Basis van gedrag
1. De waarneming
Conclusie:
→ Waarneming gebeurt niet op het niveau van de zintuigen, wel in de hersenen!.
→ Waarnemen is niet gelijk aan gewaarwording.
Gewaarwording: binnenkomen van prikkels.
Waarnemen: een heel actief proces, hier worden de connecties gemaakt, welke betekenis heeft dit?
1.1. Het waarnemingsproces in vogelvlucht
Zintuigen hebben receptoren.
Receptoren zetten prikkels om in zenuwimpulsen: transductie.
Hersenen moeten ruwe informatie interpreteren.
Bijvoorbeeld: de visuele waarneming.
1.1.1. De visuele waarneming
1STE STAP: het beeld wordt omgekeerd geprojecteerd op je netvlies (‘retina’).
1
,2DE STAP: netvlies bevat 2 soorten receptoren:
1. Staafjes.
= +/- 120 miljoen per oog.
Licht & donker.
2. Kegeltjes
=+/- 6 miljoen per oog.
Kleurgevoelig.
Gele vlek (fovea):
→ Plaats waar je op focust als je naar iets kijkt.
→ Grootste concentratie kegeltjes.
Blinde vlek:
→ Gezichtszenuw naar hersenen.
3DE STAP: transductie= de staafjes en kegeltjes (= de receptoren) zetten het binnenkomende licht om
in zenuwimpulsen. Deze worden via de gezichtszenuw doorgestuurd naar de diverse centra in de
hersenen.
4DE STAP: de informatie wordt verwerkt tot een totaalbeeld dat wordt geïnterpreteerd.
1.1.2. Waarneming versus gewaarwording
Gewaarwording of sensaties:
→ Onmiddellijk resultaat van een prikkeling van de zintuigen.
→ Bewustzijnsinhouden: licht versus donker, kleur, losse geluiden,…
→ (Passief)
Waarneming of percepten:
→ Resultaat van meer diepgaande verwerkingsprocessen.
→ Betekenisvolle gehelen: bekend logo, muziek van Adele, smaak van pita.
2
, Waarnemen= activiteit waarbij het hele individu betrokken is:
→ Informatie uit diverse zintuigen worden onderling vergeleken en op elkaar betrokken.
vb. Rauw gehakt.
Daarnaast spelen ook andere processen rol:
→ Motoriek
→ Geheugen
→ Fantasie, denken
→ Behoeften, interesses, emoties
1.1.3. 3 psychologische activiteiten van de waarneming
Selecteren
Structureren
Zingeven
1.2. Waarnemen is selecteren
1.2.1. De verschillende zintuigen
Exteroceptieve zintuigen: informatie van buitenaf.
Introspectieve zintuigen: informatie van binnenin.
Proprioceptieve zintuigen: informatie over de positie van het lichaam.
1.2.2. Het waarneembare spectrum
Adequate prikkel:
→ De energievorm waarvoor een receptor het meest gevoelig is.
Gevoeligheid van een receptor voor een soort prikkel is echter niet onbeperkt.
1.2.3. De minimumintensiteit van de prikkels
Absolute drempel (=detectiedrempel):
→ Minimumintensiteit die een prikkel moet hebben om hem te kunnen waarnemen.
Maximumgrens:
→ Pijndrempel
+ waarnemen van verschillen
+ differentiële drempel (= de verschildrempel)
3
1. De waarneming
Conclusie:
→ Waarneming gebeurt niet op het niveau van de zintuigen, wel in de hersenen!.
→ Waarnemen is niet gelijk aan gewaarwording.
Gewaarwording: binnenkomen van prikkels.
Waarnemen: een heel actief proces, hier worden de connecties gemaakt, welke betekenis heeft dit?
1.1. Het waarnemingsproces in vogelvlucht
Zintuigen hebben receptoren.
Receptoren zetten prikkels om in zenuwimpulsen: transductie.
Hersenen moeten ruwe informatie interpreteren.
Bijvoorbeeld: de visuele waarneming.
1.1.1. De visuele waarneming
1STE STAP: het beeld wordt omgekeerd geprojecteerd op je netvlies (‘retina’).
1
,2DE STAP: netvlies bevat 2 soorten receptoren:
1. Staafjes.
= +/- 120 miljoen per oog.
Licht & donker.
2. Kegeltjes
=+/- 6 miljoen per oog.
Kleurgevoelig.
Gele vlek (fovea):
→ Plaats waar je op focust als je naar iets kijkt.
→ Grootste concentratie kegeltjes.
Blinde vlek:
→ Gezichtszenuw naar hersenen.
3DE STAP: transductie= de staafjes en kegeltjes (= de receptoren) zetten het binnenkomende licht om
in zenuwimpulsen. Deze worden via de gezichtszenuw doorgestuurd naar de diverse centra in de
hersenen.
4DE STAP: de informatie wordt verwerkt tot een totaalbeeld dat wordt geïnterpreteerd.
1.1.2. Waarneming versus gewaarwording
Gewaarwording of sensaties:
→ Onmiddellijk resultaat van een prikkeling van de zintuigen.
→ Bewustzijnsinhouden: licht versus donker, kleur, losse geluiden,…
→ (Passief)
Waarneming of percepten:
→ Resultaat van meer diepgaande verwerkingsprocessen.
→ Betekenisvolle gehelen: bekend logo, muziek van Adele, smaak van pita.
2
, Waarnemen= activiteit waarbij het hele individu betrokken is:
→ Informatie uit diverse zintuigen worden onderling vergeleken en op elkaar betrokken.
vb. Rauw gehakt.
Daarnaast spelen ook andere processen rol:
→ Motoriek
→ Geheugen
→ Fantasie, denken
→ Behoeften, interesses, emoties
1.1.3. 3 psychologische activiteiten van de waarneming
Selecteren
Structureren
Zingeven
1.2. Waarnemen is selecteren
1.2.1. De verschillende zintuigen
Exteroceptieve zintuigen: informatie van buitenaf.
Introspectieve zintuigen: informatie van binnenin.
Proprioceptieve zintuigen: informatie over de positie van het lichaam.
1.2.2. Het waarneembare spectrum
Adequate prikkel:
→ De energievorm waarvoor een receptor het meest gevoelig is.
Gevoeligheid van een receptor voor een soort prikkel is echter niet onbeperkt.
1.2.3. De minimumintensiteit van de prikkels
Absolute drempel (=detectiedrempel):
→ Minimumintensiteit die een prikkel moet hebben om hem te kunnen waarnemen.
Maximumgrens:
→ Pijndrempel
+ waarnemen van verschillen
+ differentiële drempel (= de verschildrempel)
3