FYSIOLOGIE VAN DE ADEMHALING
BASISBEGRIPPEN: ORGANISATIE VH RESPIRATOIR SYSTEEM
- Interne ademhaling
o = proces in mitochondriën
o = oxidatieve fosforylatie
- Externe ademhaling
o = uitwisseling O2 en CO2 tussen atmosfeer en mitochondria
o > # processen
▪ Diffusie
• = passief transport van moleculen
• Korte afstand
• DK = c-gradiënt
o = enkel dit = enkel leefbaar voor eencelligen
▪ Convectie
• = vervoer van gassen in bulk via pomp & transportsystemen
• Lange afstand
▪ Oppervlakte
• Zo groot mogelijk ifv goede diffusie
• → long > longblaasjes (100m2)
▪ Transportcapaciteit
• RBC, hgb, … = efficiëntere transportsystemen voor O2 en CO2
GASMENGSELS
- Samenstelling van lucht
o 21% O2
o 78% N2
o → totale luchtdruk op zeeniveau = 760 mmHg
- Elke gas heeft een partiële druk
o = druk vh mengsel afkomstig van dat gas
▪ (= druk bij wegnemen alle gasmoleculen behalve dat type)
- Ideale gaswet
o Partiële druk molaire fractie
o PZ = Xz . Ptot
▪ → pO2 = 21% . 760 mmHg = 159 mmHg
• hoogte: aantal moleculen lager, zelfde % → lagere luchtdruk (PO2)
• → w gebruikt in ah-fysiologie om [gas] weer te geven
- Wet van Dalton
o Totale druk gasmengsel = som vd individuele partiële drukken
1
, WAT ALS GASSEN OPLOSSEN IN VLOEISTOF (CFR BLOED)?
= ook mbv partiële drukken vh gas in het gasmengsel
- Wet van Henry
o [O2 en CO2] opgelost in water = proportioneel aan partiële druk in gasfase
▪ (O2)dis = S x PO2
- Toepassing: bloedgaswaarden in kliniek
o = staal bloed nemen in slagader (pijnlijk) bij pt onder narcose (tijdens een ingreep bv)
o Geen luchtbellen in bloed toch uitdrukken van concentraties in PO2 en PCO2
o = obv wet: hoeveelheid mol O2 in bloed = rechtevenredig aan hoeveelheid mol die
erboven zouden zweven
▪ → PO2 geeft [gassen] weer in ruimte én in opgeloste vorm
VOCHTIGE LUCHT DROGE LUCHT
Bij 37°C: water bevindt zich ook in dampfase → heeft zelf een partiële druk
- Waterdamp ≠ (ideaal) gas; = fase van water
o → voldoet niet aan wetten
o Neemt wél bepaalde druk in
▪ → PO2 (lucht in aula) = 21% . 760 mmHg = 159 mmHg
▪ PO2 (lucht in mond) = PO2,i = 21% (760 mmHg – dampspanning water) =
21% (760 mmHg – 47 mmHg) = 150 mmHg
• (moet je eraf trekken omdat waterdamp niet deelneemt aan
gasuitwisseling)
- Toepassing: koorts
o T ↑ → dampspanning ↑ (cfr ketel met kokend water: top kan eraf vliegen) → PO2 in
neus/mond ↓
ORGANISATIE VH SYSTEEM
1. Regulatie vd ademhaling
2. Luchtpomp: alveolaire ventilatie
a. = verplaatsen van lucht in én uit longen (≠ ademen in fysiologie)
3. Gespecialiseerde oppervlakte: alveolo-capillaire membraan
a. Diffusie → effectieve overgang van moleculen in alveolen
4. RBC: carriers voor O2 en CO2
5. Circulatie en perfusie
6. Regelen van ventilatie én perfusie → ventilatie/perfusie verhoudingen
a. Mismatch = belangrijkste reden voor O2-tekort in bloed
2
, ZUURSTOFTRANSPORTCASCADE
Hoe dieper in lichaam, hoe lager PO2
3
, DE ALVEOOL = DE FUNCTIONELE UNIT
- 300 000 000
- Totale oppervlakte: 50 – 100 m2
- Overgang van lucht naar opgeloste vorm
RESPIRATOIR SYSTEEM = MEER DAN ALLEEN ADEMHALING
- Geurzin
- Processen van ingeademde lucht
o → Verwarmen → oplosbaarheid ↓ → minder luchtbellen
o Bevochtigen
o Filteren
- Bloedreservoir voor linkerhart
- Filteren van bloed
- Metabole functies
o Hart pompt in rust 5l/min → 5l/min in longcirculatie (links) én 5l/min in
systeemcirculatie (rechts)
▪ → ideale plaats om stoffen toe te voegen
BELANGRIJKE BEGRIPPEN
- Teugvolume – TV
o = normale in- en uitademingsvolume (in rust)
o = 0,5l
- Vitale capaciteit = VC
o = verschil in volume tussen maximaal in én maximaal uitademen
- Functionele residuele capaciteit = FRC
o = hoeveelheid lucht die in longen blijft zitten na uitademen → longen zijn niet leeg
o = rustvolume
▪ → persoon in rust heeft ongeveer 3,5l in longen
▪ → teugvolume komt hier bovenop
