Klinische psychiatrie
Inhoud
Powerpoint 1- 27 september Inleiding.............................................................................1
Inleiding........................................................................................................................ 2
Classificatie – algemeen...............................................................................................4
Diagnostiek................................................................................................................... 7
Opzet DSM 5................................................................................................................. 8
DSM 5 stellingen........................................................................................................... 9
Conclusie.................................................................................................................... 10
Powerpoint 2 – 27 september Inleiding..........................................................................10
Etiopathogenese......................................................................................................... 14
Psychopatogenese...................................................................................................... 19
Stoornis in het psychisch functioneren.......................................................................21
Het Psychiatrisch Onderzoek......................................................................................25
Neurocognitieve stoornissen............................................................................................. 27
Dementie....................................................................................................................... 30
Delirium......................................................................................................................... 41
Amnestische stoornissen............................................................................................... 43
Middelen en gerelateerde verslavingsstoornissen............................................................43
Schizofrenie en andere psychotische stoornissen.............................................................55
Stemmingsstoornissen...................................................................................................... 70
Angststoornissen.............................................................................................................. 86
Eetstoornissen.................................................................................................................. 97
kinder en jeugdpsychiatrie.............................................................................................. 101
Ontwikkelingsstoornissen............................................................................................ 103
ADHD........................................................................................................................ 103
ASS........................................................................................................................... 108
Gedragsstoornissen – externaliserende stoornissen....................................................113
Slaapstoornissen............................................................................................................. 120
Seksuele stoornissen...................................................................................................... 127
Persoonlijkheidsstoornissen............................................................................................ 131
Examen Klinische Psychiatrie.......................................................................................... 135
POWERPOINT 1- 27 SEPTEMBER INLEIDING
Intro vak
,Slides zijn basismateriaal, het lesmateriaal waaruit gestudeerd moet worden.
- Aanbevolen: leerboek Psychiatrie van Hengeveld M.W, Van Balkom boek is
aanbevolen, niet vereist maar kan nuttig zijn voor examen
- 3de week van januari; schriftelijk examen met open vragen 16 januari
donderdag
Drie tot viertal examenvragen. Examen zal digitaal plaats vinden.
INLEIDING
DSM5 als classificatiesysteem.
We gaan per aandoening een aantal specifieke zaken opsommen; welke psychische
functies moet je geobserveerd hebben om een ziektebeeld te kunnen omschrijven?
- Neurocognitieve stoornissen: raakvlak met de neurologie; ziektebeelden die
voornamelijk boven de 65 jaar gaan voorkomen nl. dementie, delirium, ….
- Middelen gerelateerde stoornissen: heeft de patiënt een psychoactieve stof
genomen? Deze hebben een impact op ons psychisch functioneren.
- Schizofrenie: grootbeeld
- Stemmingsstoornissen: unipolair als bipolair
- Angst en eetstoornissen: stemmingsstoornissen en angst- en eetstoornissen
vormen een cluster; zijn verweven aan elkaar
- Ontwikkelings- en gedragsstoornissen: die voor 18 jaar al ontwikkeld zijn
- Slaap en seksuele stoornissen: zijn heel prevalent in heel de psychiatrie
- Persoonlijkheidsstoornissen: gaan we het over hebben in comorbiditeit; het
samengaan van meerdere psychiatrische aandoeningen. Er worden heel zelden
enkele stoornissen vastgesteld, gaan vaak samen met andere stoornissen
Gebruik van de DSM-5 belangrijkste classificatiesysteem in West-Europa
=een statistische weergave van syndromen
De colleges psychiatrie zijn ook op dezelfde manier als de DSM 5 opgebouwd.
*5 want vijfde editie sinds WO II
Wat is de plaats van een classificatie systeem anno 2024?
Psychopathologie
‘Wetenschap of studie van het geestelijk of psychisch lijden’ psyche (psychisch
functioneren) + pathos (last/lijdendruk) dit is een hele essentiële; de last dat de
patiënt heeft of de omgeving van de patiënt heeft) + logos (studie)
Twee benaderingen :
1) Syndroombenadering : psychologie van het pathologische (gegroepeerde
entiteiten) : samenhangend geheel van klachten en symptomen. deze
benadering gebruiken we in de colleges. Allemaal klachten samen is het
syndroom. Begint vanuit theoretische kennis.
Bv. Problemen met slaap, eten, negatieve gedachten; allemaal klachten die
we gaan samennemen tot het syndroom depressie
weten hoe dat we deze syndromen kunnen behandelen
, Top-down: kijken naar welk syndroom aan de hand van theorie.
2) Symptoombenadering : pathologie van het psychische (algemene
psychische processen of functies) psychisch functioneren van een
persoon.
Bv. In contact gaan met de patiënt en dan kijken naar deze zaken zou een
depressie kunnen zijn (bottom-up); het beschrijven van het psychisch
functioneren om dan later te kijken naar die klachten horen allemaal
samen.
hier heb je klinische ervaring voor nodig dus is een moeilijke benadering
die je pas leert in de praktijk.
Twee typen diagnosen:
Syndroomdiagnose of descriptieve diagnose: deze diagnose is alleen
beschrijvend en geeft geen informatie over de redenen en manier van
ontstaan
Structuurdiagnose: deze diagnose geeft naast een beschrijving van de
symptomatologie aan waardoor en op welke wijze het syndroom ontstaan
is meer handelingsgericht, daar wil je naartoe; wat maakt dat iemand
kwetsbaar is voor een depressie? Wat zijn voorbeschikkende factoren; bv.
De erfelijkheid, de omgeving waarin iemand opgroeit, …
Factoren die iemand kwetsbaar maken
(predisponerende of voorbeschikkende factoren)
Factoren die de stoornis uitlokken
(precipiterende of uitlokkende factoren)
Factoren die de stoornis onderhouden
(perpetuerende of onderhoudende factoren) cooping: adequate
cooping en inadequate cooping bv. Een glaasje alcohol drinken om
om te gaan met hun negatieve gedachten
Deze structuurdiagnose zegt veel meer.
*limitatie DSM 5 : beschrijft de syndroomdiagnose ipv. De
structuurdiagnose
Psychiatrische stoornis
‘Abnormaal’ verschijnsel
Afwijkend van de sociale norm of van wat in de cultuur als ‘normaal’ gedrag
geldt.
Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de betrokkene en/of de omgeving
pathos, last, lijdensdruk; bezorgd overlast bij de patiënt zelf of de omgeving
Drie verklaringsmodellen bij een psychiatrische stoornis:
1)Medisch model (‘disease’) (lichaam)
Etiologie (ontstaan)
, Oorzakelijke factoren (predispositie)
Uitlokkende factoren (precipitatie)
In stand houdende factoren (perpetuatie)
Pathogenese (ontwikkeling)
Prognose (natuurlijk beloop) wat is er gekend over de aandoening
Behandeling (Preventie/Therapie)
2)Psychologisch model
Ziektebeleving (‘illness’) hoe ervaart persoon zijn ziekte? (geest)
3)Sociologisch model
Ziekterol (‘sickness’) welke rol heeft de ziekte in iemands leven? (omgeving
persoon)
Elke aandoening
heeft een aantal
biologische/medische factoren, elke aandoening heeft psychologische factoren,
elke aandoening heeft sociologische factoren
Bv. Angsstoornis: biologische factoren spelen minder mee hier dan de
psychologische en sociologische
- Heel veel aandoeningen hebben te maken met stress; vooral dan chronische
langdurige stress
- De wisselwerking tussen de soma en psyche is een heel belangrijke
CLASSIFICATIE – ALGEMEEN
Doel:
Inhoud
Powerpoint 1- 27 september Inleiding.............................................................................1
Inleiding........................................................................................................................ 2
Classificatie – algemeen...............................................................................................4
Diagnostiek................................................................................................................... 7
Opzet DSM 5................................................................................................................. 8
DSM 5 stellingen........................................................................................................... 9
Conclusie.................................................................................................................... 10
Powerpoint 2 – 27 september Inleiding..........................................................................10
Etiopathogenese......................................................................................................... 14
Psychopatogenese...................................................................................................... 19
Stoornis in het psychisch functioneren.......................................................................21
Het Psychiatrisch Onderzoek......................................................................................25
Neurocognitieve stoornissen............................................................................................. 27
Dementie....................................................................................................................... 30
Delirium......................................................................................................................... 41
Amnestische stoornissen............................................................................................... 43
Middelen en gerelateerde verslavingsstoornissen............................................................43
Schizofrenie en andere psychotische stoornissen.............................................................55
Stemmingsstoornissen...................................................................................................... 70
Angststoornissen.............................................................................................................. 86
Eetstoornissen.................................................................................................................. 97
kinder en jeugdpsychiatrie.............................................................................................. 101
Ontwikkelingsstoornissen............................................................................................ 103
ADHD........................................................................................................................ 103
ASS........................................................................................................................... 108
Gedragsstoornissen – externaliserende stoornissen....................................................113
Slaapstoornissen............................................................................................................. 120
Seksuele stoornissen...................................................................................................... 127
Persoonlijkheidsstoornissen............................................................................................ 131
Examen Klinische Psychiatrie.......................................................................................... 135
POWERPOINT 1- 27 SEPTEMBER INLEIDING
Intro vak
,Slides zijn basismateriaal, het lesmateriaal waaruit gestudeerd moet worden.
- Aanbevolen: leerboek Psychiatrie van Hengeveld M.W, Van Balkom boek is
aanbevolen, niet vereist maar kan nuttig zijn voor examen
- 3de week van januari; schriftelijk examen met open vragen 16 januari
donderdag
Drie tot viertal examenvragen. Examen zal digitaal plaats vinden.
INLEIDING
DSM5 als classificatiesysteem.
We gaan per aandoening een aantal specifieke zaken opsommen; welke psychische
functies moet je geobserveerd hebben om een ziektebeeld te kunnen omschrijven?
- Neurocognitieve stoornissen: raakvlak met de neurologie; ziektebeelden die
voornamelijk boven de 65 jaar gaan voorkomen nl. dementie, delirium, ….
