H4 Productie
zondag 24 januari 2016 13:56
4.1 Waarom productie?
Productie voor eigen behoefte => productie voor afnemers
4.2 Soorten productie
Divergente productie
vb.: van ijzer zowel blik, staalplaten, etc. maken (meer halfproducten van 1 grondstof)
Convergente productie
Meerdere halffabricaten tot 1 product verwerken
Parallelle productie
Serie productie
Modulaire opbouw
Diverse varianten van onderdelen waardoor eindproduct kan worden samengesteld.
fig. 4.1 p. 86
Productiegrondvorm = Productiewijze en de daaraan gekoppelde lay‐out van het
productieproces.
Continue productie
lijnopstelling zie fig. 4.2 p. 87
materiaal/tussenproducten stromen continu doorheen productiebedrijf, geen tussenliggende
voorraden. (flow) (vaak bij massaproductie)
"procesopstelling" = grondstoffen=>proces=>eindproducten
Functionele opstelling
= mensen en machines die zelfde bewerkingen/functies uitvoeren bij elkaar. vb. als je
verschillende soorten producten of seriegrootten wilt maken. (= job shop)
omsteltijd = tijd nodig om machines in te stellen voor nieuw product, doorlooptijd wordt hier
trager door.
Groepsopstelling
= mengeling lijnopstelling en functionele opstelling.
zie fig. 4.4 p. 89
zie fig. 4.6 p. 90
4.3 Inrichting van het productieproces
Optimized Production Technology (OPT)
= uiteindelijke output proces bepaald door grootste knelpunt (bottleneck)
Men kan bottleneck als uitgangspunt voor planning nemen of capaciteit van bottleneck vergroten
Theory of Constraints (TOC)
bottlenecks worden constraints, dit kan technisch maar ook niet‐technisch (opleiding
medewerkers, organisatie administratieve processen) => beperkingen opsporen die bedrijf niet
optimaal laten functioneren en opheffen! (continu proces)
Lean Manufacturing/Production
Waste elimineren (alle activiteiten die geen waarde toevoegen aan product), continu proces,
Value Stream Mapping = de stroom doorheen het bedrijf optekenen en zo bekijken wat je kan
elimineren.
4.4 Productieplanning
Doorlooptijd van productieorders
Doorlooptijd/Lead time:
bewerkingstijd
transporttijd
wachttijd (tijd dat order stilligt, niet productiefs gedaan)
stapelwachttijd/seriegroottewachttijd (tot bepaalde hoeveelheid bereikt is)
toeringcarwachttijd (tot alle materialen, medewerkers, etc. aanwezig zijn)
loketwachttijd (tot machine klaar is met andere order)
Klantorderontkoppelpunt (KOOP)
zie fig. 4.8 p. 94
KOOP1: Maken en verzenden naar voorraad (decentrale voorraad) => klantorder stroomt
niet verder door dan de winkel (distributie klant)
KOOP2: Maken op voorraad (make to stock), opslag eindproduct
KOOP3: Assembleren op order (assembly to order), onderdelen voor eindproduct te maken
op voorraad, samenstelling vindt pas plaats als klant order plaatst
KOOP4: Maken op order (make to order), grondstoffen liggen klaar (vb. kleermaker die
maatpak maakt)
KOOP5: Inkopen en maken op order, zelfs geen voorraden aangehouden, alle inkoop vindt
https://hubkahomy.sharepoint.com/personal/raf_cyran_student_odisee_be/_layouts/15/WopiFrame.aspx?sourcedoc={CE7B1E1ECC1248A798… 1/2