Geschiedenis
Deel 2: Economische verschuivingen in Europa en de wereld (ca. 1450-ca. 1750)
Doelstellingen
1.De rol van Europa binnen de wereldhandel begrijpen.
2.De impact van kolonisatie op industrie en landbouw in Europa en de kolonies
verklaren.
3.Het kapitalisme en de plattelandsnijverheid uitleggen.
4.Verschillen tussen koopman en koopman-ondernemer verduidelijken.
5.Het onderscheid tussen manufactuur en fabriek beschrijven.
6.Begrijpen waarom landbouw in de vroegmoderne tijd belangrijk bleef.
7.De effecten en werking van vruchtwisseling uitleggen.
Hst. 1: Een groeiende wereldhandel
A. Impact van de kolonisatie
•Door kolonialisme werd wereldhandel intensiever.
•Azië bleef het centrum van handel, maar Europa nam een groter aandeel.
•Handelszwaartepunt verschoof binnen Europa van Zuid-Europa (16e eeuw) naar
Antwerpen, Amsterdam (17e eeuw), en Londen (18e eeuw).
B. Invloed op de nijverheid
•Koloniale handel leverde grondstoffen aan Europa, wat industrie stimuleerde.
•Kolonies ontvingen afgewerkte producten, wat hun ontwikkeling bevorderde.
C. Invloed op het betalingssysteem
•Groei van langeafstandshandel vergrootte de behoefte aan nieuwe betaalmiddelen.
•In Antwerpen werd het endossement (wisselbrief) uitgevonden, de voorloper van het
bankbiljet.
•In 1694 werd in Londen de eerste nationale bank opgericht, met een monopolie op
bankbiljetten.
Hst. 2: Ontstaan van het kapitalisme
A. De koopman-ondernemer
Deel 2: Economische verschuivingen in Europa en de wereld (ca. 1450-ca. 1750)
Doelstellingen
1.De rol van Europa binnen de wereldhandel begrijpen.
2.De impact van kolonisatie op industrie en landbouw in Europa en de kolonies
verklaren.
3.Het kapitalisme en de plattelandsnijverheid uitleggen.
4.Verschillen tussen koopman en koopman-ondernemer verduidelijken.
5.Het onderscheid tussen manufactuur en fabriek beschrijven.
6.Begrijpen waarom landbouw in de vroegmoderne tijd belangrijk bleef.
7.De effecten en werking van vruchtwisseling uitleggen.
Hst. 1: Een groeiende wereldhandel
A. Impact van de kolonisatie
•Door kolonialisme werd wereldhandel intensiever.
•Azië bleef het centrum van handel, maar Europa nam een groter aandeel.
•Handelszwaartepunt verschoof binnen Europa van Zuid-Europa (16e eeuw) naar
Antwerpen, Amsterdam (17e eeuw), en Londen (18e eeuw).
B. Invloed op de nijverheid
•Koloniale handel leverde grondstoffen aan Europa, wat industrie stimuleerde.
•Kolonies ontvingen afgewerkte producten, wat hun ontwikkeling bevorderde.
C. Invloed op het betalingssysteem
•Groei van langeafstandshandel vergrootte de behoefte aan nieuwe betaalmiddelen.
•In Antwerpen werd het endossement (wisselbrief) uitgevonden, de voorloper van het
bankbiljet.
•In 1694 werd in Londen de eerste nationale bank opgericht, met een monopolie op
bankbiljetten.
Hst. 2: Ontstaan van het kapitalisme
A. De koopman-ondernemer