- Middelen gerelateerde stoornissen: heeft de patiënt een psychoactieve stof
genomen? Deze hebben een impact op ons psychisch functioneren.
- Schizofrenie: grootbeeld
- Stemmingsstoornissen: unipolair als bipolair
- Angst en eetstoornissen: stemmingsstoornissen en angst- en eetstoornissen
vormen een cluster; zijn verweven aan elkaar
- Ontwikkelings- en gedragsstoornissen: die voor 18 jaar al ontwikkeld zijn
- Slaap en seksuele stoornissen: zijn heel prevalent in heel de psychiatrie
- Persoonlijkheidsstoornissen: gaan we het over hebben in comorbiditeit; het
samengaan van meerdere psychiatrische aandoeningen. Er worden heel zelden
enkele stoornissen vastgesteld, gaan vaak samen met andere stoornissen
Gebruik van de DSM-5 belangrijkste classificatiesysteem in West-Europa
=een statistische weergave van syndromen
De colleges psychiatrie zijn ook op dezelfde manier als de DSM 5 opgebouwd.
*5 want vijfde editie sinds WO II
Wat is de plaats van een classificatie systeem anno 2024?
Psychopathologie
‘Wetenschap of studie van het geestelijk of psychisch lijden’ psyche (psychisch
functioneren) + pathos (last/lijdendruk) dit is een hele essentiële; de last dat de
patiënt heeft of de omgeving van de patiënt heeft) + logos (studie)
Twee benaderingen :
1) Syndroombenadering : psychologie van het pathologische (gegroepeerde
entiteiten) : samenhangend geheel van klachten en symptomen. deze
benadering gebruiken we in de colleges. Allemaal klachten samen is het
syndroom. Begint vanuit theoretische kennis.
Bv. Problemen met slaap, eten, negatieve gedachten; allemaal klachten die
we gaan samennemen tot het syndroom depressie
weten hoe dat we deze syndromen kunnen behandelen
, Top-down: kijken naar welk syndroom aan de hand van theorie.
2) Symptoombenadering : pathologie van het psychische (algemene
psychische processen of functies) psychisch functioneren van een
persoon.
Bv. In contact gaan met de patiënt en dan kijken naar deze zaken zou een
depressie kunnen zijn (bottom-up); het beschrijven van het psychisch
functioneren om dan later te kijken naar die klachten horen allemaal
samen.
hier heb je klinische ervaring voor nodig dus is een moeilijke benadering
die je pas leert in de praktijk.
Twee typen diagnosen:
Syndroomdiagnose of descriptieve diagnose: deze diagnose is alleen
beschrijvend en geeft geen informatie over de redenen en manier van
ontstaan
Structuurdiagnose: deze diagnose geeft naast een beschrijving van de
symptomatologie aan waardoor en op welke wijze het syndroom ontstaan
is meer handelingsgericht, daar wil je naartoe; wat maakt dat iemand
kwetsbaar is voor een depressie? Wat zijn voorbeschikkende factoren; bv.
De erfelijkheid, de omgeving waarin iemand opgroeit, …
Factoren die iemand kwetsbaar maken
(predisponerende of voorbeschikkende factoren)
Factoren die de stoornis uitlokken
(precipiterende of uitlokkende factoren)
Factoren die de stoornis onderhouden
(perpetuerende of onderhoudende factoren) cooping: adequate
cooping en inadequate cooping bv. Een glaasje alcohol drinken om
om te gaan met hun negatieve gedachten
Deze structuurdiagnose zegt veel meer.
*limitatie DSM 5 : beschrijft de syndroomdiagnose ipv. De
structuurdiagnose
Psychiatrische stoornis
‘Abnormaal’ verschijnsel
Afwijkend van de sociale norm of van wat in de cultuur als ‘normaal’ gedrag
geldt.
Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de betrokkene en/of de omgeving
pathos, last, lijdensdruk; bezorgd overlast bij de patiënt zelf of de omgeving
Drie verklaringsmodellen bij een psychiatrische stoornis:
1)Medisch model (‘disease’) (lichaam)
Etiologie (ontstaan)
, Oorzakelijke factoren (predispositie)
Uitlokkende factoren (precipitatie)
In stand houdende factoren (perpetuatie)
Pathogenese (ontwikkeling)
Prognose (natuurlijk beloop) wat is er gekend over de aandoening
Behandeling (Preventie/Therapie)
2)Psychologisch model
Ziektebeleving (‘illness’) hoe ervaart persoon zijn ziekte? (geest)
3)Sociologisch model
Ziekterol (‘sickness’) welke rol heeft de ziekte in iemands leven? (omgeving
persoon)
Elke aandoening
heeft een aantal
biologische/medische factoren, elke aandoening heeft psychologische factoren,
elke aandoening heeft sociologische factoren
Bv. Angsstoornis: biologische factoren spelen minder mee hier dan de
psychologische en sociologische
- Heel veel aandoeningen hebben te maken met stress; vooral dan chronische
langdurige stress
- De wisselwerking tussen de soma en psyche is een heel belangrijke
CLASSIFICATIE – ALGEMEEN
Doel: