Terminologie:
• Biologie = de wetenschap (leer) van de levende materie
• Anatomie = leer van de interne en externe structuur en de fysieke relaties tussen
lichaamsdelen
o Macroscopische anatomie -> zichtbaar met blote oog
▪ Uitwendige anatomie (oppervlakte anatomie)
▪ Anatomie van gebieden (regionale anatomie)
▪ Anatomie van orgaanstelsel (systematische anatomie)
▪ Anatomie van doorsneden
o Microscopische anatomie -> vergroting nodig
▪ Cytologie = bestuderen van individuele cellen
▪ Histologie = bestuderen van weefsels
• Fysiologie = de leer van het functioneren van anatomische structuren, menselijk lichaam.
(hoe organismen vitale functies uitvoeren)
o Celfysiologie
o Orgaanfysiologie
o Systemische fysiologie
o Pathologische fysiologie (Pathologie = de leer van de veranderingen in weefsel en
organen bij ziekte)
Organisatieniveaus
• Het leven bestaat uit opeenvolgende niveaus van toenemende complexiteit:
1. Chemisch (of moleculair) niveau
2. Cellulair niveau
3. Weefsel niveau
4. Orgaan
5. Orgaanstelsel
6. Organisme
,Homeostase
= behouden van stabiel inwendig milieu
Regulering hangt af van:
- Een receptor die gevoelig is voor een bepaalde stimulus
- Een effector die dezelfde stimulus beïnvloedt
Negatieve feedback:
De reactie doet de verstoring teniet!
Effect = tegengesteld aan oorspronkelijke prikkel
Vb. Te warm? -> zweten/ afkoelen
Positieve feedback:
Stimulus produceert een reactie die de stimulus versterkt
Reactie voltooid snel een kritisch proces!
Vb. wondje? -> bloedstolling
De taal van de anatomie
Anatomische positie:
- Armen langs het lichaam
- Handpalmen naar voor
- Voeten naast elkaar
Supine = rugligging
Prone = buikligging
Anatomische gebieden:
1. Vier kwadranten van buik en bekken
2. Negen gebieden van buik en bekken
,Anatomische richtingen: anatomie van doorsneden:
Lichaamsholten:
Ventrale lichaamsholten:
• Beschermt tere organen
• Laat groei en beweging van organen toe
• Omringt:
o Ademhalingsorganen
o Hart en bloedvaten
o Verteringsstelsel
o Urinewegen
o Voortplantingsorganen
Het middenrif deelt de ventrale lichaamsholten in 2:
1. Borstholte:
a. Pleuraalholten (linker en rechter)
b. Perocardiale ruimte (hier zit het hart)
2. Buik- en bekkenholte
a. Buikholte
b. Bekkenholte
c. buikvlies
, radiologische technieken
Röntgenfoto’s:
Röntgenstralen = hoog energetische straling die weefsels kunnen doordringen
• Radiopaak:
o Weefsels houden straling tegen (grijs tot wit op foto)
o Vb bot en spier
• Niet-radiopaak
o Weefsels laten straling door (zwart op foto)
o Vb holtes
CT-scan:
= computer tomografie (verwerking via PC)
• Ook röntgenstraling maar minder nodig voor
goed beeld
• Verschillende coupes op korte afstand
MRI
= magnetische resonantie imaging
• Magnetisch veld aanleggen rondom persoon
• Meer gedetailleerd, vooral voor weke delen
Echografie:
Ultrasoon geluid doorsturen & echo’s detecteren
• Minder scherpe beelden, maar veiligheid staat voorop!
Hart- en bloedvatenstelsel:
= cardiovasculair stelsel
Onderdelen:
• Hart = ‘de bloedpomp’
• Bloedvaten
o Arteries of slagaders = voeren het bloed van het hart weg. Ze vertakken zich steeds
verder in de weefsels tot haarvaten of capillairen
o Venen of aders = voeren het bloed terug naar het hart
Functies:
• Transport van zuurstof en koolstofdioxide, voedingsstoffen, hormonen en andere stoffen
naar de weefselcellen
• Afvoer van koolstofdioxide en afvalproducten
• Witte bloedcellen spelen een rol in de bescherming tegen vreemde indringers