Os, ossa = bot (meervoud)
Diafyse = schacht of middendeel van een bot
Groeischijf/groeiplaat = Groeiende beenderen
een kraakbeenstrook terugvinden; stuk
kraakbeen waar de lengte groei van een bot
verdergaat. Verdwijnt bij volwassen dieren
Primair ossificatiecentrum = diafyse is het
aller eerste wat je ziet verschijnen; eerste stukje
dat gaat verbenen bloedvaten zijn daarom essentieel omdat het een levende
structuur is
Arteria nutria (voedende arterie) = komt binnen via het primair
ossificatiecentrum/ diafyse doormiddel van een opening in het bot (foramen
nutricium) en gaat zich vertakken
foramen nutricium = de opening in het bot waar de Arteria nutria doorheen
loopt. Bevindt zich in de diafyse
compact been = enkel te zien aan de buitenkant; zorgt voor de stevigheid en
hardheid van het bot. (niet heel het been is gevuld met compact been want dit
zou te zwaar zijn)
trabeculair been = veel tussenruimte in het bot; reduceert in gewicht zonder
de kracht en stevigheid weg te halen. Ligt tegen het compact been aan
mergholte = de ruimte die overblijft tussen trabeculair been en compact been.
Beenmerg bevindt zich hier
beenmerg = zit in het mergholte; zorgt voor de aanmaak van bloed
rood beenmerg = alle bloedcellen
aangemaakt worden; pasgeboren dieren al
het beenmerg rood, gaat zich geleidelijk
concentreren op platte beenderen en wordt
opgevuld door het gele beenmerg
gele beenmerg = voornamelijk
bloedplaatjes en witte bloedcellen worden
aangemaakt
secundair ossificatiecentrum = zelfde als
primair, enkel in een 2e instantie verbenen.
Maken contact met een volgend bot. Dit zijn de epifyse en de apofyse
epifyse = lopen richting het gewricht buitenzijde moet van gewrichtskraakbeen
dragen. Lange benen hebben altijd 2 epifyse en sluiten
Cartilago articularis = gewrichtskraakbeen