3.1 WAARNEMING ................................................................................................................................... 2
3.1.1 ZINTUIGEN OM TE OVERLEVEN...................................................................................................................... 2
3.1.2 DE SAMENWERKING TUSSEN ZINTUIGEN, HERSENEN EN SPIEREN .......................................................................... 2
3.1.3 DE BELANGRIJKE ZINTUIGEN ........................................................................................................................ 4
3.2 STEVIGHEID EN BEWEGING ................................................................................................................. 6
3.2.1 DE DRAAGBALKEN VAN JE LICHAAM ............................................................................................................... 6
3.2.2 BESCHERMING VAN VITALE ORGANEN ............................................................................................................ 6
3.2.3 BEWEGING VAN JE ARMEN EN BENEN ............................................................................................................. 7
3.2.4 VERGELIJKING MET HET SKELET VAN ANDERE ZOOGDIEREN ................................................................................. 7
3.3 SPIJSVERTERING EN VOEDING ............................................................................................................ 8
3.3.1 SPIJSVERTERING ....................................................................................................................................... 8
3.3.2 VOEDINGSSTOFFEN.................................................................................................................................... 9
3.3.3 VOEDING EN GEZONDHEID ......................................................................................................................... 10
3.3.4 SCHIJF VAN VIJF ...................................................................................................................................... 11
3.4 ADEMHALING EN BLOEDSOMLOOP .................................................................................................. 11
3.4.1 HET ADEMHALINGSSTELSEL ........................................................................................................................ 11
3.4.2 HET BLOEDVATENSTELSEL ......................................................................................................................... 12
3.4.3 VEREENDE KRACHTEN .............................................................................................................................. 13
3.4.4 INSPANNING EN RUST ............................................................................................................................... 13
3.5 AFWEER EN GEZONDHEID ................................................................................................................. 13
3.5.1 AFWEERSYSTEEM.......................................................................................................................................... 13
3.5.2 ZIEKTE ................................................................................................................................................... 15
3.5.3 VACCINATIE ........................................................................................................................................... 15
3.5.4 ALLERGIE ............................................................................................................................................... 16
3.6 VOORTPLANGING EN SEKSUALITEIT ................................................................................................. 16
3.6.1 DE ENIGE ECHTE NEDERLANDSE VOORTPLANTINGS- EN SEKSQUIZ ....................................................................... 16
3.6.2 SEKSUELE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 17
3.6.3 ERFELIJKHEID.......................................................................................................................................... 20
,3.1 waarneming
3.1.1 zintuigen om te overleven
- Mensen hebben een aantal basisbehoeften om te kunnen overleven. Eten en drinken,
bescherming tegen dreigend gevaar en voortplanting.
- Zintuigen spelen hierbij een belangrijke rol. Ze stellen dieren en mensen in staat om voedsel,
water, gevaar of een partner te kunnen waarnemen.
- Waarneming en gedrag zijn dus sterk met elkaar verbonden.
Voorbeelden
• Als je in een punaise, stap je er snel terug van
• Je smaakt dat eten vervallen is en spuugt het uit.
- Niet alle functies van zintuigen zijn direct gericht op overleving. Zintuigen spelen ook een
belangrijke rol bij de non-verbale communicatie, zoals knuffelen of herkennen van emoties. Ook
stellen ze je in staat om info uit dit boek op te nemen.
3.1.2 de samenwerking tussen zintuigen, hersenen en spieren
A de warmtezintuigen nemen de warmte van de beker koffie
waar. Ze zetten deze prikkel om in een elektrisch signaal.
B Het elektrische signaal wordt via de zintuigzenuw aan de
hersenen doorgegeven
C de hersenen herkennen dat de beker gevaarlijk heet is en
dat je je hier weleens aan zou kunnen verbranden. Zij
beslissen dat je de beker zo snel mogelijk ergens neer moet
zetten. Zo geven je lichaam de opdracht om dit te gaan doen
door een elektrisch signaal naa de spieren te sturen.
D Het elektrische signaal wordt via de bewegingszenuw
doorgegeven aan de spieren van je arm en hand.
A Je zet de beker neer.
Prikkel → elektrisch signaal (dmv zintuigen) → hersenen (via
zintuigzenuw) → lichaam → bewegingszenuw → spieren
- De zintuigen zijn de ontvangers van je lichaam. Zij reageren op specifieke prikkels, zoals licht
en geluid.
- Als zintuigen geprikkeld worden, sturen zij een boodschap naar de hersenen.
- De hersenen kunnen deze boodschap ontcijferen, waarna er een bepaalde gewaarwording
- ontstaat.
- Zij vergelijken die informatie met informatie die in het geheugen is opgeslagen, waardoor de
nieuwe informatie betekenis kan krijgen.
- Vervolgens beslissen de hersenen of het lichaam in actie moet komen. De hersenen sturen
- dan opdrachten naar bepaald spieren om zich samen te trekken; dit resulteert in gedrag.
, - De communicatie tussen zintuigen en hersenen, en tussen de hersenen en de spieren,
- verloopt via zenuwen.
- De zenuwen vormen als het ware de 'bedrading' van je lichaam.
- Net als in stroomdraden worden signalen in de zenuwen dmv elektriciteit doorgegeven, alleen
zijn deze vele malen zwakker.
- De zintuigzenuwen brengen elektrische signalen van de zintuigen over naar je hersenen. Als
de hersenen hebben besloten wat er moet gebeuren zenden ze elektrische signalen uit via de
bewegingszenuwen. Deze laatste zijn aangesloten op de spieren van je lichaam.
- Als de kleine elektrische stroompjes uit je hersenen bij een spier aankomen, verspreiden ze
zich over deze spier, die hierdoor samentrekt.
- Sommige zintuigelijke informatie gaat niet meteen naar de hersenen, maar wordt
‘kortgesloten’’ via het ruggenmerg. De zintuigelijke informatie gaat via een zintuigzenuw naar
het ruggenmerg en wordt via het ruggenmerg en
een bewegingszenuw direct omgezet in actie van
de spieren. → reflex
- Reflexen (zie foto hieronder) zijn automatische
reacties op bepaalde prikkels buiten onze wil om
→ hoesten, niesen, slikken, hand terugtrekken bij
heet voorwerp, etc.
- Een andere manier waarop de hersenen de
binnenkomende informatie bewerken, is door
filtering. Je hersenen selecteren de informatie op
basis van de belangrijkheid ervan.
A De pijnzintuigen nemen de scherpe punt van
de punaise waar. Ze zetten deze prikkel (de
beschadiging van de huid) om in een elektrisch
signaal
B Het elektrische signaal wordt via de
zintuigzenuw aan het ruggenmerg
doorgegeven.
C Vanuit het ruggenmerk wordt er meteen een
elektrisch signaal teruggestuurd naar de
beenspieren.
D Het elektrische signaal wordt via de
bewegingszenuw doorgegeven aan je
beenspieren.
E Je beenspieren trekken samen, waardoor je
voet zich terugtrekt. Het gevaar is geweken.
F Van de pijn worden we ons pas achteraf
bewust met behulp van onze hersenen.