verdedigingsmechanisme
Overzicht vn de afweermechanisme vn het lichaam:
- In de wereld zijn er zowel levende (bacterien) als niet levende organismen (virussen)
Ziekteverwekkers/pathogenen: dit zijn de organisme die ziektes veroorzaken
- Maar niet alleen pathognenn zijn gevaarlikj vr onze gezondheid maar ook mutaties
Immuunsysteem: een complexe groep vn cellen, eiwitten en structuren vn het lymfatisvh
systeem en de bloedsomloop
Het immuunsysteem zorgt vr de bescherming vn alle organen
Er zijn 3 soorten afweermechanisme:
1) Barrieren zie de die toegang vr ziekteverwekkers gaat verdrijven vr ze schade
aanrichten
- Huid, maagzuur, tranen en braken
2) Niet specifieke verdedigingsmechanisme: helpt het lichaam bij algemene schade
- Bij fagocytose en infecties
3) Specifieke verdedigingsmechanisme: immuunrespons waarbij men specifieke
bacterien en andere levende cellen gaat herkennen en verwijderen
- Via t cellen en antilichamen
8.1 pathogenen veroorzaken ziektes
Ziektverwekkers:
1) Levende organisme:
a) Bacteriën: eencellige prokaryoten
b) Schimmels: eencellige en meercellige eukaryoten
c) Parasieten: eencellige en meercellige eukaryoten
2) Niet levende organisme:
a) Virussen
b) Prionen
, Bacteriën: eencellige levende organisme
Bacterie: zijn eencellige organisme die geen celkern hebben en geen
membraamgebonden organellen
- Het dna bestaat uit 1 chromosoom
- De ribosomen zweven los in het cytoplamsa
- Bedekt met een sterke cellwand
- Kleine grootte is een voordeel: ze hebben een grote opp-volume ratio vr diffusie vn
voedingstoggen en afvalstoffen
- Gebruikt ook ATP vr energie
- Ze kunnen overal hun voedingstoffen opslagen
Men heeft geleerd ze te gebruiken om producten te kunnen maken: antibiotica, hormonen,
vaccinaties en eten
- Een paar zijn pathogeen waarbij ze energie halen uit cellen en deze in het proces dan
beschadigen
- Kan behandeld worden met antibiotica
Virussen: kleine besmettelijke agentia
Virussen: zijn extreem kleine besmettelijke agents
- Hebben een klein stuk dna omring dr een eiwitten jasje
- Hebben geen celorganellen en kunnen zich niet reproduceren
Virussen leven niet omdat ze niet aan reproductie kunnen doen maar, wnr ze in een levende
cel zitten kunnen ze de mechanisme hiervan overnemen en zichzelf verdubbelen
3 manieren vn infectie:
1) Virus gaat in de levende cel via endocytose: in de cel verdwijnd hun want en lossen
ze hun DNA
2) Ze vermengen zich met het celmembraam en lossne het DNA in het cytoplasma
3) Ze haken zich vast aan het celmembraam en injecteren hun DNA
, De cel kan hierdoor in het begin ng leven of afsterven en breken waardoor het DNA meer
verspreid word
- Vb: aids, hepatities, kippenpokken,…
- Antibiotica werkt niet je moet ervoor zorgen dat het virus de cellen niet infecteerd
Prionen: besmettelijke eiwitten
Prionen: zijn misvormde vormen vn een normaal hersenceleiwit dat ervoor zorgt dat
dichtbij gelegen normale vormen ook misvormt worden
- Uiteindelijk zijn er zoveel in de cel dat ze openbarst en doodgaat
- Beste manier om dit tegen te gaan is dr de verspreiding te limiteren
Overdraagbaarheid: wijze vn overdracht en virulentie bepalen de
gezondheidsrisico’s
Er zijn drie factoren die beslissen hoe gevaarlijk een pathogeen is:
1) Overdraagbaarheid
- Hoe makkelijk een pathogeen vn een persoon op persoon word overgedragen
2) Wijze vn overdracht
- Via ademhaling, fecaal-oraal, lichaamsvloeistoffen, direct contact
3) Virulentie
- Hoeveel schade word er veroorzaakt dr de infectie
Vb: ebola virus en de bubonische plaag
8.2 het lymfestysteem verdedigt het lichaam
Het lymfesysteem heeft 3 functies: