1/ VAN ZYGOTE TOT BABY
De ontwikkeling van het embryo
De innesteling:
Bevruchtingsmembraan / glashuid
Mitose
Zestiencellig stadium
Bevruchte eicel wordt gevormd tot de morula, dit gebeurd door een snelle
celdeling (mitose).
Tijdens het verblijf in de eileider ondergaat de zygote klievingsdelingen.
Embryonale knop /
embryoblast
De morula verplaatst zich verder richting de
baarmoeder door trilharen en samentrekking van de eileiderwand. Bij de blastula
is er geen glashuid meer. De innesteling van de blastula met de
baarmoederwand, gebeurt op dag 6 na de bevruchting.
1. Ovulatie
2. Conceptie (bevruchting)
3. Migratie
4. Nidatie (innesteling)
Vorming van kiembladen: Chorionvlokken --> vormen moederkoek / placenta
Endoderm: spijsverteringsstelsel,
aanhangsels, longen
Ectoderm: huid, zenuwstelsel,
zintuigen
Mesoderm: spieren, nieren,
skelet, bloedsomloop
De placenta is 3 maanden na de bevruchting volledig ontwikkeld. Hij is via de
navelstreng met het embryo verbonden. In de navelstreng zitten twee slagaders
en één ader die instaan voor de aanvoer van voedingsstoffen en zuurstofgas, en
voor de afvoer van koolstofdioxide en afvalstoffen.
Van embryo tot foetus
0-3 maanden = embryo
3-9 maanden = foetus