1. sensorische psychologie en perceptiepsychologie
Sensatie: een stimulus gaat naar de sensorische receptor die wordt omgezet tot een
zenuw (neutrale) impuls (elektrochemische signalen) en die gaan zo naar de hersenen bv.
ik zie brent, ik weet dat er IETS staat
Perceptie: het proces waar een sensatie wordt bewerkt en een betekenis krijgt door de
hersenen en worden geïnterpreteerd door herinneringen, motivatie en emotie bv. ik zie brent,
ik weet dat het brent is doordat ik weet dat het een persoon is en dat ik hem ken
Kernvraag 3.3 wat is de relatie tussen perceptie en sensatie?
⇒ perceptie geeft een betekenis aan sensatie, door perceptie ontstaat een interpretatie van
de externe wereld, geen letterlijke kopie ervan
Sensatie ⇒ perceptie ⇒ percept (de betekenis wordt bepaald door verschillende zaken)
3.3.1 het systeem van perceptuele verwerking
1. De WAT-route: hier vraag je je af ‘wat is dit?’
(info over object) en ‘waar is dit?’ (info over de
omgeving)
⇒ een neutrale route die visuele informatie vanuit
de primaire cortex projecteert op de temporale
kwab, die over de identificatie van voorwerpen
gaat bv. een toilet
2. De WAAR-route: waar bevindt dit object
tegenover mezelf?
⇒ een neutrale route die visuele informatie
projecteert op de pariëtale kwab (parents parie),
verantwoordelijk voor de lokalisatie van
voorwerpen in de ruimte bv. waar een bed staat
3.3.2 kenmerkendetectoren
⇒ hoe verder informatie via de wat- en waar- routes gaat, hoe gespecialiseerder de
verwerking! Er zijn veel specifieke stimuluskenmerken in cortex bv. hoogte, lengte, kleur,
contour, locatie, beweging,… van een object
Bindingsprobleem: we hebben nog geen antwoord op de vraag hoe onze hersenen de
resultaten van veel sensorische processen combineren of ‘binden’ tot een percept.
3.3.3 bottom-up en top-downverwerking
⇒ dit is een perceptuele analyse door de perceptie:
Top down (conceptueel gedreven verwerking) ⇒ je herkent wie er staat, je hebt er
een beeld van
- Top: onze ervaringen, doelen, kennis, motivatie, cultuur, spelen een rol bij perceptie
- Down: perceptuele verwerking; je bent primair afhankelijk van een beeld/idee om een
stimulus te interpreteren bv. wally zoeken in zijn boelk
- Bottom-up verwerking (stimulusgedreven verwerking) ⇒ ik weet wie de persoon is
door de kenmerken die hij heeft, bv. brent heeft groene ogen
- Bottom: onze kenmerkdetectoren in de hersenen achterhalen de stimulus door bv.
welke kleur? Is het warm? De kenmerken hebben een sterke invloed!
1