4
BASISBEGRIPPEN: ORGANISATIE VH RESPIRATOIR SYSTEEM
- Interne ademhaling
o = proces in mitochondriën
o = oxidatieve fosforylatie
- Externe ademhaling
o = uitwisseling O2 en CO2 tussen atmosfeer en mitochondria
o > # processen
▪ Diffusie
• = passief transport van moleculen
• Korte afstand
• DK = c-gradiënt
o = enkel dit = enkel leefbaar voor eencelligen
▪ Convectie
• = vervoer van gassen in bulk via pomp & transportsystemen
• Lange afstand
▪ Oppervlakte
• Zo groot mogelijk ifv goede diffusie
• → long > longblaasjes (100m2)
▪ Transportcapaciteit
• RBC, hgb, … = efficiëntere transportsystemen voor O2 en CO2
GASMENGSELS
- Samenstelling van lucht
o 21% O2
o 78% N2
o → totale luchtdruk op zeeniveau = 760 mmHg
- Elke gas heeft een partiële druk
o = druk vh mengsel afkomstig van dat gas
▪ (= druk bij wegnemen alle gasmoleculen behalve dat type)
- Ideale gaswet
o Partiële druk molaire fractie
o PZ = Xz . Ptot
▪ → pO2 = 21% . 760 mmHg = 159 mmHg
• hoogte: aantal moleculen lager, zelfde % → lagere luchtdruk (PO2)
• → w gebruikt in ah-fysiologie om [gas] weer te geven
- Wet van Dalton
o Totale druk gasmengsel = som vd individuele partiële drukken
1
, WAT ALS GASSEN OPLOSSEN IN VLOEISTOF (CFR BLOED)?
= ook mbv partiële drukken vh gas in het gasmengsel
- Wet van Henry
o [O2 en CO2] opgelost in water = proportioneel aan partiële druk in gasfase
▪ (O2)dis = S x PO2
- Toepassing: bloedgaswaarden in kliniek
o = staal bloed nemen in slagader (pijnlijk) bij pt onder narcose (tijdens een ingreep bv)
o Geen luchtbellen in bloed toch uitdrukken van concentraties in PO2 en PCO2
o = obv wet: hoeveelheid mol O2 in bloed = rechtevenredig aan hoeveelheid mol die
erboven zouden zweven
▪ → PO2 geeft [gassen] weer in ruimte én in opgeloste vorm
VOCHTIGE LUCHT DROGE LUCHT
Bij 37°C: water bevindt zich ook in dampfase → heeft zelf een partiële druk
- Waterdamp ≠ (ideaal) gas; = fase van water
o → voldoet niet aan wetten
o Neemt wél bepaalde druk in
▪ → PO2 (lucht in aula) = 21% . 760 mmHg = 159 mmHg
▪ PO2 (lucht in mond) = PO2,i = 21% (760 mmHg – dampspanning water) =
21% (760 mmHg – 47 mmHg) = 150 mmHg
• (moet je eraf trekken omdat waterdamp niet deelneemt aan
gasuitwisseling)
- Toepassing: koorts
o T ↑ → dampspanning ↑ (cfr ketel met kokend water: top kan eraf vliegen) → PO2 in
neus/mond ↓
ORGANISATIE VH SYSTEEM
1. Regulatie vd ademhaling
2. Luchtpomp: alveolaire ventilatie
a. = verplaatsen van lucht in én uit longen (≠ ademen in fysiologie)
3. Gespecialiseerde oppervlakte: alveolo-capillaire membraan
a. Diffusie → effectieve overgang van moleculen in alveolen
4. RBC: carriers voor O2 en CO2
5. Circulatie en perfusie
6. Regelen van ventilatie én perfusie → ventilatie/perfusie verhoudingen
a. Mismatch = belangrijkste reden voor O2-tekort in bloed
2
, ZUURSTOFTRANSPORTCASCADE
Hoe dieper in lichaam, hoe lager PO2
3
, DE ALVEOOL = DE FUNCTIONELE UNIT
- 300 000 000
- Totale oppervlakte: 50 – 100 m2
- Overgang van lucht naar opgeloste vorm
RESPIRATOIR SYSTEEM = MEER DAN ALLEEN ADEMHALING
- Geurzin
- Processen van ingeademde lucht
o → Verwarmen → oplosbaarheid ↓ → minder luchtbellen
o Bevochtigen
o Filteren
- Bloedreservoir voor linkerhart
- Filteren van bloed
- Metabole functies
o Hart pompt in rust 5l/min → 5l/min in longcirculatie (links) én 5l/min in
systeemcirculatie (rechts)
▪ → ideale plaats om stoffen toe te voegen
BELANGRIJKE BEGRIPPEN
- Teugvolume – TV
o = normale in- en uitademingsvolume (in rust)
o = 0,5l
- Vitale capaciteit = VC
o = verschil in volume tussen maximaal in én maximaal uitademen
- Functionele residuele capaciteit = FRC
o = hoeveelheid lucht die in longen blijft zitten na uitademen → longen zijn niet leeg
o = rustvolume
▪ → persoon in rust heeft ongeveer 3,5l in longen
▪ → teugvolume komt hier bovenop
4