,Samenvatting gezondheidspsychologie val morrison hst 1 tm 6 5e druk 2024
,Samenvatting gezondheidspsychologie val morrison hst 1 tm 6 5e druk 2024
, Samenvatting gezondheidspsychologie val morrison hst 1 tm 6 5e druk 2024
Hoofstuk 1 Gezondheidspsychologie
Hoofstuk 1.1 Wat is gezondheid? Veranderende perspectieven
Gezondheid heeft lichamelijke en geestelijke aspecten.
Een goede gezondheid is voor de meeste Nederlanders het belangrijkste uit hun leven. Gezondheid
wil dan zeggen: kunnen doen wat je wil zonder geestelijke of lichamelijke beperking.
Relatie tussen lichaam en geest
Hippocrates, een Griekse arts uit de Oudheid, schreef ziekte toe aan een verstoord evenwicht
tussen 4 circulerende lichaamsvloeistoffen, de zogenaamde humores: gele gal, slijm, bloed en
zwarte gal.
Er werd gedacht dat de 4 humores bij gezonde personen in evenwicht waren en dat ziekten
optraden als dit evenwicht door externe “pathogenen” werd verstoord.
De humores waren gerelateerd aan seizoenswisselingen en aan omstandigheden, waarbij slijm
was verbonden met de winter (koud-nat), bloed met het voorjaar (nat-warm), zwarte gal met de
herfst (koud-droog) en gele gal met de zomer (warm-droog).
Hippocrates beschouwde lichaam en geest als een eenheid. Om die reden dacht men dat de
hoeveelheid van de verschillende lichaamsvloeistoffen in verband stond met typen
persoonlijkheden; een overmatige hoeveelheid gele gal was verbonden met een cholerisch of
boosaardig temperament; zwarte gal was verbonden met droefenis; een overmaat bloed was
geassocieerd met een optimistische of sanguine persoonlijkheid en bovenmatig slijm met een kalm
of flegmatisch temperament.
Galenus, een Griekse arts in het oude Rome, dacht dat er een lichamelijke of pathologische basis
was voor alle ziekten. Hij geloofde dat de 4 lichamelijke humores ten grondslag lagen aan de 4
temperamenten en dat deze temperamenten bijdroegen aan het krijgen van specifieke ziekten.
Er werd niet gedacht dat de geest zelf een rol speelde in de etiologie van ziekten. In deze tijd werd
ziekte gezien als de straf van God voor vergrijpen of als het gevolg van kwade geesten.
Etiologie = de oorzaak van een ziekte.
De wetenschappelijke revolutie van rond 1600 leidde tot een enorme groei in theoretische kennis,
natuurwetenschappelijk onderzoek en ontwikkelingen in de lichamelijke geneeskunde. Daardoor
werden het inzicht in het menselijk lichaam en de verklaringen voor ziekten steeds organischer en
fysiologischer en was er weinig ruimte voor psychologische verklaringen.
Dualisme = het idee dat lichaam en geest afzonderlijke eenheden zijn
Bij dualisme wordt de geest beschouwd als ‘niet-materieel’ (dat wil zeggen niet objectief of
zichtbaar, zoals bij gedachten en gevoelens) en het lichaam als ‘materiaal’ (dat wil zeggen
opgebouwd uit mechanisch ‘materiaal’, tastbare stof zoals onze hersenen, het hart en de cellen).
Omdat Descartes geloofde dat de ziel op het moment van overlijden het lichaam verliet, werden
ontleding en autopsie nu acceptabel voor de kerkelijke autoriteiten. Hierdoor groeide tijdens de 18e
en 19e eeuw het inzicht in de geneeskunde enorm.
Dualisten ontwikkelden het idee van het lichaam als machine (een mechanistisch standpunt), dat
alleen kon worden doorgrond in termen van zijn onderdelen (moleculair, biologisch, biochemisch,
genetisch) en waarbij inzicht in ziekten werd verkregen via het bestuderen van cellulaire en
fysiologische processen.