1. Fysieke ontwikkeling
- Ze krijgen een betere evenwichtsgevoel en hogere reactiesnelheid.
- Beter oog-handcordinatie
- Lichamelijke prestaties (dansen, voetballen) hebben een invloed op
de socio-emotioneel ontwikkeling.
2. Cognitieve ontwikkeling
- Volgens Piaget komen schoolkinderen in de fase van concreet
operationeel denken. Piaget de term ‘operatie’ voor logisch
denkhandelingen. Het kind gaat niet meer af op zijn intuïtie, maar zal
redeneren.
Er ontstaan nieuwe denkvermogen:
- Classificeren: kleuters voorwerpen in categorieën.
Hoe test je dat?
Je toont een kind drie katten en 2 honden, daarna vraag je ‘ Zijn
er meer honden of katten?’.
- Conservatie: schoolkinderen begrijpen de hvlheid van iets
ongewijzigd blijft als de vorm verandert.
Je toont een kind twee verschillende glazen met evenveel water
in. Je vraagt ‘In welk glas zit het meest water?’ Daarna giet je het
water in het glas dart nu even groot is.
- Inlevingsvermogen: kleuters denken egocentrisch. Dat betekent dat
ze moeite hebben om de gedachten van een ander te begrijpen.
Je toont een kind een maquette van een berg en zorg dat er
allemaal verschillende figuren zijn. Laat het kind beantwoorden
wat hij allemaal ziet en draai de maquette om dat die kan zien van
een andere punt en vraag het dan nog eens.
3. Socio-emotioneel ontwikkeling
- Schoolkinderen worden nu taakbewust; ze zijn leergierig en willen
nieuwe dingen te weten komen.
- Schoolkinderen beginnen zich te hechten aan een groep. Ze gaan
zichzelf vergelijken met andere kinderen. Zo ontwikkeld hun
zelfbeeld. En de kinderen zijn prestatie gericht, ze willen graag de
beste zijn, de eerste van de klas,…