormen, fulltime werkweek, …)
• Menselijke kennis en kunde (vb. kennis over sneeuw en andere
levensomstandigheden; vaak omgevingsspecifiek - kennis over computers, …)
o Hierin is er enorme diversiteit in menselijke levenswijze
- Verklaringen: Hardware: neuroplasticiteit van menselijk brein & Software:
cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel (mensen zijn hier goed in geworden)
Ontdek cultuur, begin bij jezelf
- Typisch: vaak zijn we niet bewust van onze eigen cultuur, het voelt vanzelfsprekend
- Pas van zodra meer contact met andere culturen → vallen de verschillen op → meer
bewust van wat eigen cultuur nu eigenlijk inhoudt
- Cultuur is als water rond een vis: vis vraagt zich niet af en is zich wellicht niet eens
bewust van water rond zich, omdat die nooit iets anders gekend heeft
• ‘it would hardly be fish who discovered the existence of water’
• Cultuur voelt aan als heel vanzelfsprekend
3 manieren om te kijken naar cultuur
1
SAMENVATTING hoorcolleges cross-culturele psychologie – Floor Van den Heurck
,1.1.1. CULTUUR ALS GROEP VAN INDIVIDUEN
= wat individuele cultuurdragers delen binnen een groep en wat verschilt tussen groepen
- Oppervlakkige, zichtbare kenmerken (vb. uiterlijk, taaluiting, …)
- Diepe, minder zichtbare kenmerken (vb. zelfbeeld, emoties, motivatie)
• = het interessegebied van psychologen
• = deep diversity
- als je iemand van een andere cultuur ziet → je ziet het topje van de ijsberg → als je elkaar
beter kent zie je ook de onderliggende zaken
Nuance bij cultuurverschillen: geen strakke grenzen tussen culturen
- Veel overlap (vaak meer overlap dan verschillen)
• Verklaring: veel cultuurcontact in huidige samenleving en dus meer diffusie
• Steeds meer emergente en hybride culturen (vb. Europeanen die Amerikaanse
gewoontes overnemen, wij die cultuurproducten uit de VS gebruiken zoals Apple)
- 1 persoon vaak lid van meerdere culturen (de ene cultuur is wel vaak dominanter
aanwezig dan de ander)
1.1.2. CULTUUR ALS OVERGEDRAGEN KENNIS, INFORMATIE
= wat we kennen en kunnen door sociaal leren van anderen: culturele kennis en competenties
Hoe wordt dit overgedragen?
- Formeel (school, …) en informeel (vnl traditionele culturen, vb. kijken hoe papa iets doet)
sociaal leren
- Overdracht tussen generaties en peers
• Verticaal = ouders → kind , leerkracht → kind, religieuze wijzen → kind
• Horizontaal = tussen peers
- Via mondelinge en geschreven bronnen, ook tegenwoordig digitaal
Nuance: nooit een exacte replicatie/kopie van wat geleerd wordt ➔ cultuur verandert (soms snel,
soms traag – vaak owv veranderde omstandigheden, cf. corona)
1.1.3. CULTUUR ALS GEDEELDE CONTEXT VAN GEDRAG
= wat behoort tot een gedeelde sociale/fysieke omgeving die richting geeft aan gedrag
- Expliciete en (vooral) impliciete normering (vb. impliciet: gestructureerde banken aula,
prof vooraan ➔ geeft bepaalde aanwijzing dat jij moet stilzitten en luisteren naar wie
vanvoor staat)
- Sociale omgeving: rollen, relaties, organisaties (vaak niet expliciet gemaakt)
- Fysieke omgeving: natuurlijk en mens-gemaakt
2
SAMENVATTING hoorcolleges cross-culturele psychologie – Floor Van den Heurck
, Deze zaken zijn richtingaanwijzers voor gedrag, en bevatten dus een verpakte culturele betekenis
Nuance: niet determinerend
- We hebben nog altijd agency, we hebben altijd gedragsopties
- Deze context vormt een affordance vs constraint: het maakt bepaalde gedragingen
meer/minder makkelijk om te stellen
Besluit: context is belangrijk en voor een groot deel impliciet, maar we hebben als mens nog steeds
agency (zeker collectief, zie sociale psycholodie II)
Besluit: wat is cultuur → 3 definities: 1) groep van individuen, 2) overgedragen kennis/info, 3)
gedeelde context van gedrag
1.2. WAAROM CULTUURPSYCHOLOGIE?
Uitgangspunt: meeste onderzoek tot op de dag vandaag gebeurde/gebeurt met WEIRD mensen
- Gedragswetenschappers publiceren claims over ‘de mens’ in topbladen MAAR = enkel
gebaseerd op specifieke steekproef die niet representatief is voor hele wereld (WEIRD)
Waarom problematisch?
- Cross-cultureel onderzoek toont aan: WEIRD-maatschappijen horen bij de minst
representatieve maatschappijen ter wereld om te kunnen generaliseren naar ‘de mens’
→ 2 vragen en problemen
• In hoeverre zijn bevindingen dan veralgemeenbaar naar andere contexten/culturele
groepen?
• Hoe wijkt doorsnee pp in psychologisch onderzoek af van meeste mensen in de
wereld?
→ Probleem neemt toe naarmate men meer afwijkt & de bevindingen tonen aan dat er
wel degelijk een groot verschil is!
1.2.1. WIE ZIJN ONZE PARTICIPANTEN EN HOE STERK WIJKEN ZE AF?
Zijn onze participanten afwijkend? → meestal westers, wit, vrouwelijke studenten psychologie
- zo krijg je de psychologie van de bachelor student psychologie ipv de psychologie van de
mens
Hoe afwijkend zijn ze? → enkele psychologische contrasten als duiding
1) Geïndustrialiseerde vs niet-geïndustrialiseerde landen: Müller-Lyer illusie (= perceptie
psychologie)
- Geïndustrialiseerde meer vatbaar (zie rechterkant grafiek) → meer fouten
- Verklaring: 3 dimensies meer gewend en gewend om rechte hoeken te zien
in bebouwde omgevingen
2) Westerse vs niet-westerse landen: analytisch vs holistisch denken
3
SAMENVATTING hoorcolleges cross-culturele psychologie – Floor Van den Heurck
, - Analytisch denken werd lang opgevat als normaal, maar blijkt minder voor te komen in
Oost-Azië en de rest van de niet-westerse wereld
- Oordeelsvormingtaak: op welke groep lijkt de targetfiguur het meest?
• Links: holistisch, als bloem (gestalt, familiegelijkenis)
• Rechts: analytisch (1 noodzakelijk kenmerk gelijk, nl. rechte stengel)
- Bevinding
• Tussen culturen: westen meer analytisch, rest meer holistisch
• Binnen cultuur: vrouwen beetje meer holistisch dan mannen
3) Amerikanen vs anderen: mortality salience → reactie op gedachten aan de
dood
- Focus leggen op eigen dood (vb. natuurramp, ongeval, …)
- Amerikanen geven meer defensieve reactie op dood (VS > westen > niet-westers) → Meer
geloof in bovennatuurlijke krachten, Patriotische gevoelens, Minder openstaan voor verandering,
Vijandig tegenover out-groups
- Verklaring: in VS is het belangrijk mooi, jong en gezond te zijn
4) Hoogopgeleide vs andere Amerikanen: aandeel van erfelijkheid bij intelligentie
- Gedragsgenetica-onderzoeken
• Erfelijkheidscoëfficiënt van erfelijkheid >50% → overschot is toe te schrijven aan
omgevingsfactoren
• Gedeelde (vb. sociale klasse ouderlijk gezin) en unieke omgevingsfactoren (vb. oudste
dochter) verklaren slechts klein percentage
- optimaal genetische intelligentie ontwikkelen → weinig niet erfelijke invloed
• Het omgekeerde geld als je niet optimaal intelligentie kan ontwikkelen
• ~ optimale ontwikkeling bij hoogopgeleiden → hoge variantie van erfelijkheid en lage
van omgeving
- Maar… gedragsgenetische studies met (geadopteerde) tweelingen beperkt tot
hoogopgeleide ouders
• Geen data van laagopgeleide ouders & Overschatting erfelijkheidscoëfficiënt
• Adoptiegezinnen zijn vaak hoog opgeleiden → consistente error
- Besluit na ander onderzoek: proportie variantie in IQ verklaard door…
• … genotype stijgt naarmate SES stijgt
• … (niet-)gedeelde omgeving daalt naarmate SES stijgt
- Verklaring: meer cognitieve stimulatie maakt optimaal ontplooien van
ontwikkelingspotentieel mogelijk
→ deprivatie zorgt dat ontwikkelingspotentieel
(erfelijke factor) minder tot uiting komt
4
SAMENVATTING hoorcolleges cross-culturele psychologie – Floor Van den Heurck