Onderzoeksmethodologie (2023) om het wachtwoord van de quizlet
set te ontvangen, zodat je ook op
Online studeren bij https://quizlet.com/_dxijap quizlet kunt oefenen!
Observed Score = true score + systematic error + random error
Onderzoek dat hoofdzakelijk beschrijvend/descriptief is, met als
Pre-positivist
doel observeren en begrijpen.
Verschuiving van descriptief naar actieve pogingen om uitkom-
sten te veranderen; onderzoeksbevindingen worden gebruikt om
Positivist approach
benaderingen te ontwikkelen voor verandering, verbetering van
levens en veiligheid.
Verschuiving (na WOII) naar het standpunt dat meerdere the-
orieën mogelijk zijn in een enkele setting; een theorie is waar
Post-positivism (=kwantitatief onderzoek) tot deze wordt verfijnd of vervangen. Fundamentele wetenschap-
pelijke benadering blijft bestaan, gericht op zoeken naar gener-
aliseerbare wetten.
Alternatieve term voor post-positivisme; argumenteren dat zoeken
naar algemene causale wetten misleidend is en de wetenschap
Constructivists/interpretevists (=kwalitatief onderzoek) beperkt in het beschrijven en verklaren van gedrag. Focus op
voorspellen en controle versmalt de wetenschap en beperkt het
begrip van gedrag.
- Deterministisch: negeert vrije wil en herkent niet dat realiteit
meervoudig en geconstrueerd is.
- Reductionistisch: niet elk gedrag volgt een enkele set causale
wetten.
- Egocentrisch: onderzoeker projecteert eigen realiteit op situaties
Kritiek van constructivisten op positivisme
en participanten.
- Ontmenselijkt: mensen worden gezien als onderzoeksobjecten.
- Opdringerig en niet precies (onnauwkeurig): inadequaat reken-
ing gehouden met de impact van onderzoekers op hun subjecten
en settings.
Causal laws Verklaren en voorspellen van gebeurtenissen.
Gebruik van verschillende onderzoeksmethoden om rijkere data
te verkrijgen, waardoor onderzoekers nauwkeurigere inferenties
Mixed methods
kunnen maken zonder vast te houden aan een specifieke be-
nadering.
Informele observatie- en actieprocessen die mensen dagelijks
Naïve psychology
gebruiken om de wereld en sociaal gedrag te begrijpen.
Niet bevooroordeeld door iemands perspectief; onbevooro-
Objective
ordeeld.
Onderzoekers hebben perspectieven en waarden die hun kijk
vertegenwoordigen, een evaluatie van wat goed en slecht is. Deze
waarden beïnvloeden hoe onderzoekers de wereld zien en wat
Value ze kiezen om te onderzoeken. In de wetenschap ontstaat een
spanning tussen deze waarden en de behoefte objectief te zijn.
Onderzoekers moeten zich ook bewust zijn van de implicaties voor
menselijk welzijn.
Sociale processen in het dagelijks leven worden geassocieerd
met onderzoeksbevindingen; ondanks de intentie objectief te zijn,
Covariation principle
kunnen onderzoekers zich identificeren met bevindingen en daar-
door doelwit worden van boosheid.
Onderzoek naar seksueel misbruik in de kindertijd; meta-analyse
bevond dat de impact op latere psychopathologie matig was; on-
Onderzoek Rind et al.
danks voorzichtige formulering ontving het veel negatieve kritiek
van het publiek.
Kwesties die naar voren komen bij het beoordelen van een ar-
tikel (werden variabelen goed geoperationaliseerd? Was de data
Threats to validity
correct gecodeerd? Worden terechte inferenties getrokken? En-
zovoort).
Casual observation (informele observatie)
, Onderzoeksmethodologie (2023)
Online studeren bij https://quizlet.com/_dxijap
Pogingen van mensen om sociaal gedrag te begrijpen door
dagelijkse observatie; essentieel voor het plannen van eigen
gedrag om doelen te bereiken en de wereld te begrijpen.
1. Gevoelens en hypothesen over andermans gedrag.
Twee elementen informele observatie 2. Voortdurend testen en toetsen van deze gevoelens en hypothe-
sen om te bepalen of ze juist zijn.
Alledaagse aannames over menselijk sociaal gedrag die stellen
Naïve hypotheses dat een fenomeen of gedrag (subject) een ander fenomeen of
gedrag (object) veroorzaakt of daarmee geassocieerd is.
1. Logical Analysis:
Toetsen of de hypothese logisch consistent is met andere hy-
pothesen.
2. Authority:
Expert benaderen om de hypothese te beoordelen.
Vijf bronnen van support voor naïeve hypotheses 3. Consensus:
Peers raadplegen om te zien of zij het eens zijn met de hypothese.
4. Observation:
Vergelijken van de hypothese met eigen en andermans gedrag.
5. Past experience:
Terugdenken aan eerdere ervaringen die passen bij de hypothese.
Abstract concept dat gemeten zou moeten worden; bestaat echt
maar niet als fysiek object; moet indirect en imperfect gemeten
Construct
worden; kan worden geoperationaliseerd door een operationele
definitie.
Set procedures gebruikt om het construct te meten of manip-
uleren; specificeert hoe een construct gemeten wordt in een spec-
ifieke studie; helpt om abstracte concepten meetbaar te maken.
Operational definition Meerdere operationele definities kunnen worden gebruikt om de
dekking van het onderliggende construct te vergroten, hoewel het
nooit zeker is welk deel van het construct daadwerkelijk wordt
gemeten.
Falsifieerbaar standpunt over de associatie tussen twee of meer
Hypothesis constructen die betrekking hebben op menselijk gedrag; kunnen
causaal of niet-causaal zijn.
Hypothese stelt dat een bepaald construct een ander construct
Causal association (causaal verband)
beïnvloedt; naïeve hypothesen bevatten vaak causale associaties.
Set onderling gerelateerde hypothesen die gebruikt worden om
een fenomeen te verklaren en voorspellingen te maken over as-
Theory
sociaties tussen relevante constructen die relevant zijn voor het
fenomeen.
Verzamelen van informatie door observatie en andere methoden,
Empirical Research systematisch om bias te vermijden; gericht op het meten en op-
erationaliseren van theoretische constructen.
Assumptie dat alle constructen van interesse gemeten of geob-
serveerd kunnen worden; erkent dat metingen altijd met fouten
operationism
(imperfecties) komen; cruciaal voor vertrouwen in empirisch on-
derzoek.
Herhaling van empirisch onderzoek om dezelfde conclusies te
Replication bevestigen wanneer onafhankelijk onderzocht door andere onder-
zoekers; helpt om onderzoeksbiases te overwinnen.
Theorie over social gedrag heeft drie kenmerken: