Kenmerkende aspecten:
1: - De levenswijze van jagers-verzamelaars
- De landbouwrevolutie
- De eerste steden
2: - Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat
- De Grieks-Romeinse cultuur
- De groei van het Romeinse imperium en de daarmee gepaard gaande romanisering
- Confrontaties tussen de Romeinen en Germanen
- Het ontstaan van het joden- en christendom
3: - De kerstening van Europa
- Het ontstaan en de verspreiding van de islam
- Hofstelsel en horigheid
- Het feodalisme
4: - Herleving van de agrarisch-urbane samenleving
- De opkomst van de burgerij in zelfstandige steden
- De strijd tussen kerk en staat
- De kruistochten
- Het begin van staatsvorming en centralisatie
5: - Het begin van de Europese overzeese expansie
- De Renaissance: het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling
- De Renaissance: herleving van de klassieke Oudheid
- De Reformatie
- De Nederlandse Opstand
6: - Het absolutisme
- De Nederlandse Republiek: bijzonder in staatskundig, economisch en cultureel opzicht
- Handelskapitalisme en het begin van de wereldeconomie
- De wetenschappelijke revolutie
7: - De verlichting
- Het ancien régime en verlicht absolutisme
- Slavernij en abolitionisme
- De Democratische Revoluties
8: - De Industriële Revolutie
- De sociale kwestie
- Het modern imperialisme
- De opkomst van emancipatiebewegingen
- Voortschrijdende democratisering: uitbreiding kiesrecht
- De opkomst van politieke stromingen: liberalisme/nationalisme/socialisme/
confessionalisme/feminisme
9: - De opkomst van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en massaorganisatie
- Totalitaire ideologieën: communisme/fascisme/nationaal-socialisme
- De Grote Depressie
- De Eerste- en Tweede Wereldoorlog
- De Holocaust
- De Duitse bezetting van Nederland
- Moderne totale oorlogvoering
- Opkomst nationalistisch verzet in de koloniën
10: - De Koude oorlog
- De dekolonisatie
- De Europese eenwording
- De jaren zestig: welvaart en de daarmee gepaard gaande sociaal-culturele veranderingen
- Pluriforme en multiculturele samenlevingen
,Prehistorie: tijd van de jagers en boeren
- x-3000 vC
- Jagers-verzamelaars en later agrarisch
Kenmerkende aspecten:
- De levenswijze van jagers-verzamelaars
- De landbouwrevolutie
- De eerste steden
$1 De agrarische revolutie
Van prehistorie naar historie
- Archeologie houdt zich bezig met prehistorie en maakt gebruik van ongeschreven bronnen
- Historie is een beschrijving vanaf ontstaan van het schrift en maakt gebruik van geschreven en
ongeschreven bronnen
- Methale: Hermeneutiek: de context is nodig om iets te begrijpen
Landbouwrevolutie
- Vond het eerst 11.000 jaar geleden plaats
- Synoniemen: Neolithische revolutie en Sedentaire revolutie
Kunstmatige selectie en domesticatie
- Kunstmatige selectie is het mechanisme waarmee bepaalde eigenschappen bewust worden
geselecteerd bij het fokken van dieren of verdeling van planten
- Domesticatie is het proces waarmee de mens zodanig de eigenschappen van dieren en planten
aanpassen zodat deze in dienst komen van de mens
Vrijstelling en specialisatie
- Landbouwrevolutie -> voedseloverschot -> vrijstelling, specialisatie, handel -> dorpen worden
steden met een groeiende hiërarchie -> schrift, beschaving
Landbouwrevolutie in NL
- Rond 5.000 voor Christus
- Rond 35.00 voor Christus: hunebedbouwers
- Rond 50 voor Christus: schrift, maar wel van Romeinen
$2 Het ontstaan van steden
Het ontstaan van het schrift
- Circa 5.000 vC in Mesopotamië
- Vruchtbaar gebied, ten tijde van de Sumeriërs (5.300-2.300 vC), ontwikkeling grote steden
- Handelaren gingen voorraden ed bijhouden
- Dit groeit uit tot het spijkerschrift
Sumerië, Babylon en Egypte
- Eerste echte beschavingen die een schrift kennen, religie, wetgeving, bestuur en stedenbouw
- Sumerië: Uitvinders van het wiel, wiskundigen, zevendaagse week
- Babylon: 1900-300 vC machtigste stad, wereldwonderen
- Egypte: vruchtbare Nijdal, natuurlijke bescherming vijanden, Farao’s regeerden 3.000 jaar
,Oudheid: tijd van de Grieken en Romeinen
- 3000 vC-500 nC
- Agrarisch-urbaan
Kenmerkende aspecten
- Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat
- De Grieks-Romeinse cultuur
- De groei van het Romeinse imperium en de daarmee gepaard gaande romanisering
- Confrontaties tussen de Romeinen en Germanen
- Het ontstaan van het joden- en christendom
$2.1 De Griekse democratie
- Veel verschillende Poleis
- Griekse Poleis: stad met in het midden op de heuvel een acropolis= midden van de stad
Cleisthenes en de democratie
- Adel was de baas en leefden op platteland
- Mensen in de stad waren ontevreden
- Cleisthenes greep de macht op een onwettige manier: Hij verdeelde Athene in 3 delen
- Deze 3 delen werden weer onderverdeeld in districten
- Elk gebied mocht iemand sturen naar volksvertegenwoordiging
- Boulé: Raad van 500: Dagelijks bestuur Athene, elke maand werden weer nieuwe leden gekozen
Het volk praat mee
- Atheense burgers die mogen meepraten komen samen op de Agora van de stad
- Later kwamen ze samen op de Pnyx (openluchttheater op een berg bij de stad)
- Burgers die mogen stemmen: geen slaaf, man, uit Athene komen
Het schervengericht
- Om te zorgen dat 1 persoon niet alle macht kreeg, machten Atheense burgers 1x per jaar iemand
uit de Polis wegstemmen door de naam van de persoon op een scherf te schrijven
De Olympische goden
- De grieken vereerden allemaal dezelfde goden. De verhalen over de goden noemen we mythen
- Oppergod was Zeus
- Hij had 2 broers: Poseidon en Hades
- Alle goden hadden specifieke taken
- Grieken gebruiken mythen en hun geloof in de goden om een verklaring te vinden voor
onbegrijpelijke verschijnselen
Advies van een god
- Om goden iets te vragen werden offers gebracht in een tempel
- Iemand die een boodschap van de goden doorgeeft heet een orakel. De bekendste was het orakel
van Delphi
De natuurfilosofen
- De oude Grieken probeerden de wereld te verklaren
- Begin van wetenschap
Socrates werd bekend om het doorvragen
2.2 Het Hellenisme
, Alexander de grote en de verspreiding van Griekse cultuur
Phillipus wordt koning van heel Griekenland in 338 vC
- Griekse stadsstaten verdeeld en voeren oorlog
- Veldtocht Alexander de Grote (334-323 vC)
Het succes van Alexander
- Alexander was een geniaal legeraanvoerder met modern leger
- Alexander speelde in op de lokale gebruiken en gevolgen
Hellenisme:
Versmelting van de Griekse cultuur met andere culturen. In het hele gebied ontstond een
hellenistische cultuur
Griekse beeldhouwkunst
- De Grieken keken hun beelden af van de Egyptenaren
- Grieken probeerden beweging aan te brengen in hun beelden
- De Grieken kenden 2 soorten toneelstukken: de Tragedie en de Komedie
$2.3 De Romeinse Republiek
Romeinse rijk: van republiek naar keizerrijk (509-24 vC)
- Koningstijd: 753 vC
- Republiek: 509 vC: macht is verdeeld over meerdere functies
- Bestuurders werden voor een jaar gekozen
- Consul is de belangrijkste functie
- De senaat (Rijke mannen) heeft de meeste macht
- Keizertijd: 24 vC: macht in handen van een keizer
- Consuls en de senaat bleven bestaan maar hadden weinig macht
Julius Caesar (100-44 vC) ;van republiek tot keizerrijk
- De senaat kreeg nieuwe tegenstanders door de moord op Caesar
- Na een nieuwe burgeroorlog komt de achterneef van Caesar, Octavianus, als overwinnaar uit de
strijd
- Hij noemde zichzelf ‘Augustus’: ‘de Verhevene’ en was officieel de 1 e keizer van het Romeinse Rijk
$2.4 Romeinse keizerrijk
Allemaal Romeinen
- Culturele verschillen blijven bestaan: taal, gebruiken, tradities
- Hoe proberen Romeinen hun rijk te verbinden: 1 maat, wegen, theater, wetten
- Romeinse burgerrecht: gelijke rechten arm en rijk, rechtbank met jury
Naar Grieks voorbeeld
- De Romeinen waren onder de indruk van de Griekse cultuur
- Welke elementen: architectuur, geneeskunde, kunst
- Griekse kunst werd geroofd en in Rome neergezet
- Veel Griekse wetenschappers gingen naar Rome toe
De Grieks-Romeinse cultuur