GENEESMIDDELEN IVM CHOLINERGE TRANSMISSIE
I. Inleiding
1. Rol van acetylcholine in het perifere zenuwstelsel
Willekeurige zenuwen naar skeletspieren: via nicotinereceptoren
Postganglionaire parasympatische vezels: via muscarinereceptoren
Preganglionaire parasympatische en sympatische vezels: via nicotinereceptoren
Opmerkingen
o 3 functionele types muscarinereceptoren in PZS: M1, M2 en M3 (M4 en M5 in CZS)
o Nicotinereceptoren op skeletspiercellen verschillen van deze in ganglia van OS en PS
o Aantal zenuwvezels lopen anatomisch mee met OS zenuwstelsel, maar zijn PS vezels naar
zweetklieren
o OS preganglionaire vezels stimuleren bijniermerg via nicotinereceptoren
2. Voornaamste effecten van stimulatie van het parasympatische
systeem
Orgaan Effect
Sino-atriale knoop Hartritme daalt
Hart Atrio-ventriculaire knoop Geleiding daalt
Atria Contractie daalt
Relaxatie (enkel in BV die cholinerg
Bloedvaten
geïnnerveerd zijn)
Gladde spieren Contractie
Bronchi
Klieren Secretie
Gladde spieren Contractie
GI tractus
Klieren Secretie
M. detrusor Contractie
Blaas
Sphincter Relaxatie
Speekselkliere Secretie
n
Traanklieren Secretie
M. constrictor pupillae Contractie myosis oogdruk daalt
Oog
M. ciliaris Contractie lens boller, accommodatie
II. Muscarine-agonisten (parasympathicomimetica)
1. Indicaties
Glaucoom pilocarpine oogdruppels
Blaasatonie bethanechol
Droge mond pilocarpine magistraal
o Na radiotherapie
1
, o Syndroom van Sjögren
2. Werkingsmechanisme
Selectieve stimulatie van muscarinereceptoren
3. Effecten
Orgaan Effect
Hart Hartritme daalt
Bloedvaten - Vasodilatatie
- Via muscarinereceptoren op endotheel
meer vrijstelling van NO
- Via muscarinereceptoren op noradrenerge zenuwuiteinden
minder vrijstelling van noradrenaline
Gladde spieren buiten BV Contractie
Exocriene klieren Verhoogde secretie
Oog - Myosis
- Oogdruk daalt
- Accommodatie
III. Muscarine-antagonisten (parasympathicolytica,
anticholinergica)
1. Indicaties
Gastro-enterologie: darmkrampen bij prikkelbare-darmsyndroom
Urologie: overactieve blaas
Neurologie: ziekte van Parkinson, nausea en braken bij reisziekte
Pneumologie: chronisch obstructief longlijden, astma
Oftalmologie: oftalmoscopie, sommige inflammatoire aandoeningen atropine
Cardiologie: bradycardie atropine
Anesthesie: premedicatie atropine
Intoxicaties: organofosfaten, paddestoelen (amanita muscaria, muscarine) atropine
2. Werkingsmechanisme
Competitief antagonisme van muscarinereceptoren
Meestal niet-selectief
3. Effecten
Orgaan Effect
Hart Hartritme versnelt
MAAR soms voorbijgaande daling in hartritme in lage dosis
door centraal effect met toegenomen vagale activiteit
Bloeddruk Wijzigt niet! Weerstandsvaten niet cholinerg bezenuwd
Gladde spieren buiten BV Relaxatie
Exocriene klieren Gedaalde secretie
Oog - Mydriase
- Oogdruk neemt toe
2