PRAKTIJKONDERZOEK
Hoorcollege 2: Oriënteren en kritisch denken
1. Spelregels van praktijkonderzoek en kwaliteitscriteria (p. 44-…)
Inleiding:
• Ook al is aan de criteria om te kunnen spreken van
wetenschappelijk onderzoek voldaan (intersubjectiviteit,
weerlegbaarheid, precisie en verantwoording – zie HC1), toch kan
er sprake zijn van een goede, een minder goede of een slechte
kwaliteit van het onderzoek
• Fouten die we in ons onderzoek kunnen maken zijn fouten tegen
de betrouwbaarheid en de validiteit. Dit gaat over de
methodologische kwaliteitseisen
• Daarnaast speelt de bruikbaarheid en de relevantie van het
onderzoek nog een rol
• Betrouwbaarheid
• Gaat over eerlijkheid en integriteit
= de mate waarin het resultaat van een meting stabiel is bij een
andere onderzoeker, een ander tijdstip, een ander meetinstrument
en overige omstandigheden
• Goede meetprocedures gebruiken zodat toevalsfouten of
toevallige verstoringen kunnen vermeden worden
Vb. Zijn kinderen coöperatief of agressief en slechts één
waarneming verrichten
• Remedie
• Standaardisering van procedures
• Herhaling en “middelen” van de resultaten (niet steeds mogelijk)
• Daarom en vaak bv. in de SRW context: zorgvuldigheid in combinatie
met een systematische en transparante rapportage
, • Validiteit
• In het sociale domein wordt soms ook gesproken van “geldigheid”
• Meten we eigenlijk wel wat we wilden meten?
• Dit hangt voornamelijk af van de gehanteerde
onderzoeksinstrumenten
• Systematische fouten vermijden, d.w.z. fouten die het
meetinstrument continu in een bepaalde richting beïnvloeden
• Vb. Vraag aan huisvaders in face-to-face interview: hoe vaak
bent u vreemd gegaan?
• Remedie
• Goede meetinstrumenten ontwikkelen om abstracte kenmerken te
operationaliseren
• Herhaling lost hier niets op
Door triangulatie kan de validiteit of geldigheid verhoogd worden
Dit wil zeggen dat je gebruikt maakt van verschillende databronnen en
dataverzamelingsmethoden
• Drie vormen van triangulatie
• Brontriangulatie
• Als je data verzamelt door gebruik te maken van
verschillende bronnen
• Bv. kijken naar cliënten, familieleden,
hulpverleners, …
• Bv. variëren in de literatuur
• Methodische triangulatie
• Als je gebruik maakt van verschillende methoden
• Bv. Kwalitatieve methoden combineren met
kwalitatieve methoden
• Bv. Naast observeren een vragenlijst afnemen
• Onderzoekerstriangulatie
• Met meerdere onderzoekers samenwerken
,Vijf vormen van validiteit
= na gaan in hoeverre de resultaten uit je onderzoek overeenkomen met de
werkelijkheid. Juistheid van onderzoek nagaan.
Katalyserende validiteit
• De mate waarin het onderzoeksproces erop gericht is professionals en
andere een beter begrip te geven van de beroepspraktijk met het oog op
verbetering
• Jijzelf/je team/organisatie verwerft nieuwe kennis, je ontwikkelt een
onderzoekende houding, je groeit als professional
Democratische validiteit
• De mate waarin het onderzoek is uitgevoerd in overleg met alle partijen
die er een belang bij hebben
• Je integreert verschillende perspectieven in je onderzoek en je zorgt voor
betekinsvolle participatie waardoor je meer kans hebt dat de resultaten
ook effectief kunnen leiden tot verandering
Procesvaliditeit
• De mate waarin je onderzoeksaanpak overeenkomt met het doorgaande
leerproces van een werknemer / de ontwikkeling van een organisatie en
de mate van overtuiging in de bewijsvoering (= redenering waarmee men
een bewijs tracht te leveren) ten aanzien van beweringen in het
onderzoek.
• Hou rekening met de context. Verdiep je in de organisatie
• Maak gebruik van theorie / stel een theoretisch kader op.
• Documenteren. Beschrijf het onderzoeksproces zo helder mogelijk:
logboek, transparantie
Dialogische validiteit
• De mate waarin het onderzoek op een systematische wijze kritisch
gevolgd is door collega’s of anderen (peers)
• Organiseer een klankbord met critical friends
Resultaatvaliditeit
• De mate waarin er gebeurtenissen optreden die leiden tot een oplossing
van het probleem
• Focus op de oplossingen. Oriënteer je van in het begin goed op het
probleem
, Interne vs. Externe validiteit
• Interne validiteit (Causal validity)
• Oorzaak-gevolg conclusies
• De mate waarin we erin slagen over oorzaken van verschijnselen
“goede” conclusies te trekken
• Foute causale redeneringen vermijden
Vb. gebruik van pc en oplossen van wiskundeproblemen.
Twee groepen. Kinderen mogen zelf groep kiezen.
• Externe validiteit (generaliseerbaarheid)
• De mate waarin de onderzoeksresultaten ook gelden voor
soortgelijke andere groepen en verschijnselen
Vb. extrapoleren van onderzoeksresultaten over het
gedrag van studenten naar de ganse bevolking
• Dilemma van de onderzoeker
• Bruikbaarheid
• Is het onderzoek bruikbaar in de specifieke beroepscontext?
• Relevantie
• Relevantie voor de beroepspraktijk
• Maatschappelijke relevantie
• Wetenschappelijke relevantie
FASE 1
2. Oriënteren (p. 85-113)
Aanleidingen voor een praktijkprobleem
Er kunnen verschillende aanleidingen zijn:
• Eigen initiatief: je ervaart een probleem, je bent nieuwsgierig, je wil
weten of interventies werken,…
• Vanuit de organisatie: een probleem of ontwikkeling waar ze zicht wil op
krijgen, in het kader van kwaliteitszorg, een innovatietraject,…
• Door externen: het beleid, gebruikers, stakeholders,….
Elk praktijkonderzoek vertrekt van een probleem (of een louter
kennisinteresse)
Hoorcollege 2: Oriënteren en kritisch denken
1. Spelregels van praktijkonderzoek en kwaliteitscriteria (p. 44-…)
Inleiding:
• Ook al is aan de criteria om te kunnen spreken van
wetenschappelijk onderzoek voldaan (intersubjectiviteit,
weerlegbaarheid, precisie en verantwoording – zie HC1), toch kan
er sprake zijn van een goede, een minder goede of een slechte
kwaliteit van het onderzoek
• Fouten die we in ons onderzoek kunnen maken zijn fouten tegen
de betrouwbaarheid en de validiteit. Dit gaat over de
methodologische kwaliteitseisen
• Daarnaast speelt de bruikbaarheid en de relevantie van het
onderzoek nog een rol
• Betrouwbaarheid
• Gaat over eerlijkheid en integriteit
= de mate waarin het resultaat van een meting stabiel is bij een
andere onderzoeker, een ander tijdstip, een ander meetinstrument
en overige omstandigheden
• Goede meetprocedures gebruiken zodat toevalsfouten of
toevallige verstoringen kunnen vermeden worden
Vb. Zijn kinderen coöperatief of agressief en slechts één
waarneming verrichten
• Remedie
• Standaardisering van procedures
• Herhaling en “middelen” van de resultaten (niet steeds mogelijk)
• Daarom en vaak bv. in de SRW context: zorgvuldigheid in combinatie
met een systematische en transparante rapportage
, • Validiteit
• In het sociale domein wordt soms ook gesproken van “geldigheid”
• Meten we eigenlijk wel wat we wilden meten?
• Dit hangt voornamelijk af van de gehanteerde
onderzoeksinstrumenten
• Systematische fouten vermijden, d.w.z. fouten die het
meetinstrument continu in een bepaalde richting beïnvloeden
• Vb. Vraag aan huisvaders in face-to-face interview: hoe vaak
bent u vreemd gegaan?
• Remedie
• Goede meetinstrumenten ontwikkelen om abstracte kenmerken te
operationaliseren
• Herhaling lost hier niets op
Door triangulatie kan de validiteit of geldigheid verhoogd worden
Dit wil zeggen dat je gebruikt maakt van verschillende databronnen en
dataverzamelingsmethoden
• Drie vormen van triangulatie
• Brontriangulatie
• Als je data verzamelt door gebruik te maken van
verschillende bronnen
• Bv. kijken naar cliënten, familieleden,
hulpverleners, …
• Bv. variëren in de literatuur
• Methodische triangulatie
• Als je gebruik maakt van verschillende methoden
• Bv. Kwalitatieve methoden combineren met
kwalitatieve methoden
• Bv. Naast observeren een vragenlijst afnemen
• Onderzoekerstriangulatie
• Met meerdere onderzoekers samenwerken
,Vijf vormen van validiteit
= na gaan in hoeverre de resultaten uit je onderzoek overeenkomen met de
werkelijkheid. Juistheid van onderzoek nagaan.
Katalyserende validiteit
• De mate waarin het onderzoeksproces erop gericht is professionals en
andere een beter begrip te geven van de beroepspraktijk met het oog op
verbetering
• Jijzelf/je team/organisatie verwerft nieuwe kennis, je ontwikkelt een
onderzoekende houding, je groeit als professional
Democratische validiteit
• De mate waarin het onderzoek is uitgevoerd in overleg met alle partijen
die er een belang bij hebben
• Je integreert verschillende perspectieven in je onderzoek en je zorgt voor
betekinsvolle participatie waardoor je meer kans hebt dat de resultaten
ook effectief kunnen leiden tot verandering
Procesvaliditeit
• De mate waarin je onderzoeksaanpak overeenkomt met het doorgaande
leerproces van een werknemer / de ontwikkeling van een organisatie en
de mate van overtuiging in de bewijsvoering (= redenering waarmee men
een bewijs tracht te leveren) ten aanzien van beweringen in het
onderzoek.
• Hou rekening met de context. Verdiep je in de organisatie
• Maak gebruik van theorie / stel een theoretisch kader op.
• Documenteren. Beschrijf het onderzoeksproces zo helder mogelijk:
logboek, transparantie
Dialogische validiteit
• De mate waarin het onderzoek op een systematische wijze kritisch
gevolgd is door collega’s of anderen (peers)
• Organiseer een klankbord met critical friends
Resultaatvaliditeit
• De mate waarin er gebeurtenissen optreden die leiden tot een oplossing
van het probleem
• Focus op de oplossingen. Oriënteer je van in het begin goed op het
probleem
, Interne vs. Externe validiteit
• Interne validiteit (Causal validity)
• Oorzaak-gevolg conclusies
• De mate waarin we erin slagen over oorzaken van verschijnselen
“goede” conclusies te trekken
• Foute causale redeneringen vermijden
Vb. gebruik van pc en oplossen van wiskundeproblemen.
Twee groepen. Kinderen mogen zelf groep kiezen.
• Externe validiteit (generaliseerbaarheid)
• De mate waarin de onderzoeksresultaten ook gelden voor
soortgelijke andere groepen en verschijnselen
Vb. extrapoleren van onderzoeksresultaten over het
gedrag van studenten naar de ganse bevolking
• Dilemma van de onderzoeker
• Bruikbaarheid
• Is het onderzoek bruikbaar in de specifieke beroepscontext?
• Relevantie
• Relevantie voor de beroepspraktijk
• Maatschappelijke relevantie
• Wetenschappelijke relevantie
FASE 1
2. Oriënteren (p. 85-113)
Aanleidingen voor een praktijkprobleem
Er kunnen verschillende aanleidingen zijn:
• Eigen initiatief: je ervaart een probleem, je bent nieuwsgierig, je wil
weten of interventies werken,…
• Vanuit de organisatie: een probleem of ontwikkeling waar ze zicht wil op
krijgen, in het kader van kwaliteitszorg, een innovatietraject,…
• Door externen: het beleid, gebruikers, stakeholders,….
Elk praktijkonderzoek vertrekt van een probleem (of een louter
kennisinteresse)