Biologie
§3.1 Het skelet
Skelet: De verzameling botten die elk mens bezit. Een skelet wordt ook “Geraamte”
genoemd. Het skelet bestaat uit een schedel, romp en ledematen.
De schedel
Schedel bestaat uit 2 gedeeltes
1- Hersenschedel: Botten die om de hersenen zitten
2- Aangezichtsschedel: Boven- en onderkaak
De romp
De romp bestaat uit 4 onderdelen:
1- Wervelkom: Hals, borsten lendenwervels,
heiligbeen en staartbeen
2- Borstkas: Ribben en borstbeen
3- Schoudergordel: Schouderbladen en
sleutelbeenderen
4- Bekkengordel: Heupbeenderen, heiligbeen
en staartbeen
De ledematen
1- Armen: Opperarmbeen, spaakbeen,
ellepijp, handwortelbeentjes,
middenhandsbeentjes en vingerkootjes
2- Benen: Dijbeen, knieschijf, kuitbeen,
scheenbeen, voetwortelbeentjes,
middenvoetsbeentjes en teenkootjes
Functies van het skelet
- Stevigheid
- Vorm
- Kwetsbare organen beschermen
- Beweging mogelijk maken
Pijpbeenderen en platte beenderen
Het geraamte bestaat uit twee soorten beenderen:
1- Pijpbeenderen
2- Platte beenderen
Pijpbeenderen zijn langwerpige beenderen en deze komen voor in de ledematen.
Voorbeelden zijn het opperarmbeen en het dijbeen. In de koppen van
pijpbeenderen zit rood beenmerg. Daar worden bloedcellen gevormd. In het lange
gedeelte zit een mergholte waarin geel beenmerg zit. Daarin is vet opgeslagen.
Platte beenderen komen vooral voor in de schedel en in de romp. Voorbeelden van