1. Bespreek de verschillende longvolumes en longcapaciteiten en stel deze
visueel voor op een spirogram.
TV of terugvolume: volume dat in- en uitgeademd wordt (Vin - Vuit) (= 500 mL)
RV of restvolume: de ‘laatste adem’ die niet uitgeademd kan worden in gezonde en
levende toestand (VTLC - VVC) (< 2L)
TLC of totale longcapaciteit: totale longcapaciteit (Vtotaal) (= 6 L)
VC of vitale capaciteit: het bereik van maximaal in- en uitademen (Vmax, in - Vmax, uit) ; TLC
zonder RV (4-5 L)
FRC of functioneel residuele capaciteit: reserve die in de longen zit en wordt vernieuwd
door het TV (Vbasis) (= 3-4 L)
1
, 2. Hoe wordt de concentratie opgeloste zuurstof in het bloed weergegeven
en volgens welke fysische wet(ten) gebeurt dit?
In de kliniek wordt de opgeloste zuurstof in het bloed weergegeven met bloedgaswaarden.
Dit is de pO2 waarmee het bloedstal zou moeten equilibreren om deze bepaalde
concentratie aan zuurstof in het bloed te bekomen. De eenheid is mmHg.
Wet van Henry: (O2)dis = s * pO2 met s = oplosbaarheidsconstante en pO2 = partieeldruk
voor O2
Deze wet stelt dus dat de hoevelgeid opgeloste O2 (en CO2) in water proportioneel is aan de
partiële druk in de gasfase.
2
, 3. Wat is de dampspanning voor water en hoe beïnvloedt deze de
gassamenstelling van onze ingeademde lucht?
Bij 37 °C is er water dat zich in de dampfase bevindt. Deze veroorzaakt een dampspanning
van ± 47 mmHg, die niet voldoet aan de ideale gaswetten.
De dampspanning is een deel van de totale spanning, vandaar dat ervoor gecorrigeerd moet
worden door het van de atmosferische druk af te trekken wanneer het binnenkomt
(trapfenomeen/verval van O2) (de partieeldrukken van de gassen van de ingeademde lucht
verlagen door de dampspanning)
Gevolg: PO2 = 21% x (760 mmHg - 47 mmHg)
3
, 4. Welke 2 grote transportsystemen/transportprincipes kan ik
onderscheiden in mijn long?
– Convectie (over langere afstanden): het vervoer van de gassen in bulk via gesofisticeerde
pomp en transportsystemen ⇒ luchtpomp & hartpomp ; maar vraagt energie
– Diffusie (over korte afstanden): passief transport via concentratiegradiënten ; vraagt geen
energie
4
, LES 2: MECHANICA VENTILATIE (STATISCH)
5. Teken en bespreek de druk-volume relatie van een geïsoleerde long en
duidt hier de relevante begrippen op aan.
- Hysteresis = het “inspiratoire pad” is verschillend van het “expiratoire pad”
- Niet-lineair (inspiratie-curve is sigmoïdaal)
- Bij een bepaald longvolume is het drukverschil over de long altijd hetzelfde. Dit wordt
de transpulmonale druk (PTP = -PIP) genoemd.
- Compliantie (maat voor soepelheid vd long): C = ∆V/∆p (rico van curve)
- Statische p/V-relatie